Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Hildestraat 11 te Wilp Gemeente Voorst
收藏DANS Data Station Archaeology2019-01-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XU7-9Q5V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van Farmconsult een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande bouw van één schuur met meerdere afdelingen voor jonge kalveren <6 mnd en jongvee daarboven met berging aan de noordwestkant van het bestaande erf aan de Hildestraat 11 te Wilp, gemeente Voorst. Het plangebied ligt ten noorden van de A1 en ten zuiden van Twello. De omvang van de geplande nieuwbouw en het oppervlak van de daarbij behorende bodemverstoring bedraagt ca. 720 m2. De verstoringsdiepte is op dit moment nog niet bekend, maar bedraagt meer dan 0,80 m-mv in verband met een vorstvrije fundering. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van de aanvraag van de omgevingsvergunning. </p><p>De nieuwe schuur komt op de locatie van een in 1968-1969 gebouwde varkensstal met een 1,50m-mv diepe kelder en een kuilvoerplaat waar gespit is op een diepte van 1 tot 1,5 meter om een voldoende dik gronddek aan te brengen. Door middel van een bouwdossieronderzoek bij gemeente Voorst is de bodemverstoring door de bestaande varkensstal bepaald. Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Voorst in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 5). Archeologisch vooronderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen waarvan de oppervlakte groter is dan 250 m² en de ingreep dieper is dan 30 cm beneden maaiveld. Het plangebied overschrijdt de vrijstellingsgrens voor onderzoek daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het KNA conforme bureauonderzoek en het bouwdossieronderzoek zijn uitgevoerd door Hamaland Advies. </p><p>Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een lage verwachting op vondsten uit de Tweede Wereldoorlog. Door de aanleg van de kelder van de varkensschuur, zoals op de bouwvergunning is aangegeven, en de door de opdrachtgever aangegeven vergravingen bij de kuilvoerplaat is de bodem geroerd tot in de natuurlijke ondergrond tot een diepte van 1,00-1,50 m-mv. </p><p>Geologisch onderzoek in de nabije omgeving toont aan dat de oude akkerlaag tot 0,70-mv aanwezig is. Het dekzand van de Formatie van Boxtel bevindt zich vanaf 0,70 m-mv tot een diepte van 1,90 m-mv. Daaronder ligt het matig grove zand van de Formatie van Kreftenheye. Op basis van het karterend booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied tot minimaal 60 cm-mv verstoord is als gevolg van het gebruik als kuilvoerplaat. De top van het dekzand is niet langer intact. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. </p><p>Selectieadvies Het karterend booronderzoek heeft aangetoond dat de bodem in het plangebied verstoord is tot in de top van de natuurlijke afzettingen (dekzand). In geen van de boringen is een intact bodemprofiel aangetroffen. De kans dat met de geplande bodemingrepen archeologische resten verloren gaan wordt daarom gering geacht. Hamaland Advies adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen (geen vervolgonderzoek).</p><p>Selectiebesluit Het bevoegd gezag heeft het rapport op 6 januari 2019 getoetst en het selectieadvies van Hamaland Advies onderschreven. Het is niet noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren. </p><p>Voorbehoud De resultaten en aanbevelingen uit dit rapport dienen te worden getoetst door het bevoegd gezag, gemeente Voorst (mw. M. Schneiders) en diens adviseur (mevrouw drs. N.F.H.H. Vossen, regionaal archeoloog Stedendriehoek). </p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Voorst.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2019-01-08



