Archeologisch bureauonderzoek ten behoeve van de uitbreiding van Visscher Seafood te Urk, gemeente Urk
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-28m-m9fu
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Industrierondweg 4 te Urk, gemeente Urk. Op dit adres staat een bedrijfspand. Het plangebied betreft de uitbreiding van dit bedrijfspand (afbeelding 2). Binnen het plangebied zullen er gravende werkzaamheden plaatsvinden tot 1,5 m-mv. Verder zal de nieuwbouw worden gefundeerd op heipalen; deze zullen worden geheid of gedraaid tot 8,6 m-mv. Er is nog geen heiplan beschikbaar. Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek.Uit het bureauonderzoek blijkt dat op basis van het natuurlijke landschap het plangebied een middelhoge verwachting heeft voor archeologische resten uit het laat-Paleolithicum tot midden-Neolithicum op het dekzand (vanaf 6,5 m-mv). Ook voor het veen geldt een middelhoge verwachting; hierin kunnen (organische en anorganische vondsten ex-situ vanaf de keileembult zijn ingespoeld; het plangebied ligt immers op de flanken van de Urker keileembult. Voor latere perioden geldt geen verwachting omdat het plangebied te drassig was, of onder water heeft gelegen. Vanaf de hoge Middeleeuwen tot de jaren 40 van de 20e eeuw lag het plangebied buitengaats. Het plangebied is bebouwd sinds de jaren 70 van de 20e eeuw. Er worden dan ook geen ondergrondse bouwhistorische waarden verwacht.In de delen van het plangebied waar de oorspronkelijke zeebodem onverstoord aanwezig is, kunnen scheepswrakken en –ladingen worden aangetroffen; dit zijn echter geïsoleerde vindplaatsen met een lage trefkans.AdviesOp basis van de middelhoge verwachting voor archeologische resten in het veen (vanaf ongeveer 3,5 m-mv) en in het dekzand (vanaf ongeveer 6,5 m-mv), en de verwachte verstoring van de diepere ondergrond door heipalen, adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te kiezen uit de volgende opties:• Het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van een verkennend booronderzoek. Door middel van een booronderzoek worden de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens getoetst. Tevens heeft het booronderzoek tot doel vast te stellen in hoeverre de natuurlijke bodemopbouw verstoord is. Conform de landelijk gebruikelijk richtlijn wordt geboord met een dichtheid van minimaal 6 boringen per hectare, met een zo goed mogelijke spreiding per onderzoeks- of deelgebied. Voor het plangebied (omvang en vorm) komt dit neer op 2 boringen. Er dient minimaal te worden geboord tot 25 cm in de top van het dekzand, naar verwachting tot ongeveer 6,75 m-mv. • Het heipalen-plan zodanig in te richten dat er geen disproportioneel grote verstoring van de diepere ondergrond zal plaatsvinden. Dit wil zeggen dat de verstoringsgraad van de heipalen (uitgaande van een normaal verdubbeling van het verstoorde oppervlak als gevolg van het uitstralingseffect van het heien) bij voorkeur minder is dan 1% van het totaaloppervlakte van de nieuwbouw en zeker minder is dan 5% van dat totaaloppervlakte. In Nederland wordt een verstoringsgraad van minder dan 1% als acceptabel gezien vanuit het perspectief van de archeologische monumentenzorg. Vaak wordt ook een verstoringsgraad tot 5% bij een dergelijke diepe verstoring van het verwachte archeologische niveau als acceptabel gezien; dit is afhankelijk van de inzichten/richtlijnen van het betrokken bevoegd gezag. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Urk, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het vervolgonderzoek. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Urk, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



