Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Beerninkweg 7 te Meddo (Winterswijk) Gemeente Winterswijk
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zjb-626q
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van heer M. Tiggeloven een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de verruiming van het bouwblok inclusief de uitbreiding van een in 2011 gebouwde stal aan de Beerninkweg 7 te Meddo (Winterswijk). Het plangebied ligt in het buitengebied van Meddo (Winterswijk) aan de noordzijde van de Beerninkweg. Het bouwvlak wordt vergroot met in totaal 4.970 m2, waarmee het totale bouwvlak op 20.000m2 uitkomt (zie bijlage 1). Omdat het gebied een archeologische waarde (laag, middelhoog en hoog) heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Winterswijk, dient aangetoond te worden dat met de geplande bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm-mv. In 2011 is door Synthegra (Kremer, 2011) het zuidoostelijk deel van het bouwvlak voor de voorgenomen ontwikkeling van een ligboxenstal onderzocht. De resultaten van dat onderzoek worden meegenomen in deze rapportage. Het plangebied dient derhalve voorafgaand aan de bestemmingsplanwijziging te worden onderzocht. vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning (Bouwen) en voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek, dat aangevuld is met een verkennend inventariserend veldonderzoek (karterende fase). Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek. Op 3 februari 2014 zijn verspreid over het plangebied 21 megaboringen gezet. In de zone waarin beekeerdgronden aangetroffen zijn, is sprake van een subrecente bouwvoor die overgaat in een relatief dunne eerdlaag van 35 cm. Deze eerdlaag gaat op zijn beurt scherp over in dekzand of in een menglaag, waarbij de top van het dekzand door ploegen vermengd is geraakt met de eerdlaag (A/C horizont). Het dekzand is aangetroffen op een diepte variërend van 50 cm-mv (boring 20) tot 130 cm-mv (boring 21). In de zone waarin een hoge bruine enkeerdgrond is aangetroffen, is sprake van een subrecente bouwvoor die op een diepte van 50 cm-mv overgaat in de oorspronkelijke eerdlaag. Deze eerdlaag is als gevolg van jarenlange bemesting erg dik, tot wel 70 cm. Aan de flanken van de hoge kamp is de eerdlaag dunner, circa 30 cm. Onder de eerdlaag is op een diepte variërend van 110 cm-mv (boring 14 en 15) tot 190 cm-mv (boring 17) een oud plaggendek aangetroffen, waarin zich een groot aantal archeologische indicatoren bevindt. In boring 7 t/m 13 ontbreekt dit oude plaggendek. Het plaggendek gaat geleidelijk over in de top van het dekzand, dat zich kenmerkt door sterke roestvorming (roestbrokjes). Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten wordt aanbevolen om het reeds bebouwde deel van het plangebied en de zones met een beekeerdgrond (verstoorde bodems) met een totale omvang van circa 1,75 ha vrij te geven voor ontwikkeling. Door de grote mate van bodemverstoring en de afwezigheid van een oude cultuurlaag of archeologische indicatoren is de trefkans op intacte archeologische vindplaatsen nihil. Ter plaatse van de zone met een hoge bruine enkeerd, de hoge kamp in het noodwestelijk deel van het plangebied, is sprake van een intacte bodemopbouw met een oude cultuurlaag met archeologische indicatoren. Het deel van de oude kamp binnen het plangebied heeft een omvang van 2.500 m2. Wij adviseren om voorafgaand aan de geplande bodemingrepen een waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren, waarbij 16% van het archeologisch waardevolle deel van het plangebied onderzocht wordt door middel van vier proefsleuven (lengte 25 meter, breedte 4 meter). De sleuven worden aangelegd over de boorpunten waarin archeologische indicatoren aangetroffen zijn. Het eerste vlak wordt aangelegd aan de top van het plaggendek en een tweede vlak wordt aangelegd op de overgang van het plaggendek naar de top van het dekzand, op het niveau dat de sporen goed leesbaar zijn. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek is voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven. Voorafgaand aan het proeflsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter toetsing wordt aangeboden aan gemeente Winterswijk. Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Winterswijk), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 7 februari 2014 beoordeeld door, het bevoegd gezag (dhr. K. Meinderts van gemeente Winterswijk) en diens adviseur (drs. M. Kocken, Regionaal Archeoloog van de Omgevingsdienst Achterhoek). Het rapport en het bovenstaande selectieadvies om proefsleuvenonderzoek te verrichten op het geselecteerde archeologische waardevolle deel van het terrein te verrichten worden onderschreven. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk(dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



