Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Garnalenweg 2 te Spakenburg, gemeente Bunschoten
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x5c-prcn
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van SGS Search een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Garnalenweg 2 te Spakenburg gemeente Bunschoten. Op deze locatie wordt de bestaande bebouwing gesloopt en worden aansluitend grondgebonden woningen en appartementen gerealiseerd. Het plangebied heeft een oppervlakte van 8.000 m².1 De funderingsdiepte is nog niet bekend, maar zal minstens 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen).Bureauonderzoek Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kunnen in het plangebied in theorie vindplaatsen aanwezig zijn uit de periode Paleolithicum – Neolithicum in de top van het fijne dekzand van de Formatie van Boxtel, mits deze tijdens de veenontginningen niet verstoord is. Vanwege veengroei in de periode Bronstijd - Vroege Middeleeuwen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen) wordt de kans op resten uit deze periode klein geacht. Mogelijk dat in de top van het veen nog sporen van semipermanente bewoning aanwezig zijn. Hierbij moet gedacht worden aan waterputten, hoefindrukken van vee, karrenpaden, etc.In de kleilagen van de Formatie van Naaldwijk is bewoning uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd mogelijk en bestaat er een hoge verwachting.Ook zijn, vanwege de nabijheid van de westelijk gelegen Grebbelinie, vondsten mogelijk in de gracht van de nabijgelegen schans. Echter na de Tweede Wereldoorlog is de Grebbelinie opgeheven. De werken zijn in onbruik geraakt en vaak gesloopt. Resten van gebouwen van de Grebbelinie worden daarom niet meer verwacht. Mogelijk zijn nog resten van de insteek van de gracht aanwezig. De aanleg van de Oostsingel kan hier echter ook verstoringen hebben veroorzaakt. Omdat de resten van de Grebbelinie en de Tweede Wereldoorlog in het algemeen buiten het plangebied vallen en uitsluitend indirecte sporen en vondsten binnen het plangebied verwacht worden, valt deze periode buiten de verkennende fase van het booronderzoek.Booronderzoek De bodemopbouw binnen het plangebied is vrij uniform. In boring in 1 en 2 bestaat de bodemopbouw uit tot 10 cm-mv gras, waaronder tot 160 cm-mv (boring 2) en 195 cm-mv (boring 2) opgespoten en opgebracht grondlagen aanwezig zijn. In beide boringen zijn hierin drie subrecente ophogingslagen te onderscheiden (Ap1, Ap2 en Ap3-horizont). In de lagen is onder andere recent puin en modern vensterglas aangetroffen. De opgespoten lagen gaan scherp over in de natuurlijke afzettingen, welke bestaan uit (venig) klei en/of veen met plantenresten, behorend tot de Formatie van Nieuwkoop (C1-horizont). Onder de venige klei is in boring 1 zwak siltig zand aangetroffen, behorend tot de Formatie van Boxtel (C2-horizont). Deze Formatie is in boring 2 nog niet bereikt op het einde van de boring.In boring 3, 4 en 5 bestond het oppervlak uit een betonverharding in plaats van gras en in boring 6 bestond de bovenlaag uit zand. De daaropvolgende lagen komen erg overeen met de hierboven beschreven bodemopbouw. Boring 3 is echter op 50 cm-mv gestuit op beton en kon niet worden doorgezet. Ook bij een tweede poging in de naastgelegen inrit is de boring onder de klinkerverharding gestuit op ondoordringbaar puin.Selectieadvies Vanwege de dikte van het opgespoten pakket en de opgebrachte lagen in combinatie met het ontbreken van oude cultuurlagen en het natuurlijk profielverloop onder de ophogingslagen, zonder aanwijzingen voor menselijke bewoning in het verleden, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren.Selectiebesluit Het conceptrapport is op 8 juli 2020 beoordeeld door CAR2. De opmerkingen op het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 9 juli 2020 besproken met dhr. M. Verhamme van CAR. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage en het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Bunschoten) en haar adviseur, Centrum voor Archeologie te Amersfoort (CAR). Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Hiervoor kan de archeologisch adviseur van gemeente Bunschoten benaderd worden.
创建时间:
2024-01-31



