five

Plangebied “Maatregelen Wateroverlast Gulpdal” tussen Slenaken en Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-11-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZXM-2NGY
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van LievenseCSO Milieu B.V. heeft RAAP in september 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van plangebied “Maatregelen Wateroverlast Gulpdal” tussen Slenaken en Gulpen, in de gemeente Gulpen-Wittem. Het plangebied bestaat uit 17 deelgebieden waarvoor diverse maatregelen (zoals bijvoorbeeld verruwing van dalhellingen, maaiveldverlagingen, aanleg cascadesysteem) zullen worden genomen om wateroverlast in het Gulpdal te voorkomen. Doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de aanwezige en verwachte archeologische waarden in het plangebied. Hieraan is vervolgens een concreet advies gekoppeld ten aanzien van een verantwoorde omgang met deze waarden tijdens de planuitvoering. </p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat de deelgebieden grotendeels in het laag gelegen en natte beekdal van de Gulp liggen waar poldervaaggronden voorkomen. De randzones van sommige deelgebieden zijn gelegen ter plaatse van de wat hoger gelegen en drogere löss- en afbraakwanden. Ter plaatse van de lösswanden komen ooivaaggronden voor, en ter plaatse van de afbraakwanden hellinggronden. In de omgeving van de deelgebieden (straal van 500 m) zijn vooral vuursteenvindplaatsen uit de periode Paleolithicum t/m Neolithicum bekend. Deze bevinden zich grotendeels op de hoger gelegen plateauterrassen en afbraakwanden, waar ze vaak verstoord zijn als gevolg van hellingerosie. Ter plaatse van (de rand van) het lager gelegen beekdal komen de historische kernen voor van Slenaken, Beutenaken, Pesaken en Euverem; de bewoning kan hier teruggaan tot in de Late Middeleeuwen (archeologische monumenten van hoge archeologische waarde; AMK-nrs. 16385, 16386, 16432 en 16431). </p><p>Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een gebiedsspecifieke archeologische verwachting opgesteld (figuren 10a en b). Bij het opstellen van de archeologische verwachting is onderscheid gemaakt tussen “droge” en “natte” landschappen, voor zover dat kan. Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat ter plaatse van het Gulpdal nederzettingsresten, die eigen zijn aan “droge” landschappen, niet uitgesloten kunnen worden ter plaatse van (de drogere delen van) het beekdal (§3.3). Het verwachtingsmodel is gebaseerd op de gemeentelijke verwachtingskaart met als voornaamste verschil de gedetailleerde toewijzing van afzonderlijke verwachtingszones binnen het beekdal van de Gulp, met onderscheid in een (voornamelijk) hoge en onbekende archeologische verwachting in plaats van een middelhoge verwachting. Hierdoor is het archeologisch potentieel van het plangebied en de ruimtelijke invulling hiervan nauwkeurig in kaart gebracht, zodat deze elementen beter kunnen worden meegewogen in de uiteindelijke planvorming. </p><p>De verwachtingskaart is vertaald naar een advieskaart (figuren 11a en b). Als algemene aanbeveling geldt dat de archeologische waarden binnen het plangebied zo goed mogelijk moeten worden ontzien middels planaanpassing of -inpassing. Concreet komt het erop neer om in archeologisch waardevolle gebieden geen graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm beneden bestaand maaiveld uit te voeren. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt het volgende geadviseerd: <br>- In de gebieden met een hoge archeologische verwachting voor “natte landschappen” (met name voor afvaldumps, beekovergangen, molenresten, visvijvers en omgrachting kasteel Groenendaal), dienen de graafwerkzaamheden plaatsvinden in de vorm van een intensieve archeologische begeleiding; <br>- In de gebieden met een onbekende archeologische verwachting voor “natte landschappen”, dienen de gegraven vlakken tijdens en na de graafwerkzaamheden regelmatig te worden geïnspecteerd door een archeoloog (extensieve archeologische begeleiding). Indien hier een vindplaats wordt aangetroffen dan kan de extensieve begeleiding worden bijgesteld naar een intensieve begeleiding; <br>- Voor de “droge gebieden” met een hoge archeologische verwachting voor nederzettingen (zowel jager-verzamelaars als landbouwers, en in de historische kernen) wordt een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Indien een proefsleuvenonderzoek praktisch niet haalbaar is omdat bijvoorbeeld slechts een relatief beperkte ingreep wordt uitgevoerd, dan kan hier ook een intensieve begeleiding worden uitgevoerd. Dit gebeurt dan in overleg met het bevoegd gezag (de gemeente). </p><p>Voorafgaand aan archeologisch vervolgonderzoek (proefsleuvenonderzoek, intensieve en/of extensieve archeologische begeleiding) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Hierin worden de randvoorwaarden bepaald ten aanzien van het onderzoek. Dit PvE dient in overeenstemming te zijn met de richtlijnen die door het bevoegd gezag worden gesteld. </p><p>Dit rapport geeft uitsluitend (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een (selectie)besluit kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid, de gemeente Gulpen-Wittem.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2018-11-22
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务