Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (4941.001) Warffumerweg 10 te Rasquert
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X6Y-CPF9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied op een relatief hooggelegen kwelderwal ligt binnen het oude kwelderlandschap. Het plangebied ligt specifiek op één van de oudste kwelderwallen die rond het begin van de IJzertijd zijn gevormd. De verwachting is dat oudere afzettingen, zeker het pakket hoogveen, ter plaatse van het plangebied zijn geërodeerd ten gevolg van de voorgaande zeeinbraken/zeestormen. De kwelderwallen betroffen de meest gunstige bewoningslocaties. Het pakket zeeklei heeft ter plaatse van het plangebied een aanzienlijke dikte van circa 11 meter. Aan het begin van de bewoning van het kwelderwallenlandschap waren de bewoningsplaatsen in veel gevallen nog niet opgehoogd. Dit noemt men Flachsiedlung bewoning. Lokaal maakte men bij de vestiging van latere bewoning een kleine woonheuvel of wierd deze op bij ongunstiger geworden wooncondities. De zogenaamde wierden (of terpen) zijn woonheuvels die zijn opgeworpen om de bewoners tegen overstromingen door de zee te beschermen. In de omgeving van het plangebied zijn tot op heden nog geen archeologische vondsten gedaan. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het aantal in ARCHIS geregistreerde onderzoeken zeer beperkt is. Er zijn wel enkele huisterpen aanwezig. Het plangebied grenst aan een boerenerf dat in ieder geval aan het begin van de 19e eeuw al aanwezig was, het erf ´Groote Marne’. Voor het plangebied zelf zijn er geen aanwijzingen dat hierbinnen historische bebouwing heeft gestaan. Tot op heden is het in agrarisch gebruik geweest, deel uitmakend van een kruinig perceel akkerland.</p><p>Op basis van bovenstaande uitgangspunten geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten daterend vanaf de IJzertijd. Archeologische resten, indien aanwezig, worden vlak onder het maaiveld en in de bouwvoor verwacht (in de top van de kwelderwalafzettingen) en deze zijn daardoor kwetsbaar voor moderne bodemingrepen. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Voor de perioden IJzertijd - Romeinse tijd kunnen er in de archeologische laag nederzettingssporen, grafvelden en/of rituele plaatsen gevonden worden. Voor de periode Middeleeuwen tot aan Nieuwe tijd kunnen er resten en sporen van een (boeren)erf gevonden worden. <br>Voor de perioden Nieuwe tijd wordt de kans op het aantreffen van restanten van bouwwerken/bebouwing (bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/fundering) echter minder waarschijnlijk geacht, op basis van de ligging van het plangebied buiten de historische boerderijplaats (tevens het huidige erf gelegen aan de Warffumerweg 10). De archeologische laag zal vooral bestaan uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. Organische resten en bot zullen door slecht zijn geconserveerd, omdat deze door de huidige gereguleerde grondwaterstanden bloot zullen hebben gestaan aan zuurstofrijke condities en de verwachting is dat het bodemprofiel al deels ontkalkt is.</p><p>Advies<br>Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied ver¬volgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het inventariserend veldonderzoek dient te bestaan uit een karterend (boor)onderzoek. Door middel van de boringen wordt inzicht verkregen ten aanzien van de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Daar waar sprake is van een (deels) intact profiel dient de laag waar archeologische indicatoren meest waarschijnlijk kunnen worden verwacht te worden versneden/verbrokkeld. Het versneden en verbrokkelde materiaal dient vervolgens geïnspecteerd te worden op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc. Door middel van het booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.</p><p>Indien uit de resultaten van karterend booronderzoek blijkt dat er sprake is van een archeologische vindplaats, dan geeft dit aanleiding om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De te hanteren onderzoeksmethodiek voor het archeologisch vervolgonderzoek dient in overleg met het bevoegd gezag (gemeente Winsum) te worden bepaald.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-30



