five

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen karterende fase, inrichtingsgebied EVZ Easterskar - Tjonger, zuidelijk deel, gemeente De Friese Meren

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-10-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BC-D8XS
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>De voorliggende rapportage behandelt de uitkomsten van het karterend booronderzoek dat Antea Group in november 2017 heeft uitgevoerd. </p><p>Bij een karterend booronderzoek wordt ten opzichte van een verkennend booronderzoek in een dichter boorgrid onderzocht wat bodemopbouw is en of zich in het plangebied archeologische vindplaatsen of archeologische indicatoren bevinden.</p><p>Resulaten Voor gebied 1 geldt dat de podzolbodem matig intact is. Door het vermoedelijke gebruik van het terrein als gronddepot is de podzolbodem nog matig intact aanwezig. In het resterende profiel zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.</p><p>Voor gebied 2 geldt dat er een gevarieerde bodemopbouw is aangetroffen die een weerspiegeling is van een eveneens gevarieerd landschap ten tijde van de vroege prehistorie. Op de drie vermoedelijke dekzandruggen in dit gebied is de middelste in het bijzonder goed bewaard gebleven. In een meerderheid van de boringen is nog een laag restveen aanwezig die het volledig intacte podzolprofiel afdekt. Kennelijk heeft deze dekzandrug in de 20e eeuw weinig last gehad van verploeging en bodembewerkingen. Voor de verbetering van de grond is gekozen voor egalisatie en ophoging. Door deze egalisatie is een afvoerloze laagte, voorheen vermoedelijk een vennetje met langdurig hoogstaand water tussen twee dekzandruggen, opgevuld. Op de middelste dekzandrug zijn in boring 74 archeologische indicatoren aangetroffen (verkoold hout en bewerkt vuursteen) die mogelijk duiden op een kampement of woonplaats uit de periode laat-paleolithicum tot en met het neolithicum (RD-coördinaten van boring 74: 189.738/546.482). In de loop van het neolithicum zal het gebied echter onbewoonbaar zijn geraakt en is zelfs op de dekzandrug veengroei opgetreden.</p><p>Voor gebied 3 geldt dat het beperkte aantal boringen weinig nieuwe inzichten in de bodemopbouw of het landschap heeft opgeleverd. De bodem met podzolprofiel is matig tot goed intact, maar er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.</p><p>Advies De geplande waterloop langs de westzijde van de verbindingszone loopt door het gebied van vindplaats 1. De aanleg van de andere geplande waterloop en het naastgelegen ondiepe water zal de intacte dekzandrug ook verstoren, maar op die plaatsen zijn bij het karterend booronderzoek geen vindplaatsen is aangetroffen. </p><p>Door planaanpassing is het mogelijk om de westelijke waterloop te onderbreken ter hoogte van vindplaats 1 en de watervoerende functie door de andere aan te leggen (oostelijker gelegen) waterloop over te laten nemen. </p><p>Als planaanpassing evenwel niet mogelijk is, dan wordt geadviseerd om eerst een waarderend onderzoek uit te voeren (volgens KNA-protocol 4003a; proefputten in een verdichtend grid, bijvoorbeeld 5 bij 5 m) om de vindplaats exact te begrenzen, waarna binnen die begrenzing volledig opgegraven dient te worden (volgens KNA-protocol 4004 Opgraven). </p><p>Voor het overige deel van de middelste dekzandrug in gebied 2 geldt dat deze in bodemkundig opzicht bijzonder intact is gebleven, maar dat er bij het karterend onderzoek geen vindplaats aangetroffen is. De mogelijkheid op een eventuele kleine vindplaats die tussen de mazen van het gehanteerde boorgrid valt, blijft nog wel bestaan. Wij adviseren daarom om waar mogelijk de ondiepe ingrepen (zoals het afgraven van teelaardelaag) hier te beperken tot boven de restveenlaag (dus niet dieper dan 0,3-0,35 m – mv), zodat slechts bij het graven van de (oostelijke) waterloop de dekzandrug zal worden doorsneden. </p><p>Voor het deel van het plangebied tussen de Schoterweg en de gekanaliseerde Tjonger (geen onderdeel van dit karterend booronderzoek) blijft het advies naar aanleiding van het eerdere verkennende booronderzoek van kracht : te weten een archeologische begeleiding op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen. </p><p>De bovenstaande adviezen dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid, in deze de gemeente De Friese Meren. Zij neemt vervolgens een selectiebesluit. Indien het werk als ontgronding kwalificeert, is de provincie de bevoegde overheid en nemen provincie en gemeente een gezamenlijk besluit omtrent de archeologische aspecten van de te verlenen vergunning.</p><p>In het ontwerp voor het bestemmingsplanprocedure is vindplaats 1 ingepast. Hiermee is bescherming in situ van vindplaats 1 bewerkstelligd en is daar geen nader onderzoek nodig.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2018-06-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务