Plangebied Pastoor Smidtsstraat te Blerick, gemeente Venlo.
收藏DataCite Commons2026-04-28 更新2026-05-03 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HCW5KA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p> Inleiding
<p> In opdracht van Ello-3 B.V. heeft RAAP in mei, juni en juli 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Pastoor Smidtsstraat te Blerick in de gemeente Venlo. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning in verband met de geplande sloop van een aantal gebouwen en de bouw van 14 appartementen, 16 grondgebonden woningen, 15 levensloopbestendige woningen, 3 vrijstaande woningen, 2 schuurwoningen en ca. 67 parkeerplaatsen.
<p> Resultaten
<p> Het plangebied is gelegen op de laag van Wijchen op een afstand van ca. 260 m van de huidige loop van de Maas. De laag van Wijchen is een laag bestaande uit siltige klei (lokaal fijnzandig), afgezet in een riviervlakte. Het gebied is niet gekarteerd op de geomorfologische kaart omdat het binnen een bebouwde zone ligt, maar op basis van wel gekarteerde zones in de nabijheid, wordt er aangenomen dat het zich bevindt in een zone met pleistocene Maasterrassen. Meer bepaald, is het plangebied gesitueerd op een dalvlakteterras, zoals blijkt uit de geomorfogenetische kaart van het Maasdal (Isarin e.a., 2015b). Het plangebied ligt binnen een interstadiale terrasvlakte. In het uiterst oostelijke deel van het plangebied is de terrasvlakte gedateerd in het dryas (drie koude perioden tussen 15.000 en 11.650 jaar geleden). Het plangebied ligt op een terrein dat afloopt naar het oosten, richting de Maas. Op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd omdat het in een bebouwde zone ligt. Op basis van omliggende wel gekarteerde zones, worden de volgende bodems verwacht: hoge zwarte enkeerdgronden, en/of loopodzolgronden, en/of poldervaaggronden.
<p> Het plangebied ligt binnen een archeologisch monument: de historische dorpskern van Blerick. Deze gaat in ieder geval terug tot de late middeleeuwen en heeft een hoge archeologische waarde.
Binnen het plangebied zijn geen vondstlocaties aanwezig en is nog geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Binnen het onderzoeksgebied (straal 300 m) zijn 7 vondstlocaties aanwezig. Deze betreffen twee vondsten uit het neolithicum, twee tot drie uit de bronstijd, drie uit de Romeinse tijd en drie tot vijf uit de middeleeuwen t.e.m. de nieuwe tijd.
<p>Er worden resten van jager-verzamelaars uit de periode laat paleolithicum-mesolithicum verwacht. Het betreft resten die gerelateerd kunnen worden aan bewoning, begraving, economische en rituele activiteiten. Voor landbouwsamenlevingen geldt er een verwachting voor bewoning, begraving, economische en rituele activiteiten. Met name vanaf de Romeinse tijd t/m de nieuwe tijd geldt er een hoge archeologische verwachting, aangezien het plangebied binnen de historische kern van Blerick ligt en er mogelijk Romeinse wegen binnen het onderzoeksgebied lopen.
<p> Op basis van het booronderzoek kon bepaald worden dat er binnen het plangebied van nature moderpodzolen voorkomen. Deze zijn nog deels bewaard. Het bovenste deel van de boringen in het gehele plangebied betrof steeds een verstoorde laag. Er wordt één archeologisch niveau verwacht. Dit bevindt zich direct onder het verstoorde pakket, op een diepte van 60 tot 100 cm -mv. Ter hoogte van boring 5 is dit vermoedelijk verstoord.
<p> Advies
<p> Het advies van RAAP: Indien de geplande bodemingrepen dieper gaan dan 60 cm -mv kunnen eventuele archeologische resten aangetast worden. Om eventuele afwijkingen in diepteligging van het archeologisch niveau op te vangen wordt er een buffer van ca. 20 cm boven het archeologisch niveau noodzakelijk geacht: indien de geplande bodemingrepen binnen het gehele plangebied, dieper van 40 cm -mv zullen rijken, wordt er een proefsleuvenonderzoek aangeraden. Een uitzondering zijn paalfunderingen, waarbij slechts een beperkt deel van de bodem verstoord wordt (< ca. 5%). Een proefsleuvenonderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
<p> Het bevoegde gezag geeft volgend selectiebesluit:
“Met betrekking tot de conclusie en het advies het volgende. Zoals in het rapport vermeld is de bodem deels relatief gaaf. Het is echter de vraag of dit voldoende is om vervolgonderzoek te rechtvaardigen. Wanneer de boringen kort op een rij worden gezet kan de bodemgaafheid worden genuanceerd en gerelativeerd:
Boring 3, 5 en 6 zijn verstoord/gestuit en mogelijk geldt hetzelfde voor boring 7. Het beste zijn boring 1, 2 en 4, waarin sprake is van een restant van een B. In boring 1 en 4 bevindt dit restant zich op een BC, maar in boring 2 direct op de C. Welbeschouwd is in vier van de zeven boringen de bodem geheel verstoord en in slechts drie boringen zijn beperkte resten van een bodem aanwezig. Op grond hiervan kan gesteld worden dat de bodemgaafheid erg beperkt is en er overwegend geheel verstoorde boorprofielen voorkomen. Naar onze mening slaat de balans met betrekking tot de waardering van de boorgegevens daarom eerder door naar de negatieve kant. Dit betekent dat het advies om vervolgonderzoek te doen onvoldoende wordt ondersteund door het booronderzoek. In afwijking van het advies is het gemeentelijke selectiebesluit dan ook dat van verder onderzoek kan worden afgezien en het plangebied kan worden vrijgegeven. Het aspect archeologie speelt kortom verder geen rol meer bij dit plan.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-24



