Archeologie in de Betuweroute. Hardinxveld-Giessendam Polderweg. Een mesolithisch jachtkamp in het rivierengebied (5500-5000 v. Chr.)
收藏DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zpk-4g4a
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In de gemeente Hardinxveld-Giessendam liggen in het tracé van de Betuweroute twee kleine rivierduinen met sporen van bewoning: Polderweg en De Bruin. In dit boek wordt verslag gedaan van de opgraving op de vindplaats Polderweg en van de analyse van de daarbij verzamelde gegevens.De rivierduinen of ‘donken’ zijn gevormd tijdens het Laat-Glaciaal. Ten tijde van de bewoning in het Laat-Mesolithicum was de donk Polderweg een droge plek in het omliggende moeraslandschap, maar daarna is het duin bedekt geraakt met veen en klei. Het hoogste punt van de donk Polderweg bevindt zich heden ten dage ongeveer drie meter onder het maaiveld. Ondanks deze diepte kon de vindplaats niet behouden blijven: de aanleg en het gewicht van de spoorlijn zouden de kwetsbare vondstlaag te veel verstoren. Een opgraving was geboden. Door de afdekking met riviersediment bleek met name het organische materiaal uitstekend geconserveerd te zijn, waardoor er goede perspectieven waren voor onderzoek naar de materiële cultuur, de voedselvoorziening en de levenswijze in de betreffende periode. De verwachting was dat de opgraving tevens meer inzicht zou verschaffen in de neolithisering van het Beneden-Rijnbekken.De opgraving besloeg slechts een deel van de donktop en de helling en werd uitgevoerd in een speciaal ontworpen werkput die het mogelijk maakte tot ca. 7 m diepte te graven.De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid (fase 0) zijn ingegraven in het zand van de donk zelf. Deze fase, waartoe een menselijk graf behoort, dateert van vóór 5500 cal bc.De belangrijkste bewoningsfase, fase 1, heeft ongeveer twee eeuwen geduurd en is te dateren omstreeks 5500-5300 cal bc. In deze periode zijn op de hellingen van de donk cultuurlagen ontstaan die het resultaat zijn van hellingprocessen, hetgeen inhoudt dat vondstmateriaal na de depositie is verplaatst. De meeste vondsten en sporen zijn aangetroffen in of direct onder deze colluviumlaag. In de moerasafzettingen naast de donk werden veel weggegooide werktuigen van been en gewei gevonden. Ook werd een aantal spectaculaire artefacten van hout aangetroffen, waaronder een boog, een bijlsteel en enkele peddels.Op hogere niveaus bevonden zich in het veen naast de donk resten uit twee latere bewoningsfasen: fase 1/2 die rond 5100 cal bc te dateren is, en fase 2 uit omstreeks 5000 cal bc.De bewoningsporen op de donk Polderweg documenteren de rol die het rivierenlandschap speelde voor de laatste jagers-verzamelaarsgemeenschappen. Het gebied was aantrekkelijk vanwege zijn fauna, die vooral bestond uit waterwild als eenden, zwanen, bevers en otters, naast groot wild als zwijnen en edelherten.Groepen mensen vestigden zich met name in het tweede deel van de winter – van januari tot en met maart – in het gebied en maakten daarbij gebruik van de donk als droge woonplaats. Daarnaast is de donk ook in de vroege herfst wel gebruikt. Dit alles blijkt uit het onderzoek van het botmateriaal, de visresten en de botanische macroresten. De bewoners deden met name veel aan visvangst, waarbij zij zich vooral richtten op de snoek. Aanwijzingen voor gedomesticeerde dieren ontbreken op Polderweg, evenals voor cultuurgewassen, zoals granen.Op de donk groeven de bewoners grote kuilen, waarvan sommige misschien als hut hebben gediend. Daarnaast zijn diverse paalsporen aangetroffen, maar een structuur is daaruit niet te reconstrueren. In een graf uit de vroegste bewoningsfase is het skelet aangetroffen van een vrouw van 40-60 jaar oud. Zij was in gestrekte houding begraven in een langwerpige, ondiepe kuil. Een ander graf, behorend tot fase 1, was zwaar verstoord. Behalve deze menselijke begravingen zijn ook drie hondenbegravingen aangetroffen.De aanwezigheid van deze graven maakt het aannemelijk dat het hier niet om een kortstondig gebruikt jachtkamp gaat, maar om een woonplaats voor complete gezinnen, een basiskamp, dat seizoensmatig enkele maanden per jaar werd bewoond. Ook de grote verscheidenheid aan werktuigen van vuursteen, been en gewei en het brede spectrum aan werkzaamheden dat daarmee werd verricht, zoals vastgesteld bij het gebruikssporenonderzoek, wijzen eerder op een basiskamp dan op een klein, gespecialiseerd jachtkamp.Van uitzonderlijk belang is het omvangrijke complex aan bewerkt bot en gewei, waaronder vele bijlen. Het vuursteenmateriaal wordt gedomineerd door een eenvoudige afslagtechniek op kleine, onregelmatige kernen, terwijl de brede trapezia, die als karakteristiek voor deze periode worden beschouwd, grotendeels afwezig zijn. Er zijn drie pijlspitsen gevonden van bandkeramisch type, hetgeen, samen met de aanwezigheid van knollen van Rijckholt-vuursteen, een stukje pyriet en enkele grote kwartsietkeien, wijst op connecties met bevolkingsgroepen in Zuid-Limburg en de noordrand van de Ardennen. Dergelijk materiaal zal aangevoerd zijn door speciale expedities of zijn uitgewisseld met groepen in het zuiden, met name in het Maasdal. In de laatste bewoningsfase van Polderweg werd voor het eerst aardewerk gebruikt, dat in de Swifterbant-traditie is te plaatsen.Vóór de opgraving te Polderweg was de kennis van het Laat-Mesolithicum in het Beneden-Rijnbekken grotendeels gebaseerd op Deens materiaal. Het onderzoek te Polderweg heeft voor de eerste maal een volledig beeld opgeleverd van het Laat-Mesolithicum. Daardoor kan nu informatie over allerlei maatschappelijke aspecten worden gebaseerd op gegevens uit de streek zelf en is ons beeld niet langer afhankelijk van de rijke Deense informatie. Vergelijkingen met Deense vondsten tonen aan dat er opvallende overeenkomsten zijn, zoals de hondenbegravingen, de nederzettingsvorm en de voedselvoorziening, die als ‘algemeen mesolithisch’ kunnen worden bestempeld. Anderzijds zijn er bij alle materiaalgroepen grote stilistische verschillen te constateren. Daarmee wordt het idee bevestigd van geografische culturele differentiatie en van grote verschillen tussen het noorden en het westen – een idee dat tot nu toe grotendeels op vuursteen was gebaseerd. Door het volledig ontbreken van vondstcomplexen van vergelijkbare kwaliteit, anders dan in Denemarken, zijn de ontdekkingen van Hardinxveld-Giessendam Polderweg van meer dan nationaal belang.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-13



