Hermoesestraat 17 in Zennewijnen
收藏DANS Data Station Archaeology2015-07-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XPZ-4MXE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in februari en maart 2015 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Hermoesestraat 17 in Zennewijnen (gemeente Tiel). Aanleiding is de voorgenomen sloop van de huidige stal en vervolgens nieuwbouw van vier geschakelde woningen.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek werd in de ondergrond van het plangebied de meandergordel Zennewijnen verwacht. Op en in de top van de oeverafzettingen van deze fossiele rivier worden archeologische resten verwacht vanaf in potentie de Ijzertijd. De eventueel aanwezige archeologische resten zullen zich ondieper dan 150 cm –mv bevinden.</p><p>Ten noordwesten van het plangebied is, gerelateerd aan deze stroomgordel, een terrein met de resten van een Romeinse villa aanwezig. Het is niet uitgesloten dat deze vindplaats zich tot binnen het plangebied uitstrekt. De eventueel aanwezige archeologische resten uit de Romeinse tijd kunnen bestaan uit perifere nederzettingsresten, grafvelden en perceleringsstructuren. Tevens maakt het plangebied onderdeel uit van een AMK-terrein van hoge archeologische waarde in de vorm van een mogelijk aanwezig kloostercomplex. Vermoedelijk betreft het klooster Mariaschoot (gesticht in 1229), dat werd bewoond door de Norbertinessen. Waarschijnlijk is het in het begin van de 17e eeuw gesloopt. De exacte ligging van het voormalige kloostercomplex is echter allerminst zeker, aangezien ook geopperd is dat het klooster nabij Hermoesestraat 5 gesitueerd was.</p><p>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de onderste aangeboorde laag uit beddingafzettingen van de Zennewijnen meandergordel bestaat. Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Echteld. De beddingafzettingen gaan geleidelijk naar boven toe over in de zandige tot plaatselijk siltige oeverafzettingen van dit systeem. De bovenste 60 tot 100 cm bestaat uit een humeuze bouwvoor, waarin baksteenfragmenten, puinresten, houtskoolbrokken en fosfaatvlekken zijn waargenomen.</p><p>Op basis van het bureau- en veldonderzoek kunnen in het plangebied nog steeds intacte archeologische resten aanwezig zijn; de bouw van de stal heeft niet geresulteerd in diepe bodemomwerkingen. De insluitsels in de bouwvoor, zoals het baksteen en puinresten, hebben uitgewezen dat met name archeologische resten verwacht kunnen worden uit de periode Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, mogelijk gelieerd aan het mogelijk aanwezige kloostercomplex.<br>Aangezien de archeologische resten zich in de bouwvoor kunnen bevinden, zullen de geplande bodemverstoringen resulteren in de mogelijke aantasting van archeologische resten.</p><p>Conform de KNA en het Verdrag van Malta is het uitgangspunt, dat mogelijk aanwezige behoudenswaardige planlocaties in principe in situ behouden dienen te worden (zie hoofdstuk Aanbeveling voor gedetailleerde informatie). Indien de plannen dusdanig gewijzigd kunnen worden, bijvoorbeeld door ophoging van het plangebied, en het oorspronkelijke maaiveld tot maximaal 50 cm –mv te ontgraven, adviseert ADC ArcheoProjecten behoud in situ van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een ophoging tot circa 100 cm niet zal resulteren in aantasting van het bodemarchief door zetting. Derhalve kan het terrein vrij gegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling. Het verdient de aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.<br>Naar aanleiding van de resultaten van het veldonderzoek heeft de opdrachtgever besloten om de bouwplannen te wijzigen en het maaiveld dusdanig op te hogen, dat de bodemverstoring beperkt blijft tot maximaal 50 cm in het oorspronkelijke maaiveld (afb. 9). De werkzaamheden zullen derhalve binnen de vrijstellingsgrens blijven.<br>Indien het uiteindelijk niet lukt om het maaiveld dusdanig op de te hogen zodat maximaal 30 cm van het oorspronkelijke maaiveld verstoord wordt, adviseert ADC ArcheoProjecten om alsnog behoud ex situ plaats te laten vinden en vervolgonderzoek te adviseren in de vorm van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van mogelijk aanwezige archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2015-07-15



