five

Burgemeester van Doornlaan 1C te De Lier, gemeente Westland

收藏
DataCite Commons2025-12-08 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/X0LMFM
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het in voorliggend rapport beschreven onderzoek betreft een uitbreiding van het in juli 2024 uitgevoerde archeologisch onderzoek (Van der Zee 2024, ADC Rapport 6446) op een direct ten westen van het plangebied gelegen terrein. Gezien de naar verwachting vergelijkbare bodemopbouw en daarmee samenhangende archeologische verwachting is voor onderhavig plangebied geen aanvullend bureauonderzoek uitgevoerd, maar is in samenspraak met de archeoloog van de gemeente Westland gebruik gemaakt van de gegevens van het eerder uitgevoerde onderzoek. Op basis hiervan is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Aan de hand van aardwetenschappelijke gegevens bestaat de ondergrond van het plangebied uit mariene getijdenafzettingen van het Laagcomplex van Delfland afgedekt door het Hollandveen Laagpakket en het Laagcomplex van Westland. Het Laagcomplex van Westland bestaat achtereenvolgens uit afzettingen van de Oer-Gaag Laag, de Gantel Laag en de Laag van Poeldijk, waarbij laatst genoemde lagen mogelijk door een dun veenrestant van elkaar zijn gescheiden. Indien niet geërodeerd tijdens latere inbraken van de zee geldt voor de top van eventuele oever- en geulafzettingen van de Oer-Gaag Laag een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de IJzertijd. Voor de top van eventuele oever- en geulafzettingen van de Gantel Laag geldt een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de Romeinse tijd. Daarbij moet worden aangetekend dat archeologisch onderzoek op een terrein direct ten westen van het plangebied de aanwezigheid van potentieel archeologische niveaus niet heeft aangetoond. Vanwege lokale variaties in de bodemopbouw kan de aanwezigheid van dergelijke niveaus in het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten. In de 12e eeuw de zee drong via verschillende vloedkreken het onderzoeksgebied binnen waarbij ten noorden van het plangebied de Lier actief werd en zandige geulafzettingen en kleiige dekafzettingen (Laag van Poeldijk) werden gevormd. Deze afzettingen vormen het bovenste pakket van de lithostratigrafische opeenvolging. In en direct onder de (oude) bouwvoor moet rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Op basis van oude kaarten zullen deze hoofdzakelijk uit sporen van landbouw zoals greppelsystemen en voormalige sloten bestaan. Alleen het uiterste oosten ligt mogelijk net binnen de contour van een historisch erf. Als gevolg van intensieve bodembewerking ten behoeve van de land- en tuinbouw en de bouw- en sloop van kassen, die in periode jaren dertig van de vorige eeuw tot in het begin van deze eeuw in het plangebied hebben gestaan, moet worden aangenomen dat deze resten vanwege de ondiepe ligging ten dele zijn verstoord. Dit geldt echter niet voor dieper ingegraven sporen zoals waterputten en kelders. Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat de ondergrond wordt gevormd door mariene getijdenafzettingen van het Laagcomplex van Westland. Deze bestaan hoofdzakelijk uit kalkrijke, zwak tot uiterst siltige, plaatselijk sterk gelamineerde kleien. De opeenvolging van kleiafzettingen wordt in het merendeel van de boringen onderbroken door één of meer sterk humeuze kleilagen of veenlagen behorende tot het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop. In een zestal boringen die in het westelijk deel van het plangebied zijn verricht is sprake van geulafzettingen in de vorm van kalkrijke, sterk gelamineerde klei- en/of zandafzettingen. De bovenste 10 tot 75 cm van de bodemopbouw is op grond van de aanwezigheid van (sub)recent vondstmateriaal als verstoord aan te merken. In één boring die ter plaatse van een voormalige sloot is verricht, is sprake van een diepere verstoring, tot 140 cm -mv. Met uitzondering van boring 15 is in geen van de boringen een vegetatiehorizont of een gerijpte kleilaag aangetroffen die als een potentieel archeologisch niveau beschouwd kan worden. Gezien het ontbreken van een vegetatiehorizont in de overige boringen wordt de vegetatiehorizont in boring 15 als een aanwijzing voor lokale bodemvorming beschouwd en wordt hieraan geen archeologische betekenis gekoppeld. De middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek naar een lage verwachting te worden bijgesteld. De lage verwachting voor de overige perioden dient te worden gehandhaafd. Als zich al in het uiterste oosten van het plangebied resten van een historisch erf in de bodem hebben bevonden, zullen deze als gevolg van de recente aanleg van oppervlaktewater niet meer aanwezig zijn. ADC ArcheoProjecten adviseert op basis van de huidige plannen het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Westland.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-05
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务