Archeologisch vooronderzoek in het kader van geplande wegenbouw voor Royal Flora Holland te Aalsmeer, gemeente Aalsmeer
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zjc-r33g
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied in Aalsmeer, gemeente Aalsmeer. Het plangebied is 4,8 hectare groot, en beslaat grotendeels de bestaande infrastructuur van de N201 en de N231, groenvoorzieningen en waterpartijen. Onderdeel van de scope is het laten uitvoeren van diverse onderzoeken, waaronder archeologisch bureauonderzoek. De exacte omvang en diepte van de werkzaamheden zijn nog niet bekend.Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid.Op basis van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Binnen het plangebied kan onder de holocene afzettingen intact dekzand worden aangetroffen op een diepte van 16 meter beneden maaiveld. Hierin kunnen sporen voorkomen uit het Laat Paleolithicum en het Mesolithicum (tot 7000 BP). Het plangebied ligt in een getijdevlakte met daarop een veendijk. In theorie kunnen binnen het getijdenlandschap de oevers van actieve kreken en fossiele kreekruggen gedurende het (Laat-)Neolithicum goede bewoningsmogelijkheden hebben geboden. Er zijn echter in het Holocene pakket in de wijde omgeving geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van hoog opgeslibde kwelders, kreekruggen of oeverwallen. Voor de periode (Laat-) Neolithicum is er daarom een lage archeologische verwachting, Ook voor de latere perioden geldt voor het getijdenlandschap binnen het plangebied een lage archeologische verwachting vanwege de grootschalige vervening vanaf de 13e eeuw. Hoewel in het gebied vanaf de Late-Middeleeuwen op grote schaal turf werd gestoken, bleef een smalle strook aan weerszijden van de Legmeerdijk gespaard. Gezien de ligging van het plangebied ter plaatse van een strook onverveend gebied langs de Legmeerdijk, moet rekening worden gehouden met archeologische resten vanaf de Late-Middeleeuwen. Deze zullen vermoedelijk uit ontginningssporen bestaan. De kans op het aantreffen van bewoningsresten wordt op grond van ontbreken van aanknopingspunten op oude kaarten daarentegen als laag ingeschat. Toch kunnen bewoningsresten niet volledig worden uitgesloten aangezien erven in de loop der tijd verplaatst kunnen zijn. In de intact top van het Hollandveen direct naast de dijk en onder de dijk kunnen ook oudere resten vanaf de IJzertijd tot aan de Vroege-Middeleeuwen aanwezig zijn. Het gebied langs de Legmeerdijk is echter in 2004 door een karterend booronderzoek in kaart gebracht; hieruit blijkt dat de bodem rondom de Legmeerdijk grotendeels verstoord is door (sub)recente bouwactiviteiten. Er worden geen ondergrondse bouwhistorische waarden verwacht binnen het plangebied. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) staan binnen het plangebied geen resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed afgebeeld.Advies De top van het pleistocene dekzand in het plangebied is waarschijnlijk intact, gelegen op een diepte van 16 meter beneden maaiveld. Eventuele archeologische waarden uit de perioden Laat Paleolithicum en Mesolithicum op dit dekzand kennen echter een zeer diffuse spreiding en liggen te diep om door regulier archeologische veldwerk te worden onderzocht. Voor de latere perioden geldt een lage verwachting vanwege de grootschalige verveningactiviteiten vanaf de 13e eeuw en het feit dat het gebied rond de Legmeerdijk aanzienlijk verstoord is bij (sub)recente bouwactiviteiten.Voor het plangebied geldt daarom dat de archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek laag is. Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie adviseert dan ook geen verdere vervolgstappen in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Wel dient voor de werkzaamheden in het plangebied een Werkprotocol Archeologische Toevalsvondsten te worden opgesteld, waarin de meldingsplicht van een archeologische vondst en het proces hoe dat te doen wordt toegelicht.Het bevoegd gezag, de Gemeente Aalsmeer, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de Gemeente Aalsmeer, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



