Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen N213 gemeente Westland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x3q-yrer
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In oktober 2012 is in opdracht van de provincie Zuid-Holland door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de N213b (Hm 7,2- 10,9) te Naaldwijk, gemeente Westland. In het kader van het grootschalig onderhoud van de N213b dient een aantal onderzoeken te worden uitgevoerd. Archeologisch onderzoek is één van deze uit te voeren onderzoeken. Binnen het plangebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten door de werkzaamheden die gepaard gaan met de verbreding van het traject verstoord raken. Deze zijn geïnventariseerd door middel van een archeologisch vooronderzoek dat bestond uit een bureauonderzoek, gevolgd door een inventariserend veldonderzoek (IVO). Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Deze verwachting wordt in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Op basis van de het bureauonderzoek werd verwacht dat binnen het plangebied sprake zou zijn van (deels) intacte geul- en dekafzettingen behorende tot het Laagpakket van Walcheren (Afzettingen van Duinkerke IIIa) en dat deze zouden zijn afgedekt met een ophogingslaag. Daarnaast werd verwacht dat 2 of 3 stroomgordels aangesneden zouden worden, en dat op de hierbij behorende oeverwallen mogelijk archeologische resten aanwezig zouden kunnen zijn. Tenslotte werd verwacht dat het bodemprofiel (plaatselijk) ernstig zou zijn verstoord door ondermeer de aanleg van kabels en leidingen. Het veldonderzoek heeft inderdaad de verwachte ophogingslaag en het genoemde kleipakket dat behoort tot de Afzettingen van Duinkerke IIIa aangetoond. Daarnaast is gebleken dat het bodemprofiel in het grootste gedeelte van het plangebied lastig is te duiden, mede als gevolg van het aanwezige ophogingspakket en de aangetroffen bodemverstoring. Er lijkt echter wel sprake te zijn van een oeverafzetting tussen boringen 002 en 003. Hierin werden echter geen archeologische resten in of opaangetroffen (ook niet in de rest van het plangebied). In tegenstelling tot de verwachtingen wordt de kans op de aanwezigheid van archeologische resten binnen het plangebied laag ingeschat. (Selectie)advies Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied laag ingeschat, en wel om de volgende redenen: 1. Binnen het plangebied is sprake van een dik ophogingspakket en een bodemverstoring tot 0,3 à 1,9 m - mv.; 2. Binnen het grootste gedeelte van het plangebied zijn kabels en leidingen aanwezig; aangenomen kan worden dat hier het bodemprofiel nog ernstiger is verstoord; 3. Het bodemprofiel is vrij uniform, waardoor deze lastig te duiden is (er is binnen het grootste gedeelte van het plangebied geen sprake van echt karakteristieke stroomgordelafzettingen); 4. Alleen ter plaatse van boringen 002 en 003 lijkt sprake te zijn van een oever(wal)afzetting; in hoerverre deze intact is is niet duidelijk, maar de betreffende afzetting wordt hier door een vermoedelijke ophoging niet aangetast); 5. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dientengevolge wordt aanbevolen om het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven ten gunste van de voorgenomen ontwikkeling.
创建时间:
2024-01-31



