Archeologische opgraving, Tracé rondweg N316 Zeddam, vindplaats 1 en 2
收藏DANS Data Station Archaeology2025-06-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XU2-A5ZD
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van de archeologische opgraving die door Synthegra Archeologie bv is uitgevoerd in opdracht van provincie Gelderland. Het veldwerk is uitgevoerd in de periode van 20 september tot en met 23 november 2004. Het plangebied wordt gevormd door het tracé van de omlegging van de provinciale weg N316 rond Zeddam (gemeente Montferland, voorheen gemeente Bergh). Aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de waarneming van nederzettingssporen en vondsten daterend uit het Neolithicum tot in de Middeleeuwen tijdens twee vooronderzoeken. In 1999 en in 2003 heeft archeologisch adviesbureau RAAP bv uit Brummen een inventariserend booronderzoek uitgevoerd. Dit karterende booronderzoek toonde aan dat in het plangebied ten minste twee archeologische vindplaatsen door het wegtracé van de N316 zijn doorsneden, namelijk vindplaats 1, gelegen op een dekzandwelving; en<br>vindplaats 2, gelegen op een gordeldekzandrug. Vindplaats 1 zou volgens het inventarisernd veldonderzoek uit het Neolithicum tot in de Vroege Bronstijd dateren, en vindplaats 2 iets later, uit de gehele IJzertijd. RAAP vermoedde dat het wegtracé ter hoogte van vindplaats 2 een uitgestrekt gebied met nederzettingsresten zou gaan doorsnijden. Deze twee vindplaatsen dienden daarom verder onderzocht te worden om hun aard, datering, conservering en omvang te bepalen. Het vervolgonderzoek, een waarderend proefsleuvenonderzoek, werd in 2004 uitgevoerd door ARC uit Groningen bv. Tijdens het vervolgonderzoek door Synthegra b.v. uit Doetinchem zijn nederzettingssporen als<br>paalgaten van gebouwen, waterputten, kuilen aangetroffen. In totaal zijn 61 werkputten aangelegd. Vindplaats 1 is onderzocht met 18 werkputten. Vindplaats 2 is onderzocht in 43 werkputten in 3 blokken: blok 2A noord: 6 werkputten; blok 2A zuid: 18 werkputten, blok 2B:<br>19 werkputten. De opgraving heeft aangetoond dat binnen het plangebied een deel van een groter nederzettingsterrein aanwezig is. Tijdens het onderzoek op vindplaats 1 zijn sporen en artefacten aangetroffen die voornamelijk uit de Vroege en Midden-IJzertijd dateren. Deze datering is gebaseerd op het in de sporen aangetroffen aardewerk en C14 dateringen van diverse houtskool-, hout- en algemene grondmonsters. De sporen concentreerden zich vooral in het centrale deel van het terrein. De kern van de nederzetting van vindplaats 1<br>is niet aangetroffen. Vermoedelijk is de periferie van de vindplaats gevonden, waarin vooral bijgebouwen in de vorm van spiekers en schuren aanwezig zijn. Drie waterputten of waterkuilen zijn waargenomen, die C14 dateringen in de Vroege en Midden-IJzertijd opleverden. Vindplaats 2 heeft voornamelijk sporen en vondsten opgeleverd die te dateren zijn in de Vroege en Midden-IJzertijd en de Romeinse Tijd. De sporen bevonden zich in de centraal gelegen werkputten, behorend tot blok 2A zuid. Voornamelijk bijgebouwen in de vorm van spiekers en schuren, maar ook veel (afval)kuilen en enkele hutkommen zijn aangetroffen. Vermoedelijk is ook hier de periferie van de nederzetting aangetroffen, zoals op vindplaats 1. Vindplaats 2B heeft een tweetal waterputten opgeleverd, die dateren in de Vroeg-Romeinse tijd, waarvan er verder weinig sporen zijn. Uit het pollenonderzoek bleek dat de wijdere omgeving van de nederzetting van vindplaats 1 zeer bosrijk moet zijn geweest met veel Els, Hazelaar, Eik en Linde en verder wat Iep, Beuk en Wilg. Vindplaats 2 had een open landschap met hier en daar wat bomen, waaronder vooral Els en Eik met daarnaast wat Iep en Linde. Vooral heide- en grassoorten groeiden hier. Een deel van de grond, in ieder geval bij het nederzettingscomplex van vindplaats 2, werd ingenomen door akkers. Het aangetroffen stuifmeel van Ranonkelachtigen, Weegbree en Varkensgras verwijst naar graslanden, mogelijk weilanden. Uit archeozoölogisch onderzoek kan voorzichtig worden geconcludeerd dat veeteelt werd uitgeoefend, met varkens en rundvee. Het aardewerk bestaat, met uitzondering van een procentje romeins draaischijfaardewerk, geheel uit handgevormd locaal aardewerk. In de Vroege en Midden-Ijzertijd is er een duidelijke verwantschap met het<br>aardewerk van noord-Nederland. Het aardewerk uit de Miden- en laat-Romeinse bewoning van vindplaats 2 heeft een grote overeenkomst met het aardewerk van de “Rhein-Weser Germanische” groep uit oostelijker streken. Behalve aardewerkvondsten bestaat het vondstcomplex ook uit natuursteen (waaronder tefriet, destijds gebruikt voor maalstenen) en vuursteen (waaronder één artefact, een kling), huttenleem, metaal, twee fragmenten van La Tène glas en een stukje Romeins glas (vindplaats 2).</p>
创建时间:
2007-03-27



