Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Prinses Margrietstraat Moergestel (gemeente Oisterwijk)
收藏DANS Data Station Archaeology2016-01-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zh5-8tvf
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) in het kader van een bestemmingsplanwijziging van het plangebied de Prinses Margrietstraat in Moergestel (gemeente Oisterwijk).Het plangebied ligt binnen de historische kern van Moergestel. Dat betekent dat op basis van de archeologische beleidskaart bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m onder maaiveld een gemeentelijke onderzoeksplicht geldt (Waarde – archeologie 1). In eerste instantie is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – boringen voor het gehele bestemmingsplangebied uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan worden bepaald of vervolgonderzoek noodzakelijk is op de plaatsen waar daadwerkelijk bodemingrepen plaatsvinden.Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat binnen het plangebied een hoge verwachting geldt voor bewoningsresten vanaf het neolithicum. Op de archeologische beleidskaart heeft het plangebied tevens een hoge verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op de historische kaarten is geen bebouwing binnen het plangebied aanwezig, het is niet waarschijnlijk dat dit deel van de historische kern bebouwd is geweest in de nieuwe tijd. Op basis hiervan is het advies de archeologische verwachting voor de late middeleeuwen / nieuwe tijd bij te stellen naar middelhoog. Daarnaast is het niet duidelijk of de bebouwing de bodem op grootschalige wijze verstoord heeft. Om dit te verifiëren is een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen verkennende fase uitgevoerd.Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van een A-horizont op een gemengde laag (AC-horizont). Hieronder is de C-horizont aangetroffen. De dikte van de gemende AC-horizont is maximaal 0,15. Dat zou betekenen dat de top van de oorspronkelijke C-horizont met maximaal 0,15 m verdwenen is. In boring 1 is de top van de C-horizont waarschijnlijk eveneens verstoord aangezien de boring op 0,95 m onder maaiveld is gestaakt op een ondoordringbare laag. Uitzondering is boring 3 waar nog een klein restant van een BC-horizont is aangetroffen op de C-horizont.De aangetroffen verstoring is dermate ondiep dat niet uitgesloten kan worden dar er nog eventueel aanwezige diepe sporen (of de onderkant van bijvoorbeeld paalsporen) aangetroffen kunnen worden. Hierbij dient de kanttekening te worden geplaatst dat de diepte van de C-horizont naar het westen toe af loopt en mogelijk meer is afgetopt dan het oostelijk deel van het terrein.Gezien de archeologische verwachting op het aantreffen van resten vanaf het laat neolithicum en de mate van verstoring kan de aanwezigheid van archeologische sporen niet uitgesloten worden. Het advies is dan ook om voor het plangebied een vervolgonderzoek voor archeologie uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. De C-horizont is in het plangebied op verschillende dieptes aangetroffen, waarbij in het oostelijk deel de C-horizont het minst diep ligt. Het advies is dan ook om in eerste instantie een proefsleuf in het oostelijk deel aan te leggen (ter hoogte van boring 4), met een kleinere controlesleuf meer naar het westen toe. Op basis van de resultaten van deze proefsleuven kan worden bepaald of verder onderzoek on het plangebied noodzakelijk is.Dit advies voor vervolgonderzoek is telefonisch besproken met de gemeente Oisterwijk (mevr. Rama). Het is aan de gemeente Oisterwijk om dit advies over te nemen of anders te beslissen middels een selectiebesluit.De gemeente Oisterwijk heeft aangegeven in te stemmen met het selectieadvies en het plangebied verder te onderzoeken door middel van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.
提供机构:
M. Arkema
创建时间:
2016-01-01



