Transect - rapport 866: Heesch, ‘t Vijfeiken Gemeente Bernheze (NB)
收藏DANS Data Station Archaeology2016-03-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZBE-CN6J
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op 24 november 2015 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd op enkele akkers aan ‘t Vijfeiken te Heesch (Gemeente Bernheze). De aanleiding van het onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het terrein ten behoeve van woningbouw. Om in het kader van planvorming beredeneerde afwegingen te kunnen maken, dient de archeologische verwachting van het terrein getoetst te worden. In het plangebied heeft reeds een vooronderzoek plaatsgevonden waaruit is gebleken dat in het plangebied met name resten uit de Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Ook is een redelijk intact plaggendek aangetroffen, dat eventueel aanwezige archeologische resten afdekt. Op basis hiervan werd een proefsleuvenonderzoek aanbevolen om deze verwachting te toetsen. <br> <br>Op basis van het vooronderzoek werd in het plangebied een hoge zwarte enkeerdgrond verwacht, die eventueel sporen van laatmiddeleeuwse bewoning en gebruik zou afdekken. Sporen van vroegere bewoning, uit de vroege prehistorie, de late prehistorie en de Romeinse tijd werden niet verwacht. <br> <br>Tijdens het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven is inderdaad een plaggendek aangetroffen. Dit plaggendek had een gemiddelde dikte van ca. 60 cm. Er is dus sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond. Direct onder de enkeerdgrond ligt het archeologisch vlak in de C-horizont van een podzolbodem. <br> <br>De aangetroffen sporen bestaan hoofdzakelijk uit bewoningssporen uit de volle middeleeuwen en de late middeleeuwen. Uit de vele paalkuilen zijn in elk geval één, maar waarschijnlijk drie hoofdgebouwen te reconstrueren. Het meest duidelijk is het hoofdgebouw in werkput 4, dat met een licht gebogen rij staanderpalen in de aloude Dommelen-typologie past (Theuws, Verhoeven en Van Regteren Altena 1988). Het is hierbij met zeker 4 staanders een zogenaamd A2-type huis. Bij het huis ligt aan de oostelijke zijde een bijgebouw in dezelfde oriëntatie. Direct achter het huis, aan de zuidelijke kopse zijde ligt een waterput. De inrichting van het erf volgt daarbij de voor de periode typerende indeling (zie hiervoor bijv. Huijbers 2007). <br> <br>Ook in werkput 1 zijn waarschijnlijk resten uit deze periode aanwezig. Deze worden echter doorsneden door een 2 meter brede greppel die in de 14de eeuw lijkt te zijn gegraven. Het is vooralsnog onduidelijk welke functie deze greppel heeft. De greppel lijkt echter ook een nederzettingsterrein te omsluiten. De greppel loopt over grote afstand in de richting van noord naar zuid, maar buigt aan de zuidzijde om richting oosten. Nederzettingsterreinen uit deze periode zijn minder goed bekend dan de nederzettingsterreinen uit de 11de en 12de eeuw. Oorzaak hiervoor is dat dergelijke nederzettingsterreinen veelal op de locatie van de huidige dorps- en stadskernen liggen en dientengevolge vrijwel nooit voor onderzoek in aanmerking komen. <br> <br>Tot slot wordt het terrein ná de 14de eeuw in gebruik genomen als akker. Wanneer dit precies gebeurd is, valt niet met zekerheid te zeggen. Hiervoor zullen de verschillende verkavelingsgreppels beter bestudeerd moeten worden. <br> <br>Op basis van de waardestelling volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie hebben we te maken met behoudenswaardige archeologische resten, specifiek van de resten van een nederzetting uit de volle en late middeleeuwen. In het kader van de ontwikkeling van het terrein tot woningbouwlocatie verdient het de aanbeveling op een verantwoorde manier met de archeologische resten om te gaan. De archeologische sporen dienen behouden te worden. Het behoud van de archeologische resten kan ofwel in-situ, waarbij het archeologisch vlak ontzien wordt bij de ontwikkeling in het kader van de woningbouw. Dit zou bijvoorbeeld kunnen geschieden door planaanpassing. Wanneer behoud in-situ niet meer tot de mogelijkheden behoort, zullen de archeologische resten ex-situ behouden te worden. . Dit kan het beste gebeuren door de archeologische resten en hun informatie te verzamelen door ze op te graven. Hierbij kunnen twee zones aangegeven worden: Ten eerste kan een zone van ca. 2260 m2 rondom de meest dichte sporenconcentraties worden getrokken (bijlage 4: donkerrood). Hiermee wordt de nadruk gelegd op de middeleeuwse erven, zonder daarbij de nederzettingselementen aan de randen van de nederzetting in beschouwing te nemen. In archeologisch opzicht is dit niet wenselijk. Wanneer een ruimere zone van ca. 3200 m2 getrokken wordt rondom de sporenconcentratie, waarbij echter ook de iets verder gelegen sporen meegenomen worden (bijvoorbeeld de éenzame’ kuil in wp 2), wordt de nederzetting inclusief ‘off-site’ elementen onderzocht (bijlage 4: donkerrood én lichtrode rand). Op deze manier wordt méér inzicht verkregen met relatief weinig extra inspanning.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2016-03-15



