Bureauonderzoek, Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, Gemeente Doetinchem
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zkm-p62v
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Rombou een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Monseigneur (hierna te noemen als ‘Mgr.’) Hendriksenstraat 29 te Wehl, ten behoeve van de nieuwbouw van een ligboxenstal. De bouw hiervan bestaat uit twee fases. In eerste instantie wordt alleen fase 1 gerealiseerd, maar in het kader van het archeologisch onderzoek wordt op verzoek van de opdrachtgever ook fase 2 onderzocht. Fase 1 & 2 vormen samen het onderzoeksgebied, met een oppervlakte van ca. 2000m2. Het plangebied bedraagt in totaal ca. 1 ha. Onder de ligboxenstal wordt een kelder gerealiseerd, met een diepte van 2,19mmv.In het onderzoeksgebied geldt een verplichting tot archeologisch onderzoek vanaf een ingreep groter dan 250 m2 en dieper dan 40cm-mv. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt deze ondergrens. Hierdoor dient voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning (Bouwen) en voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase).Namens het bevoegd gezag, de Gemeente Doetinchem, zullen de resultaten van het onderhavige onderzoek worden getoetst door mw. G. Dutman en de Regionaal Archeoloog van de ODA (drs. M.H.J.M. Kocken).Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied, vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd, vanwege de aanwezigheid van een hoge bruine enkeerdgrond op een dekzandrug. Daarnaast wordt een middelhoge trefkans op archeologische waarden uit de Vroege Middeleeuwen verwacht en een hoge trefkans op archeologische waarden vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Voor het laaggelegen terrein, het westelijk deel van het onderzoeksgebied, wordt de kans op archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd hoog ingeschat. Vooral voor de periodes Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd geldt dat er voormalige bijgebouwen of voorlopers van het erf ‘de Nichtenhorst’ worden verwacht.De waarnemingen uit het veldonderzoek komen overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek. De hoge archeologische verwachting voor de periode van de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd is bevestigd met het veldonderzoek. De hoge verwachting op vindplaatsen uit oudere perioden is niet bevestigd met het onderzoek. In het plangebied is een dekzandrug aangetroffen waarop een oud landbouwdek is gevormd in de vorm van een hoge bruine enkeerdgrond. In het oorspronkelijke plaggendek bevinden zich archeologische indicatoren uit de Late Middeleeuwen, waaronder scherven gedraaid en handgevormd aardewerk. Het plaggendek wordt afgedekt door een circa 50 cm dikke subrecente bouwvoor. In de diepere ondergrond wordt een sporenniveau verwacht dat behoort bij een middeleeuwse voorganger van het huidige erf ‘de Nichtenhorst’. Een eventueel sporenniveau bevindt zich aan de basis van het plaggendek en/of in de top van het dekzand op een diepte tussen 60 cm-mv en 150 cm-mv.Selectieadvies Indien diepere bodemingrepen noodzakelijk zijn dan 45 cm-mv, dan adviseren wij om een waarderend proefsleuvenonderzoek in het plangebied uit te voeren. De archeologisch waardevolle zone beperkt zich tot het oranje kader in bijlage 4 (boorpuntenkaart). Wij adviseren om binnen het oranje kader twee noord-zuid gerichte proefsleuven aan te leggen met een afmeting van 4 x 20 m tot in de top van het gele dekzand (circa 1 m-mv). Hiermee wordt een dekkingsgraad behaald van 16% van het archeologisch waardevolle deel van het plangebied (8% van het totale plangebied). Indien planaanpassing ertoe leidt dat er geen bodemingrepen voorzien zijn die dieper reiken dan 45 cm-mv, dan is vervolgonderzoek niet noodzakelijk.Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 12 mei 2016 namens gemeente Doetinchem beoordeeld door mw. A. Lugtigheid-Hendriks van de ODA. Om duidelijk te krijgen of op de locatie wel of geen archeologische vindplaats aanwezig is, zal een vervolgonderzoek moeten plaatsvinden. Mevrouw Lugtigheid adviseert een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven voor het gehele plangebied (dus de westelijke én de oostelijke helft). Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek zal een Programma van Eisen voor het onderzoek opgesteld moeten worden, dat goed gekeurd moet worden door een senior archeoloog namens de gemeente Doetinchem.
创建时间:
2024-01-31



