five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Wooldseweg 84 te Woold, Gemeente Winterswijk

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xpq-jmce
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Hoeve ’t Ros, ten behoeve van de omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Wooldseweg 84 te Woold. Het bestaande agrarische bedrijf wordt uitgebreid met een mestopslag van 350 m² en optioneel over 4 jaar op dezelfde plek met een stal met een totale oppervlakte van ca. 1.800 m². De ontgravingsdiepte van de mestopslag bedraagt circa 1,5 m. De diepte van de fundering en daarmee de nieuwe bodemverstoring, is nu nog niet bekend maar zal door de mestkelder onder de stal dieper zijn dan 2,50 m-mv. De mestopslag betreft een mestzak die tot circa 1,5 m-mv wordt ingegraven. De toekomstige gebruiker is Hoeve ’t Ros. Op basis van de archeologische beleidskaart van gemeente Winterswijk, blijkt dat met de geplande bodemingreep mogelijk archeologische waarden kunnen worden verstoord. Het plangebied ligt in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting (categorie 6). Hiervoor geldt een verplichting voor onderzoek als de 100 m² en de diepte van 30 cm-mv voor bodemingrepen wordt overschreden. Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er een middelhoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd en een lage verwachting op archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. De potentiële archeologische lagen liggen onder de bouwvoor en het dunne eerddek vanaf ca. 50 cm-mv. Er is een gerede kans op een gehele of gedeeltelijke bodemverstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door afplagging en agrarische bewerking. De aanwezigheid van een dun eerddek heeft archeologische vindplaatsen waarschijnlijk niet beschermd. Uit het booronderzoek blijkt dat in een relatief klein deel van het plangebied sprake is van een intacte bodem met onder de subrecente bouwvoor een oud plaggendek, waaronder een Bhorizont wordt aangetroffen die op een diepte tussen 55cm-mv en 110 cm-mv overgaat in natuurlijk dekzand. In boring 10 gaat de subrecente bouwvoor direct over in de B-horizont. In de rest van het plangebied is sprake van een subrecent verstoorde bodem (diepploegen en/of aftoppen esdek), waarin al dan niet nog menglagen (A/B, B/C of A/B/C-lagen) van de natuurlijke bodem horizonten herkenbaar zijn. Waarschijnlijk zijn deze verstoorde bodems het gevolg van diepwoelen om de ijzerrijke ondergrond te breken en de waterhuishouding op de percelen te bevorderen. De opdrachtgever kon dit niet bevestigen, aangezien hij pas sinds enkele jaren eigenaar is van Hoeve ’t Ros. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Selectieadvies Gegeven de diepe verstoringen tot in de archeologisch waardevolle lagen in het grootste gedeelte van het plangebied en het volledig ontbreken van archeologische indicatoren adviseert Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek uit te (laten) voeren en het plangebied vrij te geven voor de ontwikkeling. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Selectiebesluit Het rapport en het selectieadvies zijn op 26 september 2017 beoordeeld door het bevoegd gezag (dhr. K. Meinderts) en diens adviseur drs. D. Kastelein van de ODA (Zaaknummer 2017EA07504). Met betrekking tot het rapport is een opmerking gemaakt met betrekking tot het ontbreken van de oudere vermeldingen van ’t Ros. In deze rapportage is de historische paragraaf aan gevuld met de ontbrekende gegevens. Drs. D. Kastelein stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat een vervolgonderzoek ter plekke niet noodzakelijk is. Drs. D. Kastelein adviseert de gemeente Winterswijk om met dit advies in te stemmen.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务