five

Nieuwe Wetering, vijf locaties. Regenboogweg en omgeving, gemeente Kaag en Braassem

收藏
DANS Data Station Archaeology2011-08-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-28G-N86A
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de Gemeente Kaag en Braassem heeft archeologisch onderzoeksbureau IDDS Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een gebied in de omgeving van de Regenboogweg in Nieuwe Wetering, gemeente Kaag en Braassem. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen van de gemeente om het gebied bouwrijp te maken en te herinrichten voor woondoeleinden. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden. Het plangebied ligt in het noordelijk deel van Nieuwe Wetering en bestaat uit vijf deellocaties in de omgeving van de Regenboogweg. De meest noordelijke deellocatie 1 ligt langs de Molendijk en grenst in het noorden aan de Haarlemmerringvaart. Iets zuidelijker ligt deellocatie 2, langs de Regenboogweg. Deellocatie 3 ligt het meest westelijk, langs de weg ‘Sluis’. De meest zuidelijke deellocatie 4 ligt eveneens langs de Regenboogweg. Deellocatie 5 ligt het meest oostelijk, tussen de Regenboogweg en de Oostveenweg, de A4 en de HSL spoorlijn. Volgens de IKAW (Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden) van de RCE geldt voor het plangebied een lage tot zeer lage archeologische verwachting. Volgens de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland geldt voor het plangebied een redelijke tot grote kans op archeologische sporen vanwege de mogelijke aanwezigheid van oude kreeksystemen in de ondergrond. De CHS geeft voor een deel van het plangebied, namelijk langs de polderkaden (deellocaties 1 en 3), een kleine kans op archeologische sporen aan vanwege de verwachte bodemverstoringen. In het neolithicum maakte het plangebied onderdeel uit van een wadden- en kweldergebied. Het bureauonderzoek leverde geen gegevens op over eventuele oude geulenstelsels, waarlangs de bewoning zich concentreerde in deze periode. Het is vooralsnog onduidelijk hoe het landschap eruit heeft gezien. Het is mogelijk dat dit oude landschap is geëgaliseerd/vergraven maar het is ook mogelijk dat plaatselijk nog geulafzettingen en eventuele archeologische niveaus intact zijn. Daarom wordt een onbekende verwachting toegekend voor de periode neolithicum. Vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen bestond het plangebied uit een veenmoeras. Over het algemeen was dit natte milieu niet gunstig voor bewoning, hoewel op de relatief hooggelegen veenkussens menselijke activiteit kan zijn geweest. In het plangebied is dit oude veenlandschap echter geheel of grotendeels afgegraven. Eventuele oude bewoningsniveaus op het veen zijn hiermee ook verloren gegaan. Voor de deellocaties 2, 3 en 4 geldt een zeer lage verwachting voor de periode bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen. Voor deellocaties 1 en 5 geldt een onbekende verwachting voor deze periode, aangezien hier mogelijk een pakket restveen aanwezig kan zijn, met eventuele archeologische niveaus. Vanaf de late middeleeuwen is het veen kleinschalig afgegraven en door afslag tijdens stormen ontstonden grotere plassen. In het begin van de 18e eeuw is het veen verder afgegraven. In de nieuwe tijd is het plangebied hoofdzakelijk in gebruik geweest als weiland. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor nederzettingen in het plangebied vanaf de late middeleeuwen. Voor het plangebied wordt voor deze periode een lage verwachting toegekend. Alleen in deellocatie 3 moet rekening worden gehouden met eventuele resten van bewoning vanaf de late middeleeuwen aangezien het langs/op een kade ligt, in het verlengde van een middeleeuws bewoningslint. Op deellocatie 1 is mogelijk een laag restveen aanwezig onder of in het dijklichaam. De kans bestaat dat het veen is verstoord bij de aanleg van de dijk en door afslag langs de oevers van het Haarlemmermeer. Voor deellocaties 1 en 3 wordt aanbevolen een verkennend booronderzoek uit te voeren om na te gaan in welke mate de bodem nog intact is. Geadviseerd wordt om deellocaties 2, 4 en 5 vrij te geven voor wat betreft archeologie. De conclusies en aanbevelingen uit dit rapport zijn op 28 april 2011 akkoord bevonden door beleidsadviseur drs. P. Kloosterman van RAAP West-Nederland namens de Gemeente Kaag en Braassem, in dit geval de bevoegde overheid.</p>
创建时间:
2011-04-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务