Tjuchem, Afwateringskanaal, Gemeente Midden-Groningen (Gr.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2B5-E9AS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In verband met een geplande dijkverzwaring en de aanleg van een nieuwe weg is een archeologisch onderzoek uitgevoerd langs het Afwateringskanaal bij Tjuchem, gemeente Midden-Groningen, provincie Groningen. Voor de dijkverzwaring zal de sloot aan de voet van de dijk verplaatst worden en langs de nieuwe weg zullen aan weerszijden ook sloten komen. Deze bodemingrepen betekenen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Tijdens de verkennende fase zijn 35 boringen gedaan om de opbouw en gaafheid van de bodem vast te stellen. In de karterende fase zijn 38 boringen gedaan om een vindplaats in de klei nader te duiden en om te zoeken naar archeologische materialen in dekzandkoppen onder de klei en het veen. Op het meest westelijke onderzoekstracé zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een wierde. Er lijkt klei te zijn opgebracht, de overgang van veen naar klei is rommelig / vertrapt en tot een diepte van negentig centimeter zijn spikkels gebakken klei waargenomen. Daarnaast is er een concentratie gevonden van elf scherven aardewerk waarvan zeven terpaardewerk uit de periode midden-ijzertijd – romeinse tijd, drie kogelpotaardewerk uit de middeleeuwen en één stuk roodbakkend geglazuurd aardewerk uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. De vondsten vormen een aanwijzing voor bewoning omstreeks het begin van de jaartelling. Mogelijk is er ook bewoning geweest tijdens de middeleeuwen. Op de overige onderzoekstracés zijn geen aanwijzingen gevonden voor bewoning op veen of klei. Weliswaar liggen er scherven terpaardewerk op de akker van de twee meest oostelijke onderzoekstracés, maar die zijn hoogstwaarschijnlijk met terpaarde van elders aangevoerd. Op de overige onderzoekstracés zijn onder veen en klei gepodzoleerde dekzandkoppen aanwezig. In het algemeen zijn deze goed bewaard gebleven waardoor eventuele archeologische resten uit de steentijd in goede staat kunnen verkeren. Maar het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor dergelijke resten aangezien er geen vondsten gedaan zijn zoals bewerkt vuursteen. </p><p>selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien het onderzoek sterke aanwijzingen heeft opgeleverd voor een (weggezakte) wierde en de resten daarvan door de ondiepe ligging bedreigd worden door de te graven sloot en mogelijk ook door de in te graven nieuwe dataverkeerskabel van KPN, adviseren wij om een vier meter brede proefsleuf te graven over het tracé dat loopt van boring 38 tot 42, oftewel over een lengte van vijftig meter (zie Figuur 11). Weliswaar zal de nieuwe sloot smaller worden, maar door de ondiepe ligging zal de vindplaats ook in de oevers van de sloot worden aangetast in de loop der tijd door verlaging van de waterstand en door vertrapping. Wij adviseren om indien van toepassing het proefsleufonderzoek direct door te starten naar een definitieve opgraving waarbij archeologische sporen worden ingemeten en uitgegraven en archeologische materialen worden verzameld. Als voor de aanleg van de weg zuidelijk van de sloot ook graafwerk nodig is, dan adviseren wij op het deel waar zich werkelijk een vindplaats bevindt het opgravingsvlak zuidwaarts te verbreden. Een proefsleufonderzoek met doorstart naar definitieve opgraving dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tenslotte wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Midden-Groningen. De gemeente Midden-Groningen (H. Berghuis) heeft het rapport laten toetsen door Libau (N. van der Mei) en heeft op 15 januari 2020 aangegeven het advies over te nemen.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2019-12-06



