five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Goilberdingerdijk 51 te Culemborg, gemeente Culemborg (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Goilberdingerdijk 51 te Culemborg, gemeente Culemborg (GD)

收藏
DANS Data Station Archaeology2023-07-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BT-ZXCM
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in juni 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Goilberdingerdijk 51 te Culemborg. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een nieuwe woning.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting middelhoog voor de Vroeg-Romeinse tijd tot Nieuwe tijd vanwege oever-op-komafzettingen, waarvan de oeverafzettingen van de Lek stroomgordel na 0 na Chr. moeten dateren. Vanwege de ligging in een voormalig komgebied is de archeologische verwachting laag voor de periode daarvoor. Wel zou er een onbekende crevasse in de ondergrond kunnen bevinden, die mogelijk geschikt was voor bewoning. Het archeologisch niveau uit de periode Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum is op een dusdanige diepte (> 8 m -mv) te verwachten, dat een eventuele archeologische verwachting weinig toevoegt omdat de bodem vermoedelijk niet tot deze diepte wordt verstoord.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Er zijn oever-op-komafzettingen met meestal een dikke of extreem dikke A-horizont met meerdere archeologische indicatoren, waardoor deze gronden kunnen doorgaan als oude woongronden. Verder is op ca. 2,0 m -mv wat houtskool als archeologische indicator aangetroffen.<br>Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 20 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 2,30 m +NAP (25 cm à 100 diepte t.o.v. huidig maaiveld). De initiatiefnemers overwegen het peil van de nieuw te bouwen woning maximaal 1 m hoger te leggen dan het huidige maaiveld. Onder de woning komen heipalen te liggen tot op een aanzienlijke diepte. Diepte. Door de toepassing een archeologievriendelijk bouwplan conform de “Handreiking archeologievriendelijk bouwen” (zie paragraaf 1.5) zal slechts een zeer lokale verstoring van de ondergrond op opleveren en dus van het archeologisch bodemarchief.<br>Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 2,30 m +NAP zijn, afgezien dan van het toepassen van een archeologievriendelijk bouwplan, wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).<br>Samenvatting Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een karterend onderzoek conform standaardmethode C3 van de Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: Karterend Booronderzoek.1 De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Culemborg. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. M. Stronkhorst (m.stronkhorst@odrivierenland.nl).<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2023-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务