Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase, Korteweg 2 te Pijnacker
收藏DANS Data Station Archaeology2016-12-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XHE-8ZGK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het plangebied ligt ten westen van de ontginningsas en de historische boerderijlocatie aan de Kerkweg. In de boringen op het oostelijke deel van het plangebied (boring 1-3), wat grenst aan de historische boerderijlocatie is slechts sprake van een dunne Ah/Ap-horizont zonder oud bouwpuin. Als hier in het verleden bebouwing had gestaan, dan zou een dikker humeuze Ahorizont aanwezig worden verwacht, die waarschijnlijk ook oud bouwpuin had bevat. Waarschijnlijk is het plangebied altijd vrij nat gewest en alleen gebruikt als weiland. De kans dat hier historische bebouwingsresten aanwezig zijn wordt klein geacht. Ter plekke van de huidige bebouwing zullen eventueel aanwezige oudere bebouwingresten zijn verdwenen door de aanleg van een bouwput. In de dieper gelegen kreekafzettingen ontbreekt in de top van deze afzettingen een bodem, wat aangeeft dat toen het gebied zeer nat moet zijn geweest, waardoor er geen bodem is gevormd. Dit betekent ook dat het gebied niet geschikt was voor bewoning. Er zijn geen veenresten aangetroffen van het oorspronkelijke afdekkende veenpakket, dat is ontgonnen en afgegraven. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien het niveau waarop deze kunnen worden aangetroffen buiten de scope van het onderzoek liggen wordt de zeer lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Midden- Mesolithicum en de lage verwachting voor het Laat-Mesolithicum gehandhaafd. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Aangezien het plangebied in het Neolithicum tot en met de Vroege-IJzertijd in een veengebied lag (blijkt uit boring 1, waar nog veen is aangetroffen) dat ongeschikt was voor bewoning en later grotendeels is geërodeerd kan de lage verwachting uit het bureauonderzoek voor deze periode op grond van het veldonderzoek worden gehandhaafd. Het ontbreken van een bodem in de Gantelafzettingen uit de periode Midden-IJzertijd tot en met Midden-Romeinse tijd geeft aan dat het gebied zeer nat was en het plangebied daardoor niet geschikt was voor bewoning. Daarom kan de middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor deze periode op grond van het veldonderzoek worden bijgesteld naar laag. Vanaf de Laat-Romeinse tijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen laag het plangebied in een veenmoeras dat later in ontgonnen en nu niet meer aanwezig is. De lage verwachting uit het bureauonderzoek voor deze periode kan daarom op grond van het veldonderzoek worden bijgesteld naar geen verwachting. Op grond van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de perioden Late-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd vanwege de ligging binnen een historisch bebouwingslint. Uit de geringe dikte van de A-horizont, het ontbreken van oud bouwpuin in deze horizont, blijkt dat het plangebied geen deel heeft uitgemaakt van de oude bebouwingszone en waarschijnlijk altijd in gebruik is geweest als weiland. Daarnaast is een groot deel van de bovengrond in het plangebied verstoord door de huidige bebouwing. Vandaar dat de middelhoge verwachting voor deze periode op grond van de veldresultaten wordt bijgesteld naar laag.</p><p>Op grond van de resultaten van het onderzoek acht Archeodienst BV een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2016-02-01



