Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dorpstraat 97-99 te Renswoude, gemeente Renswoude
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2xs-egvh
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving te Arnhem, een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plangebied aan de Dorpsstraat 97-99 te Renswoude. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de percelen Dorpsstraat 97 en Dorpsstraat 99 en is grotendeels onbebouwd. Het plangebied is aan de noord-, oost- en westzijde omgeven door bebouwing. Ten zuiden van het plangebied ligt een parkeerplaats behorend bij het nieuwe dorpshart ten westen van het plangebied. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als tuin en heeft een oppervlakte van circa 545 m2. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een appartementencomplex te realiseren. De precieze invulling daarvan is nog niet bekend. De nieuwe woningbouwontwikkeling zorgt voor een nog onbekende bodemverstoring. De archeologie zal dus mede bepalend zijn voor de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Renswoude ligt het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting voor jagers-verzamelaars en laag voor landbouwers (AWG 2). Vanwege de ligging in een AWG2-zone dient bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv en groter dan 100 m², voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming, een archeologisch onderzoek plaats te laten vinden. Dit onderzoek dient conform de AMZ-cyclus te worden uitgevoerd. Hamaland Advies voert haar onderzoek uit conform SIKB protocol BRL 4000 (4001 t/m 4003).Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en advies voor vervolgonderzoek is geformuleerd. Het bevoegd gezag, de Gemeente Renswoude en haar adviseur de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) dienen de resultaten van dit onderzoek te toetsen.Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een middelhoge verwachting heeft op archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een lage verwachting voor de overige perioden en de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in het dekzandlandschap. Op de eerste beschikbare historische kaarten en naar verwachting ook geruime tijd daarvoor is het plangebied een heidegebied geweest. Bewoning vanaf de Late Middeleeuwen is op de historische kaart uit de 17e eeuw niet vastgesteld. Op de kadastrale minuutplan van 1811-1832 is ten noorden van het plangebied bebouwing aanwezig en is het plangebied zelf in gebruik als tuin. Deze functie blijft het behouden tot het heden. De meldingen in Archis3 geven geen indicatie dat er in de omgeving in alle perioden menselijke aanwezigheid is geweest. De uitgevoerde onderzoeken laten een beeld zien van een verstoorde bodemopbouw in een grotere zone rond het plangebied. Daarnaast ontbreken in deze onderzoeken aanwijzingen voor, al dan niet verstoorde, archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied. Door wind en water kunnen vindplaatsen vanaf 10.000 jaar geleden, verstoven, overstoven, bedekt of weggespoeld zijn. De bodem is verstoord door ruimtelijke ontwikkelingen vanaf omstreeks 1800, maar de diepte van deze verstoring is onbekend. De archeologische niveaus bestaan meestal uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. De meeste typen archeologische resten (bot, houtskool, aardwerk, metaal) zullen door de droge en zuurstofrijke condities slecht zijn geconserveerd. Tevens kunnen aan oude wegen gerelateerde sporen en vondsten worden aangetroffen (karresporen, munten en andere ‘verloren voorwerpen’). De nieuwe ontwikkeling geeft een verstoring die nog onbekend is, maar reikt dieper dan de onderzoeksgrens van 0,30m-mv, zodat potentieel aanwezige archeologische niveaus verstoord kunnen worden en veldonderzoek noodzakelijk is.Selectieadvies Hamaland Advies adviseert om in het onderzoeksgebied een vervolgonderzoek uit te laten voeren middels verkennende boringen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied de bodem verstoord is. Onduidelijk is echter tot hoe diep deze verstoring reikt en of hiermee het archeologisch niveau verdwenen is. Middels een verkennend booronderzoek kan de diepte van verstoring worden bepaald en kan het archeologisch verwachtingsmodel zoals omschreven in dit bureauonderzoek verder worden gespecificeerd.Resultaten booronderzoek Het booronderzoek toont aan dat in het plangebied sprake is van aanwezigheid van twee moestuinen die ten tijde van het onderzoek pas gespit en ingezaaid waren. In de ondergrond is een zwarte eerdlaag aangetroffen met subrecent afval (19e en 20e eeuw), waarvan de basis in 3 van de 5 boringen geroerd was (vermengd was) met de top van de C-horizont (dekzand). De sporen van de (moes)tuin zijn niet ouder dan de 19e eeuw. Verder heeft het booronderzoek geen archeologische relevante indicatoren of cultuurlagen opgeleverd.Selectieadvies Op grond van het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een archeologische vindplaats en de aanwezigheid van een subrecent verstoorde bodem adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat kleine fenomenen zoals steentijdvindplaatsen, urnengraven, veldovens of afvaldumps lastig op te sporen zijn met booronderzoek. Wij adviseren tevens om de middelhoge archeologische verwachting voor jagers/verzamelaars bij te stellen naar laag, vanwege de aanwezigheid van een afgetopte C-horizont en het ontbreken van indicatoren voor bewoning in deze periode.Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 5 april 2017 namens gemeente Renswoude beoordeeld door de ODRU1. De ODRU onderschrijft het selectieadvies van Hamaland Advies om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek verplicht te stellen. Voor wat betreft het aspect archeologie kan het plangebied worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling.Voorbehoud Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de archeologisch adviseur van de gemeente Renswoude.
创建时间:
2024-01-31



