five

Transect-rapport 2186: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, IVO Verkennende Fase. Made, Voorstraat 25, Gemeente Drimmelen (NB)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-07-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2ZA-YHK2
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In april 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Voorstraat 25 in Made (gemeente Drimmelen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe woonhuis. Het plangebied heet een omvang van ongeveer 1000 m2 , waarbinnen een woning en kabels en leidingen zullen worden aangelegd over een oppervlakte van circa 340 m². In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Op basis van het gecombineerde bureau- en veldonderzoek blijkt dat het plangebied aanvankelijk een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden kent, daterend uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Deze waarden zouden aanwezig moeten zijn in de top van het dekzandpakket waarin sprake kan zijn van een podzolbodem of een gehomogeniseerd oud maaiveldniveau. Uit het veldonderzoek blijkt echter dat circa twee derde van het plangebied een sterke mate van verstoring van de ondergrond kent, tot circa 20 cm in de C-horizont, waardoor hier geen sprake meer is van een archeologisch relevant niveau. Daarom is ter plaatse van boringen 2, 3 en 4 sprake van een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden, hetgeen een bijstelling betekend van de oorspronkelijke hoge verwachting. Alleen in het zuiden en zuidoosten van het plangebied is kan de hoge verwachting worden gehandhaafd, gebaseerd op het aantreffen van zowel een restant van een podzolbodem als een gehomogeniseerd oud maaiveldniveau vanaf circa 65-70 cm -Mv.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-05-29
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务