five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Jousterweg 130 te Oudehaske, Gemeente De Fryske Marren

收藏
DataCite Commons2026-04-21 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HTL6YS
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Ad Fontem Juridisch Bouwadvies een archeologisch bureauonderzoek en een karterend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande woningbouw aan de Jousterweg 130 te Oudehaske (gemeente De Fryske Marren) (zie Afbeelding 1). Er worden in totaal19 woningen (11 woningen + 8 appartementen) gerealiseerd. Voor de geplande woningbouw wordt één woning gesloopt. De woningen zullen worden geplaatst op grasland of bouwland. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 7.905 m2. De funderingsdiepte van de geplande woningen is vooralsnog nog niet bekend. Op de FAMKE,1 de archeologische kaart van de provincie Friesland, is aangegeven dat het plangebied (zie Afbeelding 2) in een zone ligt waarvoor ‘karterend onderzoek 1’ geldt. In deze zone kunnen archeologische resten uit de Steentijd vlak onder het oppervlak aanwezig zijn, afgedekt door een dun veen- of kleidek. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² karterend (boor)onderzoek uit te voeren met minimaal 12 boringen per hectare en een minimum van 12 boringen per plangebied. Voor de periode IJzertijd-Middeleeuwen (zie Afbeelding 3) ligt het gehele plangebied in een zone met advies 2: karterend onderzoek 3 (Middeleeuwen). Archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen kunnen aanwezig zijn, met name vroeg- en vol-middeleeuwse veenontginningen. Uit deze periode kunnen huisterpjes aanwezig zijn en ook de oudere boerderijen kunnen sporen en resten afdekken, hoewel de omringende veengronden afgegraven zijn. De provincie beveelt karterend onderzoek aan bij ingrepen van meer dan 5.000 m². In het bestemmingsplan ‘Oudehaske uit 20172 heeft het plangebied een enkelbestemming ‘gemengd’. Conclusie bureauonderzoek Het plangebied ligt ter plaatse van een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. Oudehaske zelf ligt op een hoger gelegen deel in veenland. Geologisch booronderzoek heeft aangetoond dat er direct ten westen van het plangebied nog sprake is van (rest)veen. Uit de boorgegevens van het dinoloket blijkt dat de basis van het bodemprofiel bestaat uit een dik pakket zand dat wordt afgedekt door een pakket zandig veen met daaronder de Pleistocene dekzandafzettingen. De top van deze dekzandafzettingen is in bijna al deze boringen rond 2 m-mv aangetroffen. Het plangebied heeft volgens historisch kaartmateriaal altijd binnen de grenzen van het dorp Oudehaske gelegen. Vanaf 1820 is het noordwesten van het plangebied al bebouwd. Pas in 1995 worden de landen rondom het grasland bebouwd en ontstaat de huidige situatie. De bebouwing in het noordwesten van het plangebied en de agrarische werkzaamheden kunnen geleid hebben tot een nog onbekende bodemverstoring, maar indien het (rest)veenpakket nog aanwezig is, kan dit onderliggende archeologische waarden beschermd hebben. Conclusie booronderzoek De bodemopbouw in het plangebied kan in drie categorieën opgedeeld worden. In de eerste categorie vallen boringen met (rest)veen met daaronder een intact bodemprofiel (B- en C-horizont bestaande uit dekzand). In de tweede categorie kunnen de boringen met (rest)veen met direct daaronder de C-horizont (dekzand) worden ingedeeld. De laatste categorie betreft boringen met een verstoord bodemprofiel, zonder (rest)veen, waarbij de geroerde ondergrond direct overgaat in het dekzand. De minimale verstoringsdiepte bedraagt 45 cm-mv in boring 12. In boring 10 is de bodem het diepst geroerd, namelijk tot 110 cm-mv. Binnen het gehele plangebied kan gesteld worden dat de top van het restveen op minimaal 70 cm-mv (boring 2 en 5) en maximaal 110 cm-mv (boring 10) aangetroffen is. Het dekzand (inclusief E- en B-horizont) is op minimaal 45 cm-mv (boring 12) en maximaal 195 cm-mv (boring 1) waargenomen. Selectieadvies Binnen het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Hoewel de top van de natuurlijke afzettingen veelal intact is, ontbreken archeologische indicatoren of een ‘vuile laag’ in de top van het dekzand die duiden op menselijk handelen in het verleden. Hamaland Advies adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. De kans dat daarmee archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht. Selectiebesluit Het bevoegd gezag, de Gemeente De Fryske Marren en diens archeologisch adviseur (mw. J. van Leeuwen, Archeoloog Steunpunt Monumentenzorg Fryslân) hebben de resultaten van het archeologisch onderzoek op 13 december 2021 getoetst en behoudens enkele opmerkingen welke verwerkt zijn in de rapportage akkoord bevonden. Het rapport geeft aan dat er geen archeologische waarden zijn aangetroffen tijdens het onderzoek: oftewel het terrein kan qua archeologie vrij gegeven worden. Archeologie vormt inderdaad geen belemmering in de herontwikkeling van het perceel. Mevrouw B. Tymstra heeft het advies getoetst en ziet geen reden om af te wijken van het selectiebesluit zoals dat door Hamaland Advies is opgesteld. Er zijn immers geen archeologische indicatoren aangetroffen. Wat ons betreft wordt dit gebied dan ook vrijgegeven wat het aspect archeologie betreft (behalve natuurlijk bij toevalsvondsten). Voorbehoud Wij wijzen erop dat het bovenstaande advies eerst getoetst moet worden door het bevoegd gezag, voordat de graafwerkzaamheden plaats kunnen vinden. Het uiteindelijke selectiebesluit van het bevoegd gezag kan afwijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de Gemeente De Fryske Marren (mw. D. Haagsma).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务