Archeologisch onderzoek Stationsstraat 40 te Nijmegen
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/LRM9BU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Unibouw BV uit Gemert, Barenbrug Holland BV, heeft Geonius Archeologie in januari-februari 2023 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen (IVO-O) uitgevoerd voor het plangebied Stationsstraat 40 te Nijmegen, gemeente Nijmegen. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de renovatie en uitbreiding van het bestaande kantoorgebouw. Het plangebied ligt voor de bedrijfshallen van Barenbrug Holland BV. Om het lage kantoorgebouw ligt een gazon. Delen zijn verhard en is er een sloot. Het plangebied ligt op de afzettingen van de stroomgordel van Ressen. Deze was gefaseerd actief. Het deel waar het plangebied op ligt behoort tot het deel dat in de onderscheiden fase B is gevormd. Dat was in het laat-neolithicum tot en met de midden-bronstijd. Erna was de stroomgordel niet meer actief in het plangebied. Het noordoostelijke deel van het deelgebied ligt op oeverafzettingen. Het zuidwestelijke deel in een geul en op de plaats van een restgeul. Later werden komafzettingen afgezet. In de bodem heeft zich een kalkhoudende poldervaaggrond ontwikkeld waarvan nu de top antropogeen (sub-)modern is omgewerkt. Er zijn archeologische waarden bekend rondom het plangebied vanaf het midden-neolithicum. Het gebied ten noorden van de Waal was een interessante woonplek voor landbouwers. Dit blijkt uit de vele vindplaatsen uit het neolithicum tot de late middeleeuwen. Even ten zuiden van het plangebied is in 2013 een proefsleuf gegraven waarbij vondsten zijn gedaan uit het laat-neolithicum. Een enkel grondspoor kon worden gedateerd uit de post-Romeinse tijd. In 2020 is bij het plangebied een ander gravend onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen archeologische sporen maar wel enkele verspoelde fragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen. De specifieke archeologische verwachting is op basis van het bureau- en veldonderzoek de volgende: • jager-verzamelaars: Het plangebied heeft een lage verwachting op het voorkomen van waarden van jager-verzamelaars. • landbouwers: Het noordoostelijke deel van het plangebied heeft een hoge kans op het voorkomen van archeologische waarden van landbouwers uit het midden-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het westelijke heeft een lage verwachting daarvoor. Voor jongere perioden geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vooral landgebruikssporen als greppels. Het onderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied een archeologisch niveau voorkomt waarin mogelijk archeologische waarden kunnen worden aangetroffen. De top van het archeologisch niveau ligt in het noordoostelijke deel van het plangebied op circa 0,6 à 1,0 m -mv op circa 8 à 8,4 m +NAP. In het zuidwestelijke deel ligt het relatief laag op circa 1,1 tot 1,4 m -mv (circa 7,7 à 7,9 m +NAP). Om te voorkomen dat mogelijk aanwezige archeologische waarden in het noordoostelijk deel van het plangebied worden verstoord wordt aanbevolen om niet dieper te graven dan 40 cm -mv (8,6 m + NAP). Het archeologisch niveau bevindt zich weliswaar dieper maar aanbevolen wordt een buffer van 20 cm te handhaven om te voorkomen dat mogelijk aanwezige archeologische waarden worden verstoord door bijvoorbeeld rijdend materieel. Indien dit niet mogelijk is wordt aanbevolen om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van een Proefsleuf (IVO-P) op de plaats waar ingrepen zijn gepland die dieper reiken dan 8,6 m +NAP (inclusief een buffer van 0,2 m boven het archeologische niveau). Voor het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-24



