five

(27196.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Bleeksestraat 6 in Wehl

收藏
DataCite Commons2026-04-13 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/JMPEZS
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten de perioden vanaf het (Laat) Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Verzamelde aardwetenschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied zich bevindt op het oostelijke uiteinde van een omvangrijk gebied van dekzandruggen en -welvingen. Daarmee heeft het plangebied een relatief hoge ligging binnen het natuurlijke landschap. Het omvangrijke gebied van dekzandruggen en -welvingen had een gunstige lig- ging voor Jager-Verzamelaars (Laat Paleolithicum t/m Vroeg Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). De nattere dekzandvlakten en zeker de rivieroverstromingsvlakten niet ver ten oosten van het plangebied, richting het rivierdal van de Oude IJssel, had een grote aantrekkingskracht voor wild, waarop gejaagd kon worden. Ook voor Landbouwers vormde het omvangrijke gebied van dekzandruggen en -welvingen gunstige locaties voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten. Zeker de grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Reeds uitgevoerde archeologische onderzoek binnen het onderzoeksgebied laten zien dat het omvangrijke gebied van dekzandruggen en -welvingen ter hoogte van en rondom de huidige bebouwde kom van Wehl, rijk is aan archeologische vindplaatsen uit vooral de Late Prehistorie (IJzertijd), Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Vooral tijdens de vrij recente zuidelijke uitbreiding van de bebouwde kom van Wehl en de ontwikkeling van het bedrijventerrein A18 zijn verschillende nederzettingscomplexen uit deze perioden aangetroffen (huisplattegronden van boerderijen, sporen menselijke activiteiten in en rondom woonerven). Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, omdat het geraadpleegde historisch kaartmateriaal geen aanleiding geeft dat tijdens deze perioden het plangebied onderdeel was van een historisch (boeren)erf. Verder is er geen aanleiding om sporen/-structuren uit de Tweede Wereldoorlog binnen het plangebied te verwachten. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) laten zien dat er binnen nagenoeg het gehele plangebied sprake is van een verstoorde bodemopbouw, veelal dieper dan de bovenste meter en tot maximaal 140 cm -mv. Het gaat om omgewerkte grond/teruggestorte grond ten gevolge van diepploegwerkzaamheden (een oorspronkelijke oerlaag/harde zandlaag met ijzerconcreties, tevens duidend op in het verleden (periodiek) natte bodemomstandigheden) en de bouw van nabijgelegen stallen/schuren (aanwezig direct ten noorden van beide terreindelen die het plangebied vormen). Matig humeuze zandlagen zullen wellicht voorheen tot het plaggendek hebben behoord, maar ook hier gaat het om recent omgewerkte grond. De onverstoorde bodemopbouw betreft direct de C-horizont, in de vorm van een dunne laag eolische dekzandafzettingen op, dan wel direct en ten dele verspoelde dekzandafzettingen/fluvioperiglaciale afzettingen. In het zuidwestelijk gelegen terreindeel vindt binnen de boordiepte van maximaal 220 cm -mv nog de overgang plaats naar een plaatselijk voorkomende Laag van Wijchen/hoogvloedleem en, dan wel direct, vlechtende rivierterrasafzettingen (Formatie van Kreftenheye). Het in het zuidwestelijk gelegen terreindeel relatief hoger voorkomen van rivierterrasafzettingen betreft waarschijnlijk een restant van een hoger gelegen terrasrest binnen het Laatpleniglaciale terras. Boring 8 is gezet ter plaatse van een gedempte perceleringssloot, waar tot een dieper niveau grond met weinig consistentie (vrij slappe grond waar gemakkelijk doorheen geboord kon worden) aanwezig is. Slechts bij één boring (boring 1) is sprake van een intact/niet door moderne bodembewerking verstoord restant van een plaggendek (Aa-horizont). Waarschijnlijk is tijdens de periode van agrarisch gebruik een voldoende dik plaggendek ontstaan om te spreken van een hoge bruine enkeerdgrond. Door moderne bodembewerking en vergravingen is dit bodemprofiel binnen nagenoeg het gehele plangebied echter volledig verstoord geraakt. Antropogeen materiaal is met name ter plaatse van de boringen gelegen nabij bestaande stallen/schuren aangetroffen in de geroerde/verstoorde lagen grond, bestaande uit resten/kleine brokjes machinale beton- en baksteenpuin. Zeer waarschijnlijk gaat het om bouwafval afkomstig van de bouw van de stallen/schuren en aanbrengen van puinverharding op erfdelen die zich bevinden in zowel noordelijke, oostelijke als zuidelijke richting van het plangebied. Een sterk uitbreiding van het agrarisch erf aan de Bleeksestraat heeft vooral aan het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw plaatsgevonden. Archeologisch relevante indicatoren zijn verder niet aangetroffen in de onderliggende onverstoorde/niet recent verstoorde bodemopbouw. Op basis van de resultaten van de karterende fase van het booronderzoek is er dan ook geen duidelijke aanleiding meer om nog de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold voor de perioden (Laat) Paleolithicum t/m Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd, dient te worden bijgesteld naar geen verwachting. Advies Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De oorspronkelijke bodemopbouw is binnen nagenoeg het gehele plangebied verstoord, ten gevolge van diepploegwerkzaamheden (een oorspronkelijke oerlaag/harde zandlaag met ijzerconcreties, duidend op in het verleden (periodiek) natte omstandigheden) en de bouw van nabijgelegen stallen/schuren (aanwezig direct ten noorden van beide terreindelen die het plangebied vormen). Archeologische resten worden niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen/vondstniveau is sterk, zo niet volledig aangetast binnen nagenoeg het gehele plangebied). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Doetinchem). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Doetinchem) op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务