Transect-rapport 1588: Een Archeologisch Bureauonderzoek. Zonneweide Reusel, Hooge Mierdseweg-De Gagel te Reusel (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2018-04-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X3V-UB9K
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In januari 2018 is een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd ten behoeve van de oprichting van een zonneveld op enkele aaneengesloten percelen in Reusel (figuur 1). Het onderzoek is een vereiste voor een bestemmingsplanwijziging, waarvoor een omgevingsprocedure wordt doorlopen. De percelen liggen aan de Hooge Mierdseweg-De Gagel, direct westelijk van Reusel. De oppervlakte is in totaal circa 14 hectare. Het plan behelst het plaatsen van zonnepanelen op stellingen (figuur 2; bijlage 2). De stellingen worden middels palen in de grond gezet. Dit betekent dat de feitelijke bodemverstoring niet het hele plangebied beslaat, maar beperkt blijft tot palen die in de grond worden gedreven. In totaal gaat het om 750 palen met ieder een oppervlak van 30 cm2. Dit is omgerekend in totaal 22.5 m2 aan bodemverstoring. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan buitengebied 2017 (ontwerp 4-10-2016) een dubbelbestemming Waarde-Archeologie, zij het in verschillende gradaties. Deze gradaties komen overeen met de verwachtingszones van de archeologische beleidskaart i.c. erfgoedkaart van de gemeente Reusel-De Mierden (bijlage 3). Op basis van dit bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied vooral een hoge verwachting heeft op resten van kampementen uit het Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum. Dit volgt uit de landschappelijke ligging van het plangebied in een beekdalsysteem, waarbij het landschap wordt gevormd door een aantal beeklopen, geflankeerd door beekdalglooiingen. Vooral kleine verhogingen in dit lager gelegen landschap waren voor prehistorische jagers-verzamelaars interessant om kampementen op te richten; in veel gevallen voor een tijdelijk verblijf om lokale voedselbronnen en grondstoffen te exploiteren. Een vondstmelding op circa 900 m zuidwestelijk van het plangebied, in hetzelfde beekdalsysteem, is illustratief voor deze hoge verwachting. In de ondergrond van het plangebied kunnen dergelijke vindplaatsen aanwezig zijn, deels in hoge dichtheden (ter hoogte van dekzandruggen, dekzandkopjes en kleine welvingen in het dekzand). De verwachting op archeologische waarden uit andere periodes is, behoudens rituele deposities en beekovergangen, laag. Dit geldt voor alle binnen het plangebied onderscheiden landschappelijke eenheden. Grafheuvels, urnenvelden en nederzettingen uit het Neolithicum en later moeten waarschijnlijk toch hogerop de terrasafzettingswelvingen worden gezocht, waar de geohydrologie gunstiger was. Voor wat betreft rituele deposities en beekovergangen dient te worden opgemerkt dat deze met vooronderzoek niet of nauwelijks kunnen worden opgespoord door hun zeer lokale karakter en lage dichtheid. Deze worden dan ook meestal tijdens archeologische begeleiding ontdekt of bij toeval tijdens niet archeologisch graafwerk.</p><p>De voorgenomen bodemingrepen zijn zo beperkt (indrijven van 750 palen van ieder 30 cm2 over een oppervlakte van 14 hectare), dat het verstorend effect op resten van kampementen uit de steentijd die hoofdzakelijk in het plangebied worden verwacht, niet of nauwelijks als excessief kunnen worden aangemerkt.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-04-05



