Replication Data for: Transect-rapport 2961: Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Assen, Beilerstraat (ong.), Gemeente Assen
收藏DANS Data Station Archaeology2022-11-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/6652MW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
• Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de archeologische verwachting in het plangebied hoog is voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de rand van een beekdal. Een dergelijke locatie vormde een aantrekkelijke vestigingslocatie waardoor er zowel nederzettingsresten, sporen van landgebruik en vondststrooiingen kunnen voorkomen. Beekdalen waren door de natte omstandigheden onaantrekkelijke vestigingslocaties. De randen waren echter zeer aantrekkelijke locaties. In beekdalen kunnen daarentegen wel specifieke resten aanwezig zijn, waaronder oude wegen en rituele deposities. Er zijn hiervan op meerdere plaatsen in Drenthe voorbeelden van bekend. In het plangebied kunnen daarom in het hele plangebied resten worden verwacht vanaf het Laat-Paleolithicum. Voor wat betreft de Nieuwe tijd is de kans op het aantreffen van nederzettingsresten uit de Nieuwe Tijd laag aangezien op basis van historisch kaartmateriaal geen oude bebouwing of landgebruik wordt verwacht (met uitzondering van de thans aanwezige villa, die tegen het einde van de 19e eeuw is gebouwd. • Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de ligging langs een beekdal uit het bureauonderzoek bevestigd. In het noorden is vermoedelijk sprake van een dekzandrug. Hierbij is in het dal, dat vermoedelijk in en ten zuiden van het plangebied ligt, nog veen aanwezig. In het noorden is geen veen meer aanwezig. De aanwezigheid van sporen van bodemvorming in de top van het dekzand (in de vorm van een B-horizont) wijst op een relatief hoge mate van intactheid van de top van het dekzand. Tevens zijn in het plangebied vondsten gedaan. In één boring zijn verschillende fragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen, die mogelijk op de aanwezigheid van sporen uit de periode Neolithicum-IJzertijd wijzen. Resten uit de navolgende Romeinse Tijd-Late Middeleeuwen zijn echter ook niet uit te sluiten. De verwachting is hierom voor deze perioden hoog. • Voor de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum is de verwachting laag tot middelhoog. De hoogte van deze verwachting wordt hierbij bepaald door de aanwezigheid van veen op het dekzand (boring 1 en 45). Dit veen vormt namelijk een aanwijzing dat de top van het dekzand ook voor het type vindplaatsen uit deze periode nog intact kan zijn. In het noorden is de kans echter groot dat vindplaatsen uit deze periode zijn aangetast. • De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd blijft in navolging van het bureauonderzoek laag. Dit is gebaseerd op het ontbreken van sporen van bebouwing uit het begin van de 19e eeuw.
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-09-03



