five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Goorweg 26 te Meddo (Winterswijk) Gemeente Winterswijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2013-12-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2XV-M23S
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van familie J.A. te Brake een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouw van een jongveestal aan de Goorweg 26 te Meddo. Voor de realisatie hiervan dient een bestaand gebouw te worden gesloopt (Winterswijk, zie bijlage 1). Het plangebied ligt in het buitengebied van Meddo (Winterswijk) aan de noordzijde van de Goorweg. De totale omvang van de ontwikkeling en daarmee het plangebied bedraagt ca. 225 m2. Hiervan is circa 165 m2 verstoord door eerdere bodemingrepen. Omdat het gebied een hoge archeologische waarde heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Winterswijk, dient aangetoond te worden dat met de geplande bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm-mv. Omdat nog circa 90 m2 onverstoord is, heeft het bevoegd gezag (dhr. K. Meinderts) te kennen te geven dat voor het gehele plangebied archeologisch onderzoek noodzakelijk is. </p><p>Het onderzoek dient derhalve voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning (Bouwen) en voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een verkennend inventariserend veldonderzoek (karterende fase). </p><p>Conclusie <br>Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek. </p><p>De aangetroffen bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld tot circa 85 cm-mv uit een betonverharding of klinkerverharding met daaronder diverse puinrijke subrecente ophogingslagen op een ondergrond van dekzand. Een oorspronkelijke bodem is niet aangetroffen. De bodemopbouw is volledig verstoord tot in de top van de C-horizont door de bouw van de grupstal. </p><p>Op basis van de onderzoeksinspanning, waarbij geen intacte bodem en geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, is er geen reden om archeologische waarden aan te kunnen treffen in het plangebied. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. </p><p>Wat betreft landschappelijke ligging en verwacht oorspronkelijk bodemtype geeft het booronderzoek geen overeenstemmend beeld met dat wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. De verwachte (sub)recente bodemverstoring (ontginning van het oorspronkelijke heidegebied en de bouw van de grupstal) is wel bevestigd met het veldonderzoek. De dientengevolge lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum wordt door het veldonderzoek bevestigd. </p><p>Selectiebesluit <br>Aangezien er tijdens het karterend booronderzoek is aangetoond dat de bodemopbouw volledig verstoord is door de bouw van de grupstal en er geen relevante archeologische vondsten gedaan zijn, bevestigd dit de lage trefkans op aanwezigheid van intacte archeologische vindplaatsen. De kans dat de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging vormen voor het archeologische bodemarchief is verwaarloosbaar. Hamaland Advies adviseert daarom om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. </p><p>Op 18 november 2013 is het rapport en het selectieadvies beoordeeld, waarbij geen aanleiding is tot het maken van (inhoudelijke) opmerkingen. Met het advies is door de gemeente Winterswijk en diens adviseur, de regionaal archeoloog van de Omgevingsdienst Achterhoek, ingestemd (Kocken M., 2013, brief met kenmerk S2013-000436).</p><p>Voorbehoud <br>Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. </p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2013-12-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务