Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek – Overig Verkennend Booronderzoek Nering 6 te Giethoorn Gemeente Steenwijkerland
收藏DataCite Commons2026-01-15 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/IFRX9B
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van een zakelijke klant heeft Mateboer Milieutechniek B.V. een archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek – Overig in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Nering 6 te Giethoorn. Het archeologisch onderzoek betreft de voorgenomen realisatie van 16 loodsen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.500 m2, de loodsen zullen worden gerealiseerd tot een diepte van ca. 1,00 m -mv. In het bestemmingsplan Giethoorn geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit betekent dat (binnen de bebouwde kom) werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 250 m² én dieper dan 0,50 m -mv. zonder archeologisch onderzoek niet toegestaan zijn. Aangezien de te realiseren loodsen de genoemde grenswaarden van 250 m² en 0,50 m -mv. overschrijden, is archeologisch onderzoek vereist.
</p><p>
Het plangebied bestaat uit een gestapeld landschap. Onderin ligt een complex van dekzandwelvingen. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen directe archeologische indicatoren aangetroffen. Echter liggen dekzandwelvingen doorgaans als (gematigde) verhoging in het landschap. Dit maakt dat dit soort welvingen al sinds de prehistorie door de mens bij voorkeur kunnen zijn gebruikt. Een vindplaats uit de steentijd valt hier niet uit te sluiten. In verband met een gebrek aan archeologische indicatoren maar de aanwezigheid van belangrijke landschapselementen, is de verwachting voor de periode van het Paleolithicum tot en met het Midden Neolithicum middelhoog. Uit die periode kunnen onder andere houtskoolconcentraties/haardkuilen en resten van bewoning en vuursteenbewerking worden aangetroffen. Archeologische resten worden verwacht in de top van het dekzand.
</p><p>
In verband met veenontwikkeling, daalt de verwachting van het Laat Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen naar laag. Het gebied lijkt in deze periode onbewoond en/of in ongebruik te zijn geraakt. De eerste Middeleeuwse bewoningsfase van Giethoorn stamt uit de 13e eeuw. Ook is de regio tijdens de Grote Ontginning verveend. Onderhavig plangebied is echter geen onderdeel van (één van de) historische woonkernen van Giethoorn. In combinatie met het gebrek aan archeologische resten binnen het onderzoeksgebied, is de verwachting voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd middelhoog. Te verwachten complexen zijn resten van veenwinning, infrastructuur, agrarische productie en voedselvoorziening. Resten uit deze periode zijn direct onder de aanwezige ophoging aan te treffen.
</p><p>
Uit het verkennend booronderzoek blijkt de in het bureauonderzoek beschreven bodemopbouw grotendeels verstoord. Het plangebied is verveend en opgehoogd. In een enkele boring is vermoedelijke bodemvorming in het dekzand aangetoond. Hier zijn de onderkant van een B-horizont en een intacte BC-horizont aanwezig, de onderkant van een vermoedelijke podzol. De verwachting uit het Bureauonderzoek wordt slechts gedeeltelijk bevestigd. In een enkele boring is nog een gedeeltelijk intacte top van het dekzand aanwezig. Met deze bevindingen wordt de verwachting van het Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd ontkracht.
</p><p>
In de zuidoostelijke hoek van het plangebied is een gedeeltelijk intact bodemprofiel aanwezig. Dit is in lijn met de verwachting voor de periode van het Paleolithicum tot en met het Midden Neolithicum. Archeologische niveaus uit de tijdsspanne van het Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd zijn niet meer intact aanwezig. Echter zijn in de zuidoostelijke hoek vermoedelijke sporen van vroegere bodemvorming aangetoond. In verband met de aanwezigheid van een ondoordringbare puinlaag in het noordelijke gedeelte van het plangebied, valt aanwezigheid van archeologie ook hier niet uit te sluiten.</p><p>
Met huidige bouwplannen lijkt bodemverstoring beperkt te blijven. Het relevante archeologische niveau is aangetoond vanaf circa 140 centimeter onder maaiveld (-1,28 m NAP). Enkel de geplande funderingspalen zullen tot in een archeologisch niveau reiken. De afstand tussen de heipalen is vier meter. Het totaal aantal vierkante meters aan verstoring dat de heipalen zullen veroorzaken, is zeer beperkt. Ondanks dat de noordelijke boringen zijn gestuit, kan hier vanuit
worden gegaan dat de archeologisch relevante laag op ongeveer dezelfde diepte aanwezig is. </p><p>
Gelet op de maximale verstoring, voldoen de huidige bouwplannen aan de richtlijnen voor archeologievriendelijk bouwen. Geadviseerd is om de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ in stand te houden en het plangebied vrij te geven voor de huidige bouwplannen.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-06



