Rotterdam Prinsenland Berninitoren. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.
收藏Mendeley Data2024-04-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zap-xgwq
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stadsontwikkeling Rotterdam heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam op 12 oktober 2021 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Prinsenland Berninitoren in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn vijf boringen verspreid over het plangebied gezet, tot een maximale diepte van 5,0 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht omdat in het plangebied de realisatie van nieuwbouw is voorzien. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd.Resultaten Op basis van het bureauonderzoek geldt een onbekende archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit het Mesolithicum, een zeer lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd en een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Voor het plangebied is niet duidelijk of de ondergrond uit geul- en/of oeverafzettingen, of uit komafzettingen van de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Gorkum) bestaat. Indien sprake is van geul- en/of oeverafzettingen geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum. Indien in het plangebied sprake is van komafzettingen van de Formatie van Echteld, geldt een lage archeologische verwachting.Aan de hand van de resultaten van het veldonderzoek kan deze verwachting aangescherpt en deels bijgesteld worden. In het plangebied is de diepere ondergrond niet in kaart gebracht. De onbekende archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit het Mesolithicum blijft gehandhaafd. Tijdens het veldonderzoek zijn in het grootste deel van het plangebied komafzettingen van de Formatie van Echteld vastgesteld. Alleen in boring 5 zijn geulafzettingen naar boven toe overgaand in komafzettingen van de Formatie van Echteld waargenomen. Bewoningsniveaus of vegetatiehorizonten zijn niet herkend in deze geulafzettingen. Op basis van het archeologisch onderzoek geldt dan ook voor het hele plangebied een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Neolithicum. Tijdens het veldonderzoek is een pakket restveen aangetroffen. De veengroei vond in de Bronstijd plaats. In deze periode waren de bewoningsmogelijkheden beperkt. De zeer lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Bronstijd blijft gehandhaafd. Dit restveen is achtergebleven bij het afgraven van het veen in de 18e en 19e eeuw. Op basis hiervan geldt een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen: eventuele archeologische resten uit deze perioden zijn met het veen afgegraven. In de top van het restveen is na het droogmalen van de polder in 1870 een bouwvoor ontstaan. In deze bouwvoor zijn geen archeologische resten waargenomen. De lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de Nieuwe tijd kan gehandhaafd blijven.Advies Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Prinsenland Berninitoren in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
创建时间:
2023-06-28



