Gemeente Bergeijk. Plangebied Boshovensestraat 21 deel 2 te Riethoven
收藏DANS Data Station Archaeology2011-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZVM-XQV7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Men is voornemens de grond ter plekke van een huidige akker te verbeteren, waarbij de bovenste 80 cm van het aanwezige zand zal worden afgegraven. Archeologische resten kunnen hierbij vernietigd worden. Derhalve is er een bureau- en veldonderzoek (mbv boringen) uitgevoerd ter plekke van het plangebied (2,5 ha).</p><p>In opdracht van Antonissen Agrarisch Advies heeft het onderzoeks- en adviesbureau<br>BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met<br>behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied<br>Boshovensestraat 21 deel 2 te Riethoven.<br>Op basis van het bureauonderzoek kan de hoge verwachting op het aantreffen van<br>archeologische resten uit de IKAW voor het noordelijke deel van het plangebied voor<br>de periode laat-paleolithicum tot en met heden gehandhaafd blijven. Deze verwachting<br>is voornamelijk gebaseerd op basis van de ligging op de flank van een dekzandrug op<br>de overgang naar een beekloop waarop verscheidene archeologische resten zijn<br>aangetroffen. Op basis van de reeds bekende waarnemingen en AMK-terreinen<br>worden er specifiek gezien archeologische resten uit het neolithicum tot en met de<br>bronstijd (complextype: jacht- en/of verzamelaarskampement), nederzettingen en<br>urnenvelden uit de ijzertijd tot en met de Romeinse tijd en sporen van ontginning uit de<br>nieuwe tijd verwacht.<br>Voor het zuidelijke deel van het plangebied kan de lage verwachting uit de IKAW<br>worden bijgesteld naar een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van<br>archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met heden. De lage tot<br>middelhoge verwachting is gebaseerd op het feit dat het vooralsnog niet duidelijk is of<br>dit gedeelte zich binnen de contouren van een zuidelijk gelegen beekdal of op een<br>drogere terraswelving bevindt. Vanwege de nattere omstandigheden gedurende het<br>Laat Glaciaal en het Holoceen was dit deel van het plangebied minder gunstig voor<br>vestiging of bewoning. Pas na ontginning van het natte heidegebied werd dit deel van<br>het plangebeid gunstiger voor menselijke activiteiten. Er dient hier voornamelijk<br>rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van bijzondere archeologische<br>datasets zoals rituele deposities, restanten van voorden, bruggen, visfuiken, uitgeholde<br>boomstammen (kano's) etc.<br>Op basis van het inventariserend veldonderzoek blijkt het plangebied inderdaad op een<br>zogenaamde gradiëntzone te liggen, dat archeologisch gezien een uitermate geschikte<br>plaats voor vestiging was voor zowel de sedentair levende mens als voor jagers en<br>verzamelaars uit de steentijd. Bodemkundig echter is er met name in het noordelijke,<br>hoger gelegen deel van het plangebied sprake van grootschalige aftopping van het<br>oorspronkelijke leefoppervlak. Er zijn in dit deel van het plangebied, waar<br>vorstvaaggronden verwacht worden, geen verbruinde Bw- of BC-horizonten<br>aangetroffen die normaliter aangetroffen worden in de top van een vorstvaaggrond.<br>Hierdoor zullen eventueel aanwezige sporen niet meer 'in situ' aanwezig zijn. Dit wordt<br>bevestigd door het ontbreken van sporen ter plekke van een mogelijke prehistorische<br>vindplaats (slechts één waargenomen prehistorische kuil) in een naastgelegen perceel<br>waarvoor dezelfde bodemkundige en lithostratigrafische positionering geldt als voor het<br>huidige plangebied.1 Tijdens dit onderzoek werd geconcludeerd dat eventueel<br>aanwezige archeologische resten als gevolg van de ruilverkaveling niet meer als<br>zodanig aanwezig waren, waardoor de vindplaats niet meer behoudenswaardig werd<br>geacht. In het zuidelijke deel van het plangebied waren de hydrologische<br>omstandigheden dusdanig ongunstig dat menselijke activiteit hier waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden. Ook is er in een naastgelegen akker geen vondstmateriaal<br>aangetroffen dat kan duiden op een mogelijke vindplaats ter plekke van het lager<br>gelegen nattere deel van het plangebied.<br>Op basis van de bovenstaande gegevens kan de lage tot hoge verwachting op het<br>aantreffen van archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met heden<br>opgesteld tijdens het bureauonderzoek voor het gehele plangebied worden bijgesteld<br>naar een lage verwachting voor alle perioden (Bijlage 3). Een verder vervolgonderzoek<br>wordt derhalve door BAAC bv niet noodzakelijk geacht.</p>
创建时间:
2011-06-01



