five

Noordzijde 60 te Goudriaan (gemeente Molenwaard)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-08-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X44-SQ6V
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in augustus 2018 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Noordzijde 60 te Goudriaan (gemeente Molenwaard). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van twee schuren, de bouw van twee woningen en het herstellen van de sloot langs de oostrand van het nieuwe woonerf.<br>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied zich in de Alblasserwaard bevindt. Dit is een overgangszone tussen het rivierengebied in het oosten en het getijdengebied in het westen. Tot de periode van de grootschalige ontginningen in de Late Middeleeuwen lag de Alblasserwaard in een zeer nat komgebied, waar op grote schaal veenvorming plaatsvond. Vermoedelijk bood het landschap in deze periode, met uitzondering van de rivierduincomplexen en stroomruggen, geen mogelijkheden voor permanente bewoning. Op basis van de beschikbare geologische gegevens worden in de ondergrond van het plangebied geen rivierduinafzettingenafzettingen verwacht en stroomgordelafzettingen evenmin. De kans op het aantreffen van resten uit de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen wordt daarom zeer klein geacht.<br>In de 11e-13e eeuw werden de veengebieden van de Alblasserwaard op grote schaal ontgonnen vanuit zogenoemde ontginningsassen. Langs deze assen concentreerde zich de bewoning, waardoor bewoningslinten ontstonden. Het plangebied maakt deel uit van het bewoningslint langs de noordzijde van het veenriviertje de Goudriaan. Vanwege wateroverlast werden de bewoners gedwongen hun erven op te hogen en ontstond langs de Goudriaan een reeks huisterpen. Volgens de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Graafstroom is in het noordelijk deel van het plangebied een huisterp aanwezig. Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) lijkt deze zich echter in het zuidelijk deel te bevinden. Hier is sprake van een ronde verhoging.<br>Een eventuele vindplaats uit de Late Middeleeuwen manifesteert zich in de vorm van omgewerkte en/of opgebrachte pakketten bestaande uit klei met daarin allerlei vondstmateriaal zoals baksteen, puin, aardewerk en dierlijk bot. Het zal hierbij gaan om resten van een boerenerf. De boerderij in het zuidelijk deel van het plangebied dateert volgens de gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) uit de 17e eeuw en rondom de boerderij zijn dus sporen van een erf uit de Nieuwe tijd te verwachten. Mogelijk heeft de boerderij gezien de (gedeeltelijke) ligging op de huisterp een laatmiddeleeuwse voorganger gehad. Archeologische resten kunnen plaatselijk verstoord zijn geraakt door 19e en 20e-eeuwse bouwactiviteiten en de aanleg van nutsvoorzieningen.<br>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de ondergrond van het plangebied in overeenstemming met het bureauonderzoek uit mineraalarm bosveen bestaat. Dit gaat naar boven toe over in een heterogeen, matig tot sterk siltig kleipakket van 145 cm dikte. Dit pakket is vermoedelijk te relateren aan de aanwezige huisterp in dit deel van het plangebied en wordt afgedekt door een 30 cm dikke grindlaag.<br>In het noorden en oosten van het plangebied is het veenpakket aan de bovenkant scherp begrensd en gaat het over in omgewerkte kleilaag gevolgd door een (sub)recent, 55 tot 60 cm dik puinhoudend kleipakket.<br>Samenvattend kan gesteld worden dat het zuidelijk deel van het plangebied rekening moet worden gehouden met archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd. In het overige deel worden op basis van een relatief diep verstoorde bodemopbouw geen archeologische resten verwacht.<br>Op basis van het huidige inrichtingsplan zijn enkel bodemingrepen buiten het zuidelijk deel van het plangebied voorzien. Deze delen van het plangebied kunnen worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat hier toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen 6 op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.<br>Indien wordt afgeweken van het inrichtingsplan en tevens bodemingrepen in het zuidelijk deel van het plangebied, ter plaatse van de huisterp, zijn voorzien, wordt aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk bevonden. Dit dient te bestaan uit een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2019-08-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务