Schijndel, Wijbosscheweg. Archeologische Begeleiding van het rooien van boomstronken.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-23m-4eky
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
De archeologische begeleiding had een tweeledig doel: het vaststellen van de mate van verstoring door de aanplant en het rooien van de bomen en het verzamelen van informatie omtrent de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden op een dieper niveau. In geologisch en bodemkundig opzicht ligt het plangebied in de Centrale Slenk waar gedurende de laatste ijstijd dekzanden zijn afgezet. Het plangebied ligt op de fl ank van zo’n dekzandrug, op de overgang naar lager gelegen delen van het landschap. Door bemesting met plaggen is hierop een dikke zwarte enkeerdgrond ontstaan. Op statistische gronden moet aan deze gebieden een middelhoge tot hoge archeologische verwachting worden toegekend. Van het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend, wel uit een wijdere omgeving. Hierbij zijn o.a. vuurstenen werktuigen gevonden uit het Mesolithicum en sporen uit de Romeinse tijd gevonden. Vanaf de Late Middeleeuwen is Schijndel en de omgeving continue bewoond, maar het plangebied is tot in de huidige tijd onbebouwd gebleven. Wel is het gebruikt door een boomkwekerij, waardoor een onbekende verstoring van de bodemopbouw is opgetreden.Door de civieltechnische werkwijze van het rooien van de boomstronken konden de doelstellingen van de archeologische begeleiding niet gerealiseerd worden. Daartoe werd besloten tot het aanleggen van 27 kijkgaatjes, op de locatie van verwijderde boomstronken. Deze werden door een kraan met een gladde bak aangelegd tot in de top van de C-horizont.Uit de gedocumenteerde bodemopbouw bleek dat de verstoringsdiepte ten gevolge van de aanplant en het rooien van de bomen maximaal 50 cm te bedragen. Daaronder bevond zich lokaal een als een oude akkerlaag te interpreteren humeuze, licht lemige, fi jnzandige laag. In enkele delen was deze laag echter voorafgaand aan de boomaanplant verstoord. In het noordelijke deel van het onderzochte areaal werd een beekdalbodem aangetroffen. De C-horizont bestond vrijwel overal uit meer of minder sterk lemig, fi jn zand met veel ijzeroerconcreties. Slechts in het zuidelijke deel van het plangebied was de leemfractie afwezig. Ook hadden vrijwel alle werkputten last van het snel opkomend grondwater.Er werd een gering aantal archeologische sporen aangetroffen: slechts drie greppels konden gedocumenteerd worden, waarbij wel de oriëntatie ervan bepaald kon worden, maar niet hun onderlinge samenhang. De functie van de greppels kan mogelijk gezien worden als die van perceels- en/of ontwateringsgreppels. Er werden geen vondsten aangetroffen.De drie aangetroffen greppels werden als vindplaats laag gewaardeerd en als niet behoudenswaardig aangewezen. Op basis van het ontbreken van archeologische waarden in fase 1 en de relatief laag gelegen ligging met snel opkomend grondwater werd, ondanks de geringe verstoringsdiepte ten gevolge van de boomkwekerij, de archeologische verwachting voor het noordelijk deel van het plangebied naar beneden bijgesteld. Er werd geen vervolgonderzoek geadviseerd.Dit betreft echter een zogenaamd selectieadvies, waaraan geen rechtskracht kan worden ontleend. Slechts het door de bevoegde overheid te nemen selectiebesluit bezit rechtskracht in deze. In zake de kennislacune omtrent het mogelijk verstorend effect van het gebruik van het gebied als boomkwekerij kan worden geconcludeerd dat de bij het onderhavige onderzoek vastgestelde verstoringsdiepte, tot maximaal 50 cm beneden het maaiveld, geen nadelige invloed heeft gehad op de eventueel aanwezige archeologische waarden. Onduidelijk is in hoeverre deze waarnemingen veralgemeniseerd kunnen worden. In gebieden waar de archeologische waarden op een hoger niveau verwacht kunnen worden zal het verstorend effect groter zijn. Ook is nog niet duidelijk wat het effect is van verschillende boomsoorten op de verstoringsdiepte.
创建时间:
2024-01-31



