five

Ritthem - Oostelijke Bermweg - Uitbreiding Gronddepot (gemeente Vlissingen). Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-10-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZEH-8XVU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In september 2014 is een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor het project ‘Verplaatsen Baggerspeciedepot’ aan de Oostelijke Bermweg te Ritthem (gemeente Vlissingen). De opdrachtgever heeft het voornemen om het huidige baggerdepot te verplaatsen naar het huidige gronddepot naast de rioolwaterzuiverinsinstallatie (RWZI). Er vinden binnen het plangebied geen ontgravingen plaats. De hoogte van het gronddepot wordt 5,00 meter boven maaiveld.</p><p>Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied gelegen is in een zone met afzettingen die behoren tot het Laagpakket van Walcheren op afzettingen van het Hollandveen Laagpakket op afzettingen van het Laagpakket van Wormer. Volgens de Bodemkundige Kaart (Bennema & Van der Meer 1952) bestaat de ondergrond van het plangebied uit poelgronden, kreekruggronden en kreekbedding. Volgens deze kaart is in het gehele plangebied klei afgegraven, vermoedelijk ten behoeve van de dijkenbouw in de directe omgeving. Aan het begin van de 19de eeuw werd ten westen van het plangebied een kustfort aangelegd ter verdediging van de Westerschelde. Delen van het plangebied zijn in de 19de eeuw verstoord met het uitgraven van enkele perceelssloten en in de 20ste eeuw met de aanleg van windmolens.</p><p>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek kan worden gesteld dat voor de vroege prehistorie een middelhoge verwachting geldt in de top van het pleistocene dekzand. De verwachting voor het Midden-Neolihicum op het Basisveen is laag te noemen vanwege de natte toestand van het toenmalige landschap. Vindplaatsen uit het Laat-Neolithicum kunnen worden verwacht in de top van het Laagpakket van Wormer. Hiervoor geldt een middelhoge verwachting. Gedurende de Bronstijd behoorde het plangebied tot een uitgestrekt veenmoeras waar de omstandigheden vermoedelijk te nat en ongunstig waren voor bewoning. Vindplaatsen uit deze periode kunnen worden aangetroffen aan de onderzijde van het Hollandveen Laagpakket. In de top van het Hollandveen Laagpakket kunnen vindplaatsen uit de (late) IJzertijd en Romeinse Tijd voorkomen. Voor deze perioden geldt een hoge verwachting op het aantreffen van vindplaatsen, gelet op de vindplaatsen uit deze perioden die eerder op diverse plaatsen Walcheren op het veen werden aangetroffen, zoals aan de Havenweg in Ritthem (waarneming 20534). Voor de Vroege, Volle en Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bestaat een lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen. Hoewel op basis van de beschikbare informatie over de bodemopbouw aan de oostzijde van het plangebied of direct oostelijk daarvan een kleine kreek moet hebben gelegen, is van een relatief hoog in het landschap gelegen kreekrug (inversierug) geen sprake. Analyse van oud kaartmateriaal laat zien dat in de Nieuwe Tijd geen bebouwing binnen het plangebied heeft gestaan.</p><p>Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek kan opgestelde archeologische verwachtingsmodel worden bijgesteld. De verwachting voor de vroege prehistorie (Paleolithicum tot en met midden-Neolithicum) kon gezien de diepteligging van het pleistocene dekzand en het Basisveen (minimaal 4 meter beneden maaiveld) niet worden getoetst en blijft zodoende vastgesteld op een middelhoge en respectievelijk lage verwachting. Voor het Laat-Neolithicum, de top van het Laagpakket van Wormer, blijft de verwachting vastgesteld op middelhoog, gezien de intacte top die werd waargenomen. Voor de Bronstijd blijft de verwachting eveneens ongewijzigd (lage verwachting) vanwege een intacte onderzijde van het Hollandveen. Voor de IJzertijd en de Romeinse Tijd wordt de verwachting bijgesteld van een hoge naar een middelhoge verwachting vanwege de lichte erosie van de veentop in het merendeel van de boringen. Vermoedelijk was het toenmalige lokale landschap grotendeels relatief laag gelegen en daarmee door de natte toestand minder geschikt voor bewoning. Voor de Vroege, Volle en Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geldt dat de lage verwachting ongewijzigd kan blijven. Het booronderzoek heeft aangetoond dat ter plaatse geen hoger gelegen kreekruggronden aanwezig zijn die gunstige bewoningscondities boden. Daar komt bij dat in meerdere boringen beneden de bouwvoor verstoringen van het Laagpakket van Walcheren werden aangetroffen. Enkele archeologische indicatoren uit de Nieuwe Tijd zijn in deze opgebrachte pakketten gevonden. Deze wijzen zodoende niet op de aanwezigheid van een vindplaats.</p><p>Op basis hiervan wordt archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied niet noodzakelijk geacht.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed!
创建时间:
2014-10-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务