Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO/IVO-O) Molenstraat 120, Apeldoorn Gemeente Apeldoorn GD
收藏DataCite Commons2026-01-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/Z8LOZ3
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het plangebied ligt in bebouwd gebied en is daardoor niet gekarteerd op de bodemkaart. Op de gemeentelijke geomorfologische kaart ligt het onderzoeksgebied op een overgang van een relatief hooggelegen daluitspoelingswaaierafzetting naar een dekzandvlakte of -laagte op helling- en daluitspoelingswaaierafzetting. Op de AHN te zien dat het plangebied op een overgang van hoog naar laag ligt. Apeldoorn ligt op de overgang van de Veluwe stuwwal naar de IJsselvallei. Ondanks dat het plangebied volgens de paleogeografische kaarten nooit is bereikt door de veenmoerrassen uit het oosten zijn er bij boringen ten westen van het plangebied wel veenlagen aangetroffen. Op de kenniskaart van de gemeente Apeldoorn is wel te zien dat er een beekdalsysteem net ten westen van het plangebied, waar nu het Apeldoornsch kanaal ligt, gelegen heeft.<br>
Het onderzoeksgebied is nooit afgedekt geweest met veen waardoor het tot en met de Romeinse tijd geschikt is geweest voor bewoning. Toch zijn er binnen het onderzoeksgebied geen bekende vindplaatsen uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd. In de omgeving van Apeldoorn zijn wel verschillende vindplaatsen bekend uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse tijd. In de middeleeuwen was Apeldoorn een belangrijke productieplaats van ijzer. Apeldoorn wordt voor het eerst vermeld in de 8ste eeuw. Er zijn binnen het onderzoeksgebied geen aanwijzingen voor vroege bewoning aangetroffen en er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals monumenten, (water)molens, voormalige beken en sprengen, landgoederen en enken aanwezig. Op historische kaarten is te zien dat het plangebied bestaat uit weiland en heide. Het maakt geen deel uit van de grote landbouwcomplexen die om de historisch kern van Apeldoorn heen lagen. Op de TopoTijdreis-kaart (afb. 6) is te zien dat het plangebied pas vanaf 1920 bebouwd is. De aanbouw aan de achterkant van het gebouw is in 1993 gebouwd. Het gedeelte uit 1920 is een karakteristiek gebouw maar geen monument. Dit deel blijft bewaard in de bouwplannen en wordt verbouwd tot appartementencomplex. De aanbouw uit 1993 wordt afgebroken. Op de indicatieve kaart voor militair erfgoed (IKME) zijn geen aanwijzingen te zien die wijzen op de aanwezigheid van resten uit de Tweede Wereldoorlog.<br>
In de top van de pleistocene afzettingen kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat-paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Op basis van het bodemkundig onderzoek in het plangebied zijn natuurlijke pleistocene afzettingen te verwachten vanaf 1 m onder het maaiveld.</p>
<p>Laat-paleolithicum-neolithicum<br>
Verwachte complexen bestaan uit bewoningsresten in de vorm van tijdelijke kampementen en in het neolithicum (semi-)permanente nederzettingen. De archeologische verwachting voor deze periodes is middelhoog. Er moet wel rekening gehouden worden met verstoringen als gevolg van recentere bebouwing.
Bronstijd – ijzertijd, romeinse tijd <br>
Verwachte complexen bestaan uit bewoningsresten in de vorm van resten van sedentaire agrarische gemeenschappen. Het kan gaan om resten van nederzettingen, zoals huizen, spiekers en waterputten, maar ook om resten van agrarische activiteit of begravingsrituelen. De archeologische verwachting voor deze periodes is daarom middelhoog. <br>
Vroege middeleeuwen-Late middeleeuwen-nieuwe tijd <br>
Met name in de vroege middeleeuwen werd veel ijzer geproduceerd in de omgeving van Apeldoorn. Alle resten van deze industrie zijn echter ten westen van Apeldoorn aangetroffen. Ook lag de middeleeuwse bewoning hoger op de stuwwal. Op de historische kaarten uit de 18e en 19e eeuw lag het plangebied deels in onontgonnen heidegebied en werd een deel als weiland gebruikt. Pas vanaf 1920 is het gebied bebouwd. De verwachting is daarom voor deze periode laag.<br>
Uit het veldonderzoek blijkt dat de laagopeenvolging bestaat uit een bouwvoor dan wel verstoorde laag, gelegen op dekzand. De toplaag bestaat in alle boringen uit een 40 tot 80 cm dikke moderne bouwvoor (Ap-horizont). In de boringen 1, 3, 4 en 5 is onder de bouwvoor sprake van een 20 tot 50 cm dikke verstoorde laag. Onder de bouwvoor of de vergraven laag is de C-horizont van het dekzand. De top van het onverstoorde dekzand bevindt zich op een diepte van 75 tot 110 cm -mv (11,3 – 11,8 m NAP).
Gezien de hoge mate van bodemverstoring kan de archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen naar laag worden bijgesteld. Daarbij is de geplande verstoringsdiepte van 80 cm nauwelijks dieper dan de bestaande bodemverstoring (minimal 75 cm). Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek wordt daarom aanbevolen om geen vervolgonderzoek uit te voeren in het plangebied. <br>
Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2024 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.<br>
Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Apeldoorn.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-18



