five

Groningen Spoorzone WP 2.13 Archeologisch booronderzoek Station Groningen (GR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-09-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XHF-QW3B
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>De aanleiding tot het hier beschreven verkennend veldonderzoek door middel van boringen zijn de voorgenomen werkzaamheden van ProRail op en om Station Groningen. De werkzaamheden betreffen onder meer de aanleg van een busplatform en transfer-, fiets- en bustunnels. Omdat deze plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, is er een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Monumentenwet 1988 in het kader van wijzigingen in het bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning. Movares Adviseurs en Ingenieurs heeft <br>MUG Ingenieursbureau opdracht gegeven het onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek omvat werkpakket 2.13 van het project Groningen Spoorzone. Voorafgaand aan het booronderzoek heeft een bureauonderzoek plaatsgevonden.</p><p>Het voorliggende veldonderzoek is uitgevoerd als een verkennend booronderzoek. Oorspronkelijk was het de bedoeling in totaal 28 boringen te plaatsen, maar dat bleek vanwege de aard van het onderzoeksterrein, de bodemgesteldheid en de werkomstandigheden niet haalbaar te zijn. Het niet uitvoeren van een deel van de beoogde boringen is overlegd met gemeente Groningen, mede ingegeven door de geringe archeologische resultaten van de wel gezette boringen en door de zeer lage verwachting van archeologische indicatoren in het resterende deel van het onderzoeksgebied, maar vooral door de praktische onhaalbaarheid van het onderzoek vanwege grindlagen en grondwater. In overleg met de bevoegde overheid is besloten te rapporteren op basis van de eerste elf op het onderzoeksterrein geplaatste boringen.</p><p>De boringen die wel tot op de beoogde diepte gezet konden worden laten sterke verstoringen van de bodem zien tot een diepte van 1 m en 2,5 m-mv. De verstoringen hangen zeer waarschijnlijk samen met de aanleg van het station. Op basis van de gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en oude foto’s blijkt het spoor ten behoeve van de aanleg verdiept en uitgevlakt te zijn. Dit blijkt ook uit de maaiveldhoogtes van het terrein. De maaiveldhoogte rond het station en het opstelterrein is overal 2,3 m+NAP, plus of min 2 cm, ondanks de ligging van het terrein op de flank van de Hondsrug.</p><p>Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek is de archeologische verwachting binnen het huidige onderzoeksgebied, zijnde het toekomstige bus-emplacement en de bus-, voetgangers- en fietserstunnels ten zuiden van Station Groningen, laag. MUG Ingenieursbureau adviseert daarom geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. De oorspronkelijke bodem op deze locaties is zeer waarschijnlijk geheel verdiept en uitgevlakt voorafgaand aan de aanleg van de spoorlijnen. De omvang van deze verstoring is zeer waarschijnlijk gelijk aan het deel van het terrein waar rails zijn aangelegd. Aan de westzijde van het onderzoeksgebied, net buiten het boorgrid, ligt tevens de verstoring die werd veroorzaakt door de aangelegde en weer gedempte haven. </p><p>Dit advies is getoetst door de bevoegde overheid, in deze gemeente Groningen, vertegenwoordigd door gemeentearcheoloog de heer G.L.G.A. Kortekaas. Gemeente Groningen deelt de conclusies, maar maakt een voorbehoud. Voor het gebied van de boringen 2 t/m 9 en 11 t/m 13 is de gemeente het ermee eens dat met grote mate van zekerheid gesteld kan worden dat de bodem hier zodanig verstoord is dat een redelijke kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten erg klein is. Voor het gebied ten zuiden daarvan, waar geen boringen zijn gezet, is het aannemelijk dat ook daar de bodem is verstoord omdat verondersteld mag worden dat voor alle treintracés, ook de jongste, de ondergrond op vergelijkbare wijze is aangepakt. De zekerheid daarover is echter niet voldoende. Daarom heeft de gemeente besloten dat na verwijdering van het spooremplacement en de bijbehorende grindlagen alsnog een paar controleboringen gezet moeten worden. Alleen onder deze omstandigheden kan een booronderzoek uitgevoerd worden waaruit de benodigde gegevens naar voren kunnen komen. Dit besluit hangt tevens samen met de verwachting dat de overgang van de Hondsrug naar het dal van de A zich binnen het plangebied bevindt. Hierdoor is er een kleine kans dat een deel van het plangebied hier van nature lager lag en alleen is opgehoogd bij de aanleg van de rails ter plaatse. Bij alleen ophoging blijft de natuurlijke dekzandondergrond (grotendeels) intact. Bijlage 4 geeft de ligging van de zone voor vervolgonderzoek weer.</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau b.v.
创建时间:
2015-09-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务