Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Doornenburgsestraat 33 te Gendt Gemeente Lingewaard
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xtj-ksnm
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van M. Elbers Beheer B.V. een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande ruimtelijke ontwikkeling aan de Doornenburgsestraat 33 te Gendt, gemeente Lingewaard (zie Afbeelding 1). Aanleiding voor het onderzoek is de sloop van een deel van de bestaande opstallen en de nieuwbouw van twee woonhuizen op deze locatie. Het plangebied heeft een oppervlakte van10.443m² en het onderzoeksgebied bedraagt circa 462 m2. De verstoringsdiepte van de nieuwe ontwikkeling is nog niet bekend, maar zal meer bedragen dan de vrijstellingsgrens van 30 cm-mv. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van aanvraag van de omgevingsvergunning.Op archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Lingewaard heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm-mv.De geplande ontwikkeling overschrijdt de vrijstellingsgrens voor onderzoek en daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het KNA conforme bureauonderzoek en het veldonderzoek (verkennende fase) zijn uitgevoerd door Hamaland Advies.ConclusieHet bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een middelhoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode vanaf de ontwikkeling van de rivieroeverwal van de Baalstroomgordel vanaf ca 1.450 v.C. (Bronstijd) tot en met de Nieuwe Tijd. De periodes daarvoor (Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum) hebben een lage trefkans als gevolg van de mogelijke verspoeling van rivierafzettingen voor de bedijking. Realisatie van de bebouwing en de inrichting van het erf heeft waarschijnlijk voor een beperkte bodemverstoring gezorgd. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Potentiële archeologische niveaus uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht in en boven de dijkdoorbraakafzettingen van de Formatie van Echteld. Oudere spoor- of vondstniveaus bevinden zich op de top van de oeverwal op een diepte vanaf 0,80 m-mv.Het plangebied ligt op een oeverwal van de Rijn die gevormd is als onderdeel van de reeds verlande stroomgordel van Baal. Deze stroomgordel was actief vanaf circa 1450 v.Chr. tot 270 v.Chr. Omdat na 270 v.Chr. andere actieve rivieren in de omgeving aanwezig waren, is het aannemelijk dat de afzettingen van de stroomgordel van Baal onder een pakket jongere rivierafzettingen van klei en zand liggen of verspoeld zijn door latere stroomgordelverleggingen.Op de geomorfologische kaart is het plangebied getypeerd als rivieroeverwal (code 3K25, zie Afbeelding 2). Dit wordt ondersteund door de ligging binnen stroomgordel van Zandvoort (stroomgordel 193) van de Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta. Deze stroomgordel was actief tussen 3.000 jaar BP (= Before Present = 1950) en 2.200 jaar BP. De bodemkaart typeert het oostelijk deel van het plangebied als kalkhoudende ooivaaggronden gevormd in lichte zavel (Rd10A) en het westelijk deel als kalkhoudende ooivaaggronden die zijn gevormd in zware zavel en lichte klei (Rd90A; zie Afbeelding 3).Op basis van het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw onder de subrecente bouwvoor bestaat uit oeverafzettingen van de Waal (Formatie van Echteld) op geulafzettingen van de Stroomgordel van Zandvoort (Formatie van Kreftenheye). De top van de oeverafzettingen komt op een diepte vanaf 30 cm-mv tot 55 cm-mv voor. De top van de geulafzettingen komt voor vanaf 55 cm-mv tot 160 cm-mv. In oorsprong is de bodem in het plangebied een kalkhoudende ooivaaggrond. Relevante archeologische niveaus en archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. Van bodemvorming door menselijk handelen is geen sprake en vermoedelijk is het plangebied na de bedijking altijd in gebruik geweest als akkerland en weidgebied. SelectieadviesOp basis van het onderzoek en het ontbreken van vindplaatsen adviseert Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.SelectiebesluitHet bevoegd gezag, de ODRA, heeft op 1 november 2018 het onderhavige rapport beoordeeld. Behoudens enkele opmerkingen, welke in deze definitieve rapportage zijn verwerkt, zijn er geen opmerkingen op het rapport. De ODRA onderschrijft het selectieadvies van Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Lingewaard) en diens archeologisch adviseur (drs. J. Habraken, regioarcheoloog), die vervolgens een besluit neemt of vervolgonderzoek wel of niet noodzakelijk is.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Lingewaard (dhr. M. van Rijn en/of dhr. J. Brands).
创建时间:
2024-01-31



