Wemeldinge Zuidelijke Achterweg 2D Wemeldinge Zuidelijke Achterweg 2D. Gemeente Kapelle. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZT7-6D2X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in september 2019 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd aan de Zuidelijke Achterweg 2D te Wemeldinge (gemeente Kapelle). De opdrachtgever is voornemens nieuwbouw te realiseren. De exacte inrichtingsplannen zijn nog niet bekend.</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Het plangebied bevindt zich in het komgebied ten westen van de voormalige brede getijdenkreek tussen Wemeldinge, Kapelle en Yerseke. Binnen het plangebied werden afzettingen van het Laagpakket van Wormer, het Hollandveen Laagpakket en het Laagpakket van Walcheren verwacht. Voor het Neolithicum gold een lage verwachting voor vindplaatsen in de top van het laagpakket van Wormer. Voor de Bronstijd gold een lage verwachting in de onderzijde van het Hollandveen Laagpakket. In de top van het Hollandveen Laagpakket gold een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd indien de top intact was en niet geërodeerd dan wel gemoerneerd. Voor de vroege en late Middeleeuwen gold respectievelijk een middelhoge en hoge verwachting in (de top van) het Laagpakket van Walcheren. Voor de Nieuwe tijd gold een lage verwachting op het Laagpakket van Walcheren en onder de bouwvoor.</p><p>Tijdens het inventariserend veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel middels 4 verkennende boringen (tot maximaal 4,00 m –mv) verspreid binnen het plangebied getoetst. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is het verwachtingsmodel bevestigd en bijgesteld.<br>Uit het booronderzoek blijkt dat de top van het Laagpakket van Wormer intact aanwezig is op een diepte tussen 0,60 en 1,31 m –NAP (2,55 – 3,30 m –mv). Gelet op deze diepteligging en de samenstelling van de afzettingen, bestond het toenmalige landschap uit een nat getijdemilieu met ongunstige bewoningscondities. De lage verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit het Neolithicum blijft zodoende ongewijzigd. Het boven deze afzettingen gelegen Hollandveen Laagpakket is in alle boringen intact aangetroffen. Hoewel de intacte veentop hier geoxideerd is, zijn er geen sporen van veraard veen die erop zouden kunnen wijzen dat het veen geruime tijd aan het oppervlak heeft gelegen. De intacte veentop is aangetroffen tussen 0,40 m +NAP en 0,01 m –NAP (tussen 1,55 en 2,00 m –mv). De lage verwachting voor de Bronstijd (onderzijde veenpakket) blijft behouden. De hoge verwachting voor de IJzertijd en Romeinse Tijd (veentop) wordt naar beneden bijgesteld aangezien er geen sporen van veraarding werden aangetroffen.<br>Het boven het veen afgezette Laagpakket van Walcheren is intact aangetroffen. Het betreft hier komafzettingen waarvan de top werd aangetroffen tussen 0,75 en 0,45 m +NAP (op ca. 1,45 m –mv). In de afzettingen zijn geen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen gevonden. Hierboven werd onder een pakket sub-recent bouwzand de voormalige bouwvoor van de pre 20ste-eeuwse bebouwing aangetroffen. In deze bouwvoor zijn ook geen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen gevonden. In combinatie met het feit dat het perceel in de late Middeleeuwen, vanaf het moment dat de Dorpsstraat als dorpskern ging fungeren, als tuin van de bebouwing langs de Dorpsstraat heeft dienst gedaan, wordt de hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen dan ook bijgesteld naar middelhoog wegens de nog kleine kans op het aantreffen van beer- en/of waterputten. Voor de Nieuwe Tijd blijft de lage verwachting voor bewoningssporen dezelfde aangezien het booronderzoek geen aanwijzingen voor vindplaatsen uit deze periode heeft opgeleverd.<br>In het verwachtingsmodel en bovenstaande conclusie is het archeologische potentieel van het plangebied beschreven. Uit het met het booronderzoek bijgestelde verwachtingsmodel blijkt dat binnen het plangebied alleen nog een middelhoge verwachting geldt op het aantreffen van vindplaatsen uit de late Middeleeuwen.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2019-01-01



