five

Tracé Gedempte Hoofddiep te Kerkenveld

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-12-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XXV-BZ5P
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het plangebied ligt in een gebied met hooggelegen grondmorene en een veenkoloniale ontginningsvlakte. Volgens de bodemkaart van Nederland ligt het plangebied voor een groot deel in een zone met moerige podzolgronden met een veenkoloniaal dek en een moerige tussenlaag. Zowel binnen als op korte afstand buiten het onderzoeksgebied zijn vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum bekend. In de loop van het Neolithicum breidde het veengebied zich uit. De lagere delen van het plangebied zijn in de loop van het Neolithicum veranderd in een veenmoeras. Er zijn nog nauwelijks vondsten uit het Neolithicum bekend in de omgeving van het onderzoeksgebied. Vanaf de Bronstijd was het plangebied waarschijnlijk vrijwel geheel onbewoonbaar. Het grootscheepse, systematische turfsteken en daarmee het afgraven van grote delen van de veengebieden begint in het onderzoeksgebied echter pas vanaf ca. 1825. Dit nadat de eerste grote kanalen, onder andere Het Hoofddiep, waren gegraven. In het onderzoeksgebied ligt het ontginningsdorp Kerkenveld. Dit meervoudige wegdorp is ontstaan na de aanleg van het Gedempte Hoofddiep. Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de top van de pleistocene afzettingen. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met het Laat-Neolithicum. Deze afzettingen bevinden zich waarschijnlijk vlak onder een bouwvoor of onder een venige tussenlaag. Vanaf het Neolithicum heeft het gebied een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Pas na 1850 wordt het Kerkenbovenveen ontgonnen. De algemene gematigde verwachting op de beleidsadvieskaart van de gemeente De Wolden kan voor de periode Bronstijd – Nieuwe tijd naar laag worden bijgesteld. Uit de periode 1825-1950 kunnen met name resten worden verwacht van het Gedempte Hoofddiep of andere ingravingen die met de historische veenontginning samenhangen. Een historische huisplaats wordt, gezien de nabijheid van het Hoofddiep, niet verwacht binnen het plangebied. Conform het in het bureauonderzoek geformuleerde advies is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied waarbij 6 boringen per ha gezet dienen te worden. Omdat het hier een tracé betreft dienen de boringen om de 50 m te worden gezet in de delen met een hoge verwachting. Daar waar op basis van het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de bodem nog [deels] intact is zijn vervolgens megaboringen (Edelmanboor, 15 cm Ø) gezet om zo een groter monstervolume te krijgen (karterend booronderzoek). De opgeboorde grond is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. Het zeefresidu is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en aardewerk. Uit het booronderzoek is gebleken dat er mogelijk een vroeg prehistorische vindplaats in het plangebied aanwezig is ter hoogte van de boringen 13, 32 en 33. De bodem bestaat hier uit een bouwvoor gevolgd door een laag veen met daaronder de E, B, BC en C-horizont De vindplaats ligt in de B-horizont op een diepte van 0,45 Tot 0,7 m -mv (10,42 tot 10,17 m -NAP). De vindplaats heeft een omvang van ongeveer 300 m2 binnen het te ontgraven deel ten behoeve van het fietspad. Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat het overgrote deel van het plangebied vrijgegeven kan worden voor de voorgenomen ontwikkelingen. In het overgrote deel van het plangebied zijn tijdens het verkennend en karterend booronderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Alleen ter hoogte van de boringen 13, 32 en 33 blijft de archeologische verwachtingswaarde voor het plangebied overeind. De kans bestaat dat hier archeologische resten aanwezig zijn aangezien in het plangebied de bodem grotendeels intact is en afgedekt wordt door een veenlaag en ter hoogte van deze boringen in de B-horizont van het dekzand een vuursteenafslag is waargenomen wat duidt op bewoning op deze locatie uit het Laat- Paleolithcium – Vroeg Neolithicum. De vindplaats ligt op 0,45 tot 0,7 m -mv. Indien het wegcunet dieper dan 0,3 m -mv wordt aangelegd waarbij rekening wordt gehouden met een bufferzone van (15 cm) is vervolgonderzoek niet nodig omdat de vindplaats niet verstoord raakt. Indien wel tot in het dekzand wordt gegraven dan is vervolgonderzoek nodig. In dit geval wordt een archeologische begeleiding geadviseerd om te onderzoeken of hier echt een vindplaats is of dat er een enkele een vondst is gedaan. Voor de rest van het plangebied is geen vervolgonderzoek meer nodig.</p>
提供机构:
Salsibury Archeologie BV
创建时间:
2020-12-14
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作