Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Lochemseweg 16 te Warnsveld, gemeente Zutphen (GD)
收藏DataCite Commons2025-10-16 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GIHWOK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in november 2023 – januari 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Lochemseweg 16 te Warnsveld. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een horecagelegenheid.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.
Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.
Het plangebied ligt op een rivierduin dat rondom omgeven is door beekdalen. Bodemkundig komen hoge bruine enkeerdgronden bestaande uit lemig fijn zand (bEZ23) voor. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten bekend vanaf het Paleolithicum tot Laat-Mesolithicum en Bronstijd tot Nieuwe Tijd. Sommige archeologische resten zoals huttenleem hebben een onduidelijke datering vanaf het Neolithicum tot Nieuwe Tijd.
In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland en later grotendeels als bos. Het perceel waarbinnen het plangebied is gelegen ligt aan een oude handelsweg die tenminste teruggaat tot de Late Middeleeuwen, toen Zutphen lid was van de Hanze. De eerste bebouwing op het perceel dateert uit 1900, terwijl het plangebied aldoor onbebouwd was zover dat historisch kan worden herleid. Mogelijk heeft binnen het plangebied enige verstoring plaatsgevonden door grondbewerkingen en bosaanplant.
De archeologische verwachting is hoog voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum) vanwege de ligging in een gradiëntzone. De hooggelegen delen van het landschap waren zeer geschikt voor bewoning en aan die zones kan dan ook een hoge verwachting worden toegekend vanaf het Midden-Neolithicum tot Late Middeleeuwen. Omdat bebouwing ontbreekt op het vroegste kaartmateriaal is de archeologische verwachting middelhoog voor de Nieuwe Tijd.
Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de hoge archeologische verwachting voor landbouwers (Midden-Neolithicum tot Late Middeleeuwen) en middelhoge archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd moet worden gehandhaafd op basis van onverstoorde enkeerdgronden. De archeologische verwachting voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum) is laag omdat afgedekte podzolgronden meestal zijn afgetopt tot in de BC-horizont.
Als de ontgravingsdiepte beperkt kan worden tot 9,77 m +NAP (ongeveer 32 cm -mv op het laagste deel van het terrein), waarbij een veiligheidsmarge van 30 cm is meegenomen, wordt een behoud in-situ geadviseerd. Omdat het oostelijke deel van het plangebied nogal laag is gelegen, zal dat waarschijnlijk moeten worden opgehoogd.
Als de ontgravingsdiepte het niveau van 9,77 m +NAP overschrijdt wordt basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).
Normaliter wordt minimaal 8 % van het gebied, waarvoor vervolgonderzoek geadviseerd is, onderzocht. Gezien relatief geringe omvang te verstoren plangebied is het opportuun in het Programma van Eisen te voorzien in een doorstart naar een opgraving mocht het IVO-P daar aanleiding toe geven.
We adviseren wel de dubbelbestemming Archeologie in het huidige bestemmingsplan te handhaven gezien mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Zutphen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, dr. M. Groothedde, Gemeentelijk Archeoloog.
Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-14



