five

Knokken om Knodsenburg, archeologisch onderzoek naar een fort uit de Tachtigjarige Oorlog te Lent

收藏
Mendeley Data2024-02-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VEU9LH
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van i-Lent heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau van april 2013 tot en met januari 2016 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het kader van het project Ruimte voor de Waal in de gemeente Nijmegen. De verrichte werkzaamheden zijn een opgraving, drie archeologische begeleidingen en een proefsleuvenonderzoek. Het primaire doel van het onderzoek was het veilig stellen van de wetenschappelijke informatie over de in het onderzoeksgebied aanwezige vindplaatsen (behoud ex situ). Het belangrijkste onderzoeksobject was een versterking uit de Tachtigjarige Oorlog: Fort Knodsenburg (1585-1813). Naast de resten van het fort zijn zowel oudere als jongere sporen en vondsten aangetroffen. Vondsten uit de Romeinse tijd hangen deels samen met de Romeinse Waalbedding die hier lag in 1e en vroege 2e eeuw na Chr. De betekenis van een complex laat -Merovingische ovenkuilen is niet geheel duidelijk. Ze figureerden in een met broekbos begroeid en met crevassegeulen doorsneden landschap op de noordelijke Waaloever. Vanaf de 8e of vroege 9e eeuw wordt het terrein als akker geëxploiteerd vanuit Lent, dat in die t ijd op dezelfde plaats ligt als de huidige dorpskern. Vondsten uit de 10e eeuw laten zien dat het terrein deze functie behield toen het dorp een zuidelijke uitbreiding kreeg in Linteruuic, dat op korte afstand oostelijk van het onderzoeksgebied lag. Veel (bemestings)vondsten en slechts enkele agrarische sporen uit de volle en late middeleeuwen wijzen ook voor de rest van de middeleeuwen op een gecontinueerd gebruik als bouwland. Sinds het einde van de late middeleeuwen (rond 1490, maar mogelijk al eerder) werd een klein deel van het onderzoeksgebied bewoond. Van het geïsoleerde gebouwencomplex dat aangegeven is op een kaart uit 1557 zijn geen structurele resten gevonden, maar wel een concentratie bewoningsafval. Noordelijk van deze bebouwing lagen enkele door brede sloten begrensde kavels en de oostkant van het gebied werd sinds de 16e eeuw doorsneden door de Veerweg. Sinds de tweede helft van de 16e eeuw vond een reeks dijkdoorbraken plaats die de gebruikers van het land dwongen om een groot aantal greppels te graven, enerzijds om overstromingswater van het bouwland af te leiden en anderzijds om het scherpe zand onder te spitten en vruchtbare klei weer boven. De strijd tussen de Spaanse machthebbers en de opstandelingen van de nog jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden leidde in 1585 tot de aanleg van een schans op deze strategische locatie langs de Waal, recht tegenover Nijmegen. De eerste schans had vier bastions en werd bezet door Britse troepen die aan Staatse kant meevochten. Van dit verdedigingswerk zijn mogelijk enkele onderdelen gevonden, waaronder een deel van de gracht rond een rechthoekig bastion. De Britten werden al in december 1585 verjaagd door Spaanse troepen. In 1590 werd de verwoeste schans veroverd door Prins Maurits, die de versterking ombouwde tot een fort met vijf bastions en van hieruit Nijmegen liet bestoken. In juni 1591 kwam het tot een veldslag met de Spanjaarden, die beslecht werd doordat Prins Maurits het fort ontzette. De aangetroffen resten van het fort bestaan onder meer uit de gracht, met een bedekte weg erbuiten en een wal erbinnen. In het fort zijn verder resten opgegraven van een poortgebouw, twee soldatenbarakken, ovens en latrines. De vele vondsten laten zien dat het fort alleen in de periode 1590-1609 permanent bezet was en bevoorraad en gefinancierd werd door het gewest Holland. Na die tijd lijkt er slechts sprake te zijn van een incidenteel gebruik van de vesting. De jongere structurele resten zijn mogelijk toe te schrijven aan de eerste helft van juni 1672, toen het fort bij het naderen van een enorme Franse legermacht in staat van paraatheid werd gebracht. Hierbij hoort wellicht de toevoeging van een zwaar gefundeerd bouwdeel aan het poortgebouw. Een veelzeggende getuige van de veldslag van 15 en 16 juni 1672 vormt de loopgraaf die oostelijk van het fort werd gevonden. Hierin lagen de skeletten van vijf, waarschijnlijk Staatse, soldaten, deels met hun uitrusting. De lichamen moeten hier enkele weken na het gevecht zijn begraven door de Franse overwinnaars. Tijdens de slag zelf zijn in de loopgraaf en rond het fort drie voorraden ongebruikte loden kogels gedeponeerd. Op de bodem van de loopgraaf lag bovendien een beurs met daarin onder meer 19 munten van Aken, achtergelaten door een soldaat in Franse dienst. De jongste fase van het fort wordt vertegenwoordigd door de vijfpuntige buitengracht en de bijbehorende wal. De nieuwe fortificaties zijn aangelegd in 1701 als onderdeel van een plan om de Over-Betuwe te laten dienen als een tweede Waterlinie. Het gebied heeft echter nooit als zodanig gefunctioneerd en het fort is na 1701 waarschijnlijk niet meer bezet geweest. Wel werd de buitengracht na 1750 nog onderhouden. In 1813 werd het fort definitief opgegeven en in de driekwart eeuw daarna werden de wallen geslecht en de grachten gedempt. Tussen 1832 en 1845 werd een boerderij gebouwd in het interieur van het voormalige fort. Hiervan zijn funderingen, resten van hekwerken, dierbegravingen en kuilen met bewoningsafval teruggevonden. Het voormalige voorveld van het fort werd in deze tijd weer agrarisch benut.
创建时间:
2024-02-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务