Archeologisch onderzoek op de Heeswijkse Kampen te Cuijk. Een inheems- Romeinse nederzetting in het achterland van de vicus Ceuclum.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zb4-m3td
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Cuijk en haar directe omgeving vormt al sinds oudsher een zeer aantrekkelijke regio voor mensen om zich te vestigen. Al sinds het Mesolithicum zorgen de hoger gelegen koppen en ruggen van de rivierduinen voor een droge, veilige locatie terwijl in de lager gelegen delen restgeulen en andere stroompjes de bewoners direct toegang gaven tot water dat voor allerlei doeleinden kon worden gebruik. Het ontwikkelingsgebied de Heeswijkse Kampen ligt even ten noordwesten van het centrum van Cuijk. Vanaf de jaren tachtig wordt dit grote gebied onder de rook van Cuijk gefaseerd ontwikkeld tot een water- en groenrijke woonwijk voor de burgers van Cuijk. Echter ook in het verleden, verspreid over een lange periode in tijd en ruimte, heeft hier een groot aantal mensen gewoond. Hun aanwezigheid is door middel van verschillende grote en kleine archeologische onderzoeken in dit gebied aangetoond en behouden voor de toekomst. Sinds de invoering van het verdrag van Malta heeft het archeologisch onderzoek een beter verankerde positie gekregen in het ontwikkelingsbeleid van Nederland. Zo ook in de Heeswijkse Kampen. In de laatste twee decennia is het gebied meerdere malen onderwerp geweest van belangwekkende archeologische onderzoeken die veel inzichten hebben gegeven over de bewoningsgeschiedenis van dit gebied vanaf de eerste menselijke bezoekers in de Midden Steentijd tot aan de boerenerven uit de 19de en 20ste eeuw die deel uitmaakten van enkele hier gelegen gehuchten. In het kader van de de genoemde ontwikkelingen heeft VUhbs archeologie van 20 februari tot en met 24 maart 2012 een opgraving uitgevoerd op één van de vele archeologische vindplaatsen die het plangebied rijk is. De site staat bekend onder de naam Heeswijkse Kampen vindplaats 4b en wordt begrensd door het straatje Heeswijk in het zuiden en de straat Lavendel in het oosten (fig. 1.1). De noordelijke en westelijke grens zijn bepaald door natuurlijke factoren. Het onderzoek maakt deel uit van een grootschalig project genaamd 'Wonen in het Groen' waarvan de gemeente Cuijk de opdrachtgever is. In het geval van het onderhavige onderzoek trad namens de gemeente een projectenbureau op dat werd vertegenwoordigd in de persoon van dhr. Jacob Alkema. Door het projectenbureau was voor het veldwerk en de evaluatie ook een directievoerder aangesteld. Dit was mevr. Esther Mietes. Het bevoegd gezag in deze was de gemeente Cuijk. Hierin werd zij vertegenwoordigd door mevr. Fra Jurgens. Het veldwerk stond onder leiding van Johan van Kampen. Het team bestond verder in wisselende samenstelling uit Roena van Ams, Mariëlle Bannink, Marcel Botermans, Valentijn van den Brink, Rachel Brouwer, Michael Chetchlov, Diederick Habermehl, Thijmen Kok, Afra Koopman en Miel Schurmans. De fysisch geografische situatie binnen het plangebied is tijdens en na het veldwerk bestudeerd en beschreven door Gerard Boreel. De kraan was geleverd door de firma Basten uit Horssen en werd bestuurd door Johan Schoonenberg (fig. 1.2, 1-5). Naast het vaste personeel hebben de leden van de Werkgroep Archeologie Cuijk ook op verschillende wijzen meegewerkt aan het onderzoek. Met hun grote en gedegen kennis van het gebied rond Cuijk hebben ze zowel tijdens als na het veldwerk een grote bijdrage geleverd aan de resultaten. In het bijzonder gaat hierbij om Jantinus Koeling, Henk Kusters, Ton van der Zanden, Leo Theunissen en Peter Beelen. Tijdens het veldwerk zijn ook verschillende publieksmomenten georganiseerd waarbij basisscholen uit de omgeving werden door Afra Koopman werden rondgeleid over de opgraving (fig. 1.2, 6). Tijdens de opendag zijn rondleidingen gegeven door het voltallige veldteam. Een deel van het veldteam is ook betrokken geweest bij de uitwerking. Valentijn van den Brink Roena van Ams en Mariëlle Bannink zijn verantwoordelijk voor het vervaardigen van de GIS-bestanden. De vondstverwerking is verricht door Edda Wijnans die tevens een groot deel van de metaalvondsten heeft geconserveerd. Een klein deel van de vondsten is geconserveerd door Restaura in Haelen. Jan van Renswoude heeft de metaalvondsten geanalyseerd. Afbeeldingen zijn vervaardigd door Johan van Kampen, Mikko Kriek, Diederick Habermehl, Menk Hendriksen, Anne Huijsmans en Jasper Tuinstra. Mikko Kriek is tevens verantwoordelijk voor de eindopmaak van het rapport. De overige specialisten die bij het project betrokken waren, zijn Gerard Boreel voor het natuursteen en het slakkenmateriaal. Julie Van Kerckhove heeft het aardewerk bestudeerd en beschreven. De analyse en rapportage van het vuursteen is vervaardigd door Pawel Kubistal. Het onderzoek van den macrobotanische resten is uitgevoerd door BIAXconsult uit Zaandam in de persoon van Lucy-Kubiak Martens. De dendrochronologische dateringen zijn verricht door Sjoerd van Daalen (Van Daalen Dendrochronologie). Het dierlijk botmateriaal is bestudeerd door Joyce van Dijk (Archeoplan). In dit rapport worden in hoofdstuk 2 de onderzoeksgeschiedenis van het plangebied en de gehanteerde methoden en technieken beschreven. In hoofdstuk 3 worden de fysische geografie en de geomorfologie besproken. Hoofdstuk 4 beschrijft kort de aangetroffen vindplaatsen en de gebruikte dateringsmethoden met de uitkomsten hiervan. Vervolgens komen in het hoofdstuk 5 de sporen en structuren en de fasering van de verschillende vindplaatsen aan bod. De hoofdstukken 6 tot en met 11 gaan in op de materiële cultuur van de verschillende vindplaatsen. Hoofdstuk 12 heeft betrekking op het botanisch onderzoek. Hoofdstuk 13 is de synthese. Hierin komen de resultaten van de individuele hoofdstukken samen en worden de resultaten geplaatst in een breder kader. Het laatste hoofdstuk betreft de catalogus waarin de structuren technisch worden beschreven en, waar nodig, zijn afgebeeld. De bijlagen van dit rapport zijn deels analoog en deels digitaal bijgevoegd. De stukken die direct relevant zijn bij het lezen van het rapport zijn analoog afgedrukt. Hierbij gaat het om een algemeen overzicht van de archeologische perioden, de vragen uit het PvE met een beknopte beantwoording hiervan. Daarnaast zijn er enkele kaartbijlagen toegevoegd bestaande uit een allesporenkaart en een faseringskaart. De overige bijlagen als sporen- en vondstenlijsten, maar ook de relevante originele bijdragen van de externe specialisten zijn digitaal bijgevoegd. In plaats van volledige determinatielijsten is de complete database, inclusief alle materiaaltabellen, digitaal meegeleverd.
创建时间:
2024-01-31



