five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied ‘t Kip te Delden Gemeente Hof van Twente

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-27a-kzeq
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer S. van den Berg van Envita Almelo een archeologisch bureauonderzoek en een karterend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘t Kip te Delden, Gemeente Hof van Twente. Het betreft de vervanging van de bestaande riolering over een lengte van 230,5 meter, waarbij ook een infiltratieriool zal worden aangelegd. Hiervoor dient buiten het bestaande riooltracé gegraven te worden. De totale breedte van het riooltracé bedraagt circa 2 meter aan het maaiveld. De exacte verstoringsdiepte is onbekend, maar zal naar verwachting gemiddeld circa 1,75 meter minus maaiveld bedragen.De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente (2010) geeft een middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied. Het advies van gemeente Hof van Twente luidt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 40cm minus maaiveld en groter dan 2500m2. In overleg met de regioarcheoloog is besloten om met een interval van 50 meter karterende boringen te verrichten over de totale lengte van het riooltracé. Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek middels boringen (karterende fase) om de intactheid van de bodemopbouw te toetsen en de aan- of afwezigheid van vindplaatsen vast te stellen.ConclusieOp grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf de late middeleeuwen en een middelmatige verwachting voor eerdere perioden. Vondsten in de directe omgeving van het plangebied zijn afkomstig uit de late middeleeuwen.De aanleg van de weg ’t Kip in de nieuwe tijd en de aanleg van het bestaande riool- en kabels- en leidingentracé heeft waarschijnlijk al voor een aanzienlijke bodemverstoring gezorgd. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Onderzoeken rondom het plangebied tonen aan dat de bodem in de bebouwde omgeving niet geheel intact is. Het oude esdek bevindt zich tussen de 40 en 80cm beneden maaiveld en het dekzand bevindt zich gemiddeld op een diepte van ca. 120-160cm beneden maaiveld (Kuijl, 2013).Resultaten booronderzoekDe tijdens het booronderzoek op ’t Kip aangetroffen bodemopbouw bestaat bij boring 1, 2 en 3 volledig uit een pakket subrecent opgebrachte grond. Bij boring 1 en boring twee is de boring gestaakt op de bovenkant van de rioolbuis (100cm-mv). Boring 3 is gestaakt op de bovenkant van een bakstenen fundering op een diepte van 140 cm-mv. Boring 4 en 5 hebben daarentegen een intacte bodemopbouw. Hier bevindt zich onder een subrecente bouwvoor een dikke eerdlaag (plaggendek) tot op een diepte van respectievelijk 135 cm-mv en 145 cm-mv. Bij boring 3 gaat de eerdlaag rechtstreeks over in de top van het dekzand. In boring 5 is op de overgang van het plaggendek naar de top van het dekzandpakket op een diepte van 125 cm-mv en 145 cm-mv een lichtbruine iets humeuze fijne iets siltige zandlaag is aangetroffen. Deze cultuurlaag, vermoedelijk een oudere akkerlaag, bevat archeologische indicatoren. De grondwaterstand is tijdens het onderzoek niet aangetroffen. De bij boring 4 en 5 aangetroffen intacte bodem kan worden geclassificeerd als een hoge bruine enkeerdgrond. Archeologie, Archeologische indicatoren Van elke boring is het opgeboorde materiaal per afzonderlijke laag apart gezeefd over een 4 mm zeef. Het zeefresidu heeft bij boring 5 in de onderste akkerlaag twee wandscherven van roodbakkend aardewerk met loodglazuur opgeleverd. Vanwege de spaarzame toepassing van het glazuur, zijn de scherven gedateerd in de 14e of de 15e eeuw. De scherven vormen een indicatie voor de begindatering van het plaggendek.SelectieadviesOp basis van de onderzoeksinspanning, waarbij in twee van de vijf boringen sprake is van een intacte eerdlaag met archeologische indicatoren uit de late middeleeuwen, adviseren wij om het riooltracé op het deel van ’t Kip tussen de pastorie en het Kipwegje archeologisch te laten begeleiden. Omdat het tracé deels samenvalt met het bestaande tracé en deels in een ongeroerd nieuw te verstoren deel, adviseren wij om uitsluitend het nieuw te verstoren deel te laten begeleiden. Deze begeleiding kan bijvoorbeeld bestaan uit het verrichten van waarnemingen tijdens de ontgraving en profielopnames of een combinatie van beiden. Het besluit hierover dient nader afgestemd te worden met de regioarcheoloog (drs. J.A.M. Oude Rengerink). Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding met een beperkte verstoring dient voorafgaand aan het onderzoek een Programma van Eisen te worden opgesteld.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Hof van Twente), die vervolgens een selectiebesluit neemt.SelectiebesluitDe resultaten uit dit rapport zijn op 11 juli 2014 getoetst en onderschreven door het bevoegd gezag, Gemeente Hof van Twente en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Gemeente Hof van Twente (drs. J.A.M. Oude Rengerink. De regioarcheoloog adviseert in tegenstelling tot het advies van Hamaland Advies echter om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een archeologische begeleiding van een deel van het riooltrace. De reden is dat de vermoedelijke kenniswinst gering zal zijn in verhouding tot de inspanning en kosten van een archeologische begeleiding. De regioarcheoloog adviseert om amateurarcheologen in de gelegenheid te stellen om gedurende het grondwerk bij de aanleg van het riool mee te kijken en eventueel aanwezige archeologische sporen en resten als een waarneming te kunnen melden. Wij adviseren om voorafgaand aan de graafwerlzaamheden gedetailleerde ontwerpschetsen ter beschikking te stellen, aangezien die op dit moment ontbreken, waardoor geen gedetailleerd beeld bestaat over de geplande bodemverstoringen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijk beleidsadviseur archeologie van de Gemeente Hof van Twente.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务