Archeologisch vooronderzoek in het kader van herbestemming en nieuwbouw aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp, gemeente Rheden.
收藏DANS Data Station Archaeology2023-01-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/WYW2IS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) uitgevoerd voor een plangebied aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp, gemeente Rheden (kaart 1, afbeelding 1 ). Het plangebied is momenteel bebouwd. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt, waarna binnen het plangebied twee nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd. Het huidige perceel zal in twee kavels gesplitst worden. Op ieder perceel wordt een nieuwe woning gebouwd. Aan de straatzijde wordt een groenstrook met bomen aangelegd, met een privé-parkeergelegenheid. De nieuwbouw op kavel A zal drielaags zijn, waarbij één verdieping souterrain ligt tot ca. 2,9 m onder maaiveld. De nieuwbouw bij kavel B zal uit twee niveaus bestaan, waarschijnlijk zonder souterrain. Doel van het archeologisch vooronderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek uitgevoerd, op basis waarvan voor het
plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is deze verwachting in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Tijdens het veldonderzoek is een dik ophoogpakket aangetroffen met daaronder sediment zonder kenmerken van bodemvorming. Het is daarom waarschijnlijk dat de oorspronkelijke bodem is afgegraven, opgehoogd en/of is geëgaliseerd tijdens de bouw- en sloopwerkzaamheden van de opeenvolgende bebouwing. De archeologische verwachting voor sporen uit de periode tot aan het begin van de 19e eeuw (historische bebouwing) kan daarom worden bijgesteld naar laag. Op de Kadasterkaart 1811-1832 zijn binnen het plangebied twee gebouwen zichtbaar, die met de bouw van het huis Schoonenberg in 1820 zijn overbouwd. Gezien het formaat van dit statige gebouw en de daarbij waarschijnlijk horende fundering en mogelijk onderkeldering, zijn onderliggende oudere resten naar alle waarschijnlijkheid deels of grotendeels vernietigd. Het huis Schoonenberg is op zijn beurt in 1929 afgebroken. De huidige bebouwing dateert uit 1971 maar heeft gezien de methode van fundering waarschijnlijk weinig impact gehad op ondergelegen lagen. De archeologische verwachting op het aantreffen van resten van kelders, funderingen, vloeren etc. van bebouwing uit het begin van de 19e en 20e eeuw is daarom hoog. Mogelijk bevinden deze resten zich binnen, en/of direct onder het ophogingspakket dat een dikte heeft van 105-170 cm beneden maaiveld. Advies. Om dergelijke resten op te sporen is de geëigende opsporingsmethode het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek (bij voorkeur na sloop tot aan maaiveld van de bestaande bebouwing), waarbij de eventuele aangetroffen resten worden gewaardeerd aan de hand van de drie aspecten belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Een andere optie, afhankelijk van de civiele werkzaamheden, is het uitvoeren van een archeologische begeleiding tijdens de graafwerkzaamheden. Dit dient eerst te worden afgestemd met het bevoegd gezag, de gemeente Rheden. Voorafgaand aan de uitvoering van een dergelijk onderzoek dient altijd eerst (verplicht) een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag, de gemeente Rheden, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Rheden, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2020-12-03



