five

archeologisch bureau- en booronderzoek Laan van Westenenk 45 te Apeldoorn

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-03-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z4M-XAR7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op een kleine daluitspoelingswaaier. Voor de periode Paleolithicum – Mesolithicum geldt voor deze zones een lage verwachting. In deze perioden hadden vooral de overgangsgebieden, zoals het overgangsgebied van de stuwwal naar de lager gelegen dekzandgebieden, de voorkeur voor kampementen. Hoewel in het gehele zandgebied losse vondsten uit deze periode kunnen voorkomen, betreffen dit hoofdzakelijk ‘toevalsvondsten’ die niet duidelijk gerelateerd zijn aan landschappelijke eenheden. Voor de periode vanaf het Neolithicum t/m de Vroege-Middeleeuwen geldt voor het grootste deel van het plangebied een hoge verwachting. Door de relatief hoge ligging in het landschap vormden ze vermoedelijk en gunstige vestigingslocatie. Een groot deel van de vindplaatsen binnen de gemeente Apeldoorn ligt op kleine daluitspoelingswaaiers. Vandaar dat resten kunnen voorkomen uit de periode Neolithicum – Vroege-Middeleeuwen. De verwachting voor de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is laag. Op basis van historisch kaart-materiaal was het plangebied in het begin van de 19e eeuw nog onontgonnen en gelegen in een heidegebied. Halverwege de 19e eeuw werd het landschap langzaam aangepakt en vanaf midden 19 eeuw werden de eerste boerderijen en/ of woningen in het plangebied gerealiseerd en werd de omgeving van het plangebied ingedeeld als bedrijfsterrein. De archeologische resten worden direct aan of onder het maaiveld verwacht en in het uiterste noorden onder en ca. 50 cm dik ophogingspakket. De vondstenlaag wordt verwacht vanaf het maaiveld of direct onder het ophogingspakket. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en water-putten) worden binnen 50 cm hieronder verwacht. Het vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Resultaten inventariserend veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn daluitspoelingswaaierafzettingen aangetroffen, bestaande uit matig fijn tot zeer grof, grindhoudend zand. In de boringen 1, 2, 4 en 7 is hierin alleen een lichtgrijze C-horizont aangetroffen en bestaat de bodem tot 130 à 150 cm –mv (21,7 à 21,9 m +NAP) uit omgewerkte en opgebrachte lagen. In de boringen 3, 5 en 6 is een grotendeels intact podzolprofiel aangetroffen. In boring 5 en 6 is de AE-horizont nog aanwezig en in boring 6 bevindt zich hieronder nog een restant van de E-horizont. De top van de AE-horizont bevindt zich op 50 à 70 cm –mv (22,4 à 22,7 m +NAP). Hieronder bevindt zich een B-horizont. In boring 3 is alleen de B-horizont nog aanwezig, op 80 cm –mv (24,2 m +NAP). De C-horizont bevindt zich in deze drie boringen op 90 cm –mv (22,1 à 22,3 m +NAP). Op basis van het verschil in diepteligging van de C-horizont in de boringen met een intact bodemprofiel (22,1 à 22,3 m +NAP) en de boringen met een verstoord bodemprofiel (21,7 à 21,9 m +NAP) kan geconcludeerd worden dat in de boringen met een verstoord bodemprofiel ca. 20 à 60 cm van de C-horizont verloren is gegaan. Een groot deel van de archeologische sporen zullen daardoor verdwenen zijn. Bovendien zal de bodem in het plangebied slechts tot 80 cm –mv ontgraven worden. Aangezien de C-horizont in de boringen met een verstoord bodemprofiel zich pas vanaf 130 cm –mv bevindt, zal dit niveau niet aangetast worden bij de geplande bodemingreep. In de zone met een intact bodemprofiel (ca. 800 m2) kunnen archeologische resten voorkomen vanaf 50 à 80 cm –mv. Gezien de geplande bodemingreep tot 80 cm –mv zullen eventuele archeologische vindplaatsen hierbij verstoord worden.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-03-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务