five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen (GR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen (GR)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XQA-WFNN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in april 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase uitgevoerd aan de Noorderstraat 25 te Noordbroek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande uitbreiding van de huidige stallen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van de geraadpleegde bronnen wordt een dekzandopduiking in het plangebied verwacht. In de nabijheid zijn resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bekend en nabij het plangebied liep vanaf in ieder geval ongeveer 1550 een dijk.<br>In het plangebied kunnen resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd worden verwacht, samenhangend met de veenontginningen uit die periode, de oude dijk en de ontginningsas die is uitgegroeid tot het huidige Noordbroek. Voor deze periode geldt een hoge verwachting.<br>Oudere resten kunnen eveneens aanwezig zijn, specifiek uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Midden-/Laat-Neolithicum. Vanaf die periode ontstond veengroei en was het gebied tot aan de laatmiddeleeuwse veenontginningen ongeschikt voor bewoning.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>In het plangebied is geen sprake van een dagzomende dekzandopduiking. Het aanwezige dekzand is afgedekt met een laag Dollardklei van circa 70 cm dik. De top van het dekzand toont tekenen van verspoeling. Dat impliceert dat de oorspronkelijke dekzandtop hier is verdwenen. Elders is een Bh-horizont gezien, die onder zeer vochtige omstandigheden is ontstaan. Het gebied was daarmee waarschijnlijk weinig aantrekkelijk als vestigingslocatie en voor zover er bewoning was, dan zijn de resten hiervan waarschijnlijk verdwenen/ verspoelt. De karterende boringen hebben geen indicatoren opgeleverd voor wat betreft steentijdbewoning. Voor wat betreft resten uit de steentijd wordt de verwachting daarom bijgesteld naar ‘laag’.<br>Hoewel resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd niet uitgesloten worden, zal men waarschijnlijk de voorkeur hebben gehad aan de hogere delen van de zandopduiking, waar het dekzand aan het maaiveld dagzoomt, of dichter langs de oude dijk. Ook hier hebben de karterende boringen geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Het verwachtingsmodel voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd dient daarom eveneens te worden bijgesteld naar ‘laag’.</p><p>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Midden-Groningen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Steunpunt Libau.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2020-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务