Plangebied Ouwehands Dierenpark, gemeente Rhenen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-06-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZW4-5QNR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Ouwehands Dierenpark heeft RAAP in mei 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het<br>plangebied Ouwehands Dierenpark te gemeente Rhenen. Op grond van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek geldt er voor het gehele dierenpark een hoge archeologische verwachting voor resten uit het laat neolithicum tot en met middeleeuwen en nieuwe tijd (Tweede Wereldoorlog). Resten uit deze periode konden al vanaf het maai veld worden aangetroffen in de top van de Pleistocene afzettingen.</p><p>Uit het veldonderzoek blijkt dat de bovengrond in vrijwel het gehele plangebied reeds is geroerd, maar de diepte van deze verstoringen vertoont grote verschillen. In het zuidelijke deel va n het plangebied<br>kunnen mogelijk nog archeologische resten verwacht worden ter plaatse van de boringen met een deels intacte B-C horizont in het dekzand. Hoewel er direct vanaf het maaiveld geroerde grond is aangetroffen, blijft de hoge archeologische verwachting vanaf het B-C niveau geldig voor deze periodes gezien de kans op het aantreffen van grondsporen.<br>In het centrale deel en de noordoost hoek van het plangebied worden, op mogelijke diepe sporen na, geen archeologische resten verwacht gezien de mate van verstoringen tot in het C-materiaal. De verwachting met betrekking tot het aantreffen van resten uit de Tweede Wereldoorlog blijft voor het plangebied onveranderd, aangezien de kans op het aantreffen van individuele structuren met behulp van de gebruikte onderzoeksmethode gering is.</p><p>Geadviseerd wordt om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door het waterbassin van het nieuwe Bonobo-verblijf niet aan te leggen in het zuidelijke deel van het plangebied. Wanneer het waterbassin naar het centrale deel van het plangebied wordt verplaatst, kan deze ook in reeds geroerde grond worden aangelegd. Om verstoring van de vindplaats(en) te voorkomen worden de volgende maatregelen geadviseerd: een maximale verstoringsdiepte van de bovengrond van 30 cm -mv bij boring 1, 2 en 15 en bij boring 7 en<br>11 met een maximale verstoringsdiepte van 65 cm –mv.</p><p>In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.</p>
创建时间:
2019-06-06



