(51028391) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Burensedijk 2 te Erichem
收藏DataCite Commons2025-03-31 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/JQ0NAC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden, Laat Paleolithicum, Mesolithicum en Nieuwe tijd en een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf het Vroeg Neolithicum t/m de Late Middeleeuwen. Tijdens het Laat Paleolithicum en Mesolithicum (jagers-verzamelaars) had het plangebied waarschijnlijk een natte/moerasachtige ligging in het landschap, daarmee een ongunstige ligging als (tijdelijke) bewoningslocatie. Met het ontstaan van de Maurik stroomgordel kwam het plangebied binnen de oeverzone dan wel (deels) net binnen de stroomgordelzone te liggen. De Maurik stroomgordel was actief van circa 5180 tot 4330 v. Chr. (Vroeg Neolithicum). Tevens is de verwachting dat vrijwel direct ten zuiden van het plangebied sprake is van de jongere loop van de Erichem/Avezaath stroomgordel, welke ook de oudere loop van Maurik stroomgordel volgt (feitelijk een vorm van reactivatie). De Erichem stroomgordel was actief tussen circa 2900 tot 850 voor Chr. (Midden Neolithicum t/m Late Bronstijd) en de Avezaath stroomgordel tussen ongeveer 400 v. Chr. tot 390 n. Chr. (Midden IJzertijd t/m Laat Romeinse tijd). Ook tijdens het bestaan van de Erichem/Avezaath stroomgordel had het plangebied een landschappelijke ligging binnen de oeverzone en zal geschikt zijn geweest voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten. Dit wordt ook bevestigd door meerdere aan-wezige AMK-terreinen binnen de oeverwalzone/stroomgordelzone van de Erichem/Avezaath stroomgordel, waar archeologisch vondstmateriaal is aangetroffen uit de Vroege Bronstijd, de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd, de Vroege (Karolingisch) en de Late Middeleeuwen. Beschikbaar historisch kaartmateriaal laat verder zien dat na de grootschalige ontginningen het plangebied alleen een agrarisch gebruik heeft gekend. Het bestaande erf aan de Burensedijk 2 is pas in de jaren ’70 van de 20e eeuw ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen dat tijdens de periode van de Nieuwe tijd het plangebied deel heeft uitgemaakt van een historisch erf. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) laten een vrij uniforme/eenduidige bodemopbouw zien binnen het plangebied, welke ook vrij goed overeenkomt met de verwachte bodemopbouw op basis van het bureauonderzoek. Afgezien van de huidige bouwvoor hebben geen moderne bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden. Tot een diepte van circa 145 cm -mv komen voornamelijk kalkhoudende oeverafzettingen, welke zeer waarschijnlijk behoren/gesedimenteerd zullen zijn tijdens de actieve fase van de Avezaath/Erichem stroom-gordel. Hieronder is een enkele decimeters dikke laag zwaar beduidend getextureerde komafzettingen aanwezig, met in de top een vegetatiehorizont/laklaag (Ab-horizont). Deze komafzettingen zullen zijn gesedimenteerd tijdens de periode Vroeg/Midden Neolithicum. De vegetatiehorizont/laklaag zal zijn gevormd tijdens periode van non-sedimentatie/zeer beperkte sedimentatie. De ware textuur en kalkloosheid is een aanwijzingen dat dit oude loopniveau zich heeft gevormd in een periode dat het plangebied een ligging had in een nat/drassig en daarmee een ongunstige ligging had als bewoningslocatie. De laag komaf-zettingen vormt verder een scheidende laag tussen de bovenliggende oeverafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Erichem/Avezaath stroomgordel en de onderliggende oeverafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de (oudere) Maurik stroomgordel. Vanaf circa 175 cm -mv komen namelijk kalkarme tot kalkrijke oeverafzettingen voor die zeer waarschijnlijk behoren/gesedimenteerd zullen zijn tijdens de actieve fase van de oudere Maurik stroomgordel. In het uiterst zuidoostelijke deel van het plangebied is binnen de boordiepte van 320 cm -mv nog net beddingzand/-afzettingen aangetroffen van de Maurik stroomgordel. In het opgeboorde materiaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, zowel niet in de oeverafzettingen als in de tussenliggende komafzettingen (met de hierin waargenomen vegetatiehorizont/laklaag (Ab-horizont)). De oeverafzettingen laten verder ook geen begraven bodemprofiel zien welke duidt op bodemvorming in een periode dat het plangebied een relatief hoge positie innam in het landschap (en daarmee potentieel gunstig was als bewoningslocatie). Archeologische indicatoren zijn bij geen van de boringen aangetroffen, zowel niet in de oeverafzettingen als in de tussenliggende komafzettingen (met de hierin waargenomen vegetatiehorizont/laklaag (Ab-horizont)). De oeverafzettingen laten verder ook geen begraven bodemprofiel zien welke duidt op bodemvorming in een periode dat het plangebied een relatief hoge positie innam in het landschap (en daarmee potentieel gunstig was als bewoningslocatie). Ook concentraties van houtskool of fosfaatvlekken, welke een aanwijzing kunnen zijn voor de aanwezigheid van een door de mens gevormde cultuurlaag, of indicatoren die kunnen wijzen op een oudere woongrond, zijn niet waargenomen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold op de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden Vroeg Neolithicum t/m de Late Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting. Advies Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden (geen archeologische resten aangetroffen in het versneden en verbrokkelde pakket Holocene afzettingen tot 320 cm -mv), adviseert Sweco om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De geplande ingrepen kunnen, voor zover het archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Buren) op de hoogte te stellen. Reactie namens bevoegd gezag “Namens gemeente Buren is regioarcheoloog van Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het advies is overgenomen. Het plangebied is vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek binnen de AMZ-keten. De meldingsplicht archeologische toevalsvondst blijft te allen tijde van kracht."
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-26



